Met Dübendorf is er voor het eerst sinds 1995 (Eschenbach) nog eens een wereldkampioenschap veldrijden in Zwitserland. De cross komt daarmee terug naar zijn 2e thuis, want historisch gezien blijft Zwitserland toch nog steeds het populairste veldritland buiten de Benelux.

Een medaille voor het thuisland zou in dat opzicht geen slechte zaak zijn. Dat gebeurde voor het laatst in 2005 (Taramarcaz bij de junioren, Zahner bij de beloften) en daarvoor rekent men in de 1e plaats op Kevin Kuhn. Als er 1 ding is wat Zwitsers kunnen, dan moet het wel juist timen zijn. Thomas Frischknecht, Dieter Runkel, Beat Wabel, Pascal Richard, Albert Zweifel en Peter Frischknecht zijn maar enkele Zwitserse veldrijders die vroeger op de wereldkampioenschappen naar een medaille reden. Toen mountainbike het helemaal overnam van veldrijden en Cancellara de Zwitsers naar de weg lokte, brak een periode van droogte aan. Er waren amper nog grote crossen in Zwitserland en Christian Heule, Simon Zahner en Julien Taramarcaz moesten zorgen voor de zeldzame uitschieter.
Sweeck en Vantornout
Met dank aan Christian Rocha en de door hem opgerichte EKZ Cross Tour werd een kleine revival van het veldrijden in Zwitserland in gang gezet. Enkele oude klassiekers kwamen terug op de kalender en semi-toppers als David van der Poel, Meisen, Hermans, Vantornout, Mourey en Sweeck pikten er hun overwinning mee. Het 1e WK in 25 jaar is de climax van het harde werk.

Met de nieuwe crossen en het WK is er in Zwitserland eindelijk ook opnieuw wat veldrittalent opgestaan. Vooral bij de beloften is er plots veel luxe. Kevin Kuhn zegevierde in thuisland Bern en won ook op de Citadel van Namen en op het circuit van Zolder. 2e plaatsen in Tábor en Nommay volstonden voor de eindzege. Enkel in het zand van Koksijde stond hij zonder pech niet op het podium. Afgelopen zondag in Hoogerheide brak zijn ketting en maakte hij geen enkele kans op een degelijke uitslag.
Wisselkopman
Dat maakt dat de Zwitser samen met Ryan Kamp, Antoine Benoist en Niels Vandeputte wordt beschouwd als topfavoriet in zijn categorie. Na een 36e, 23e en 14e plaats is zijn opmars in ieder geval opmerkelijk. In geval van nood kan Zwitserland nog altijd hopen op wisselkopman Loris Rouiller. Die is nog maar 2e jaars, maar werd vorig jaar al 8e en stond dit jaar op het podium van de wereldbekers in Bern en Zolder. Met een zege in de Azencross bewees hij een man voor de toekomst te zijn.


Lukt het zaterdagnamiddag niet bij de beloften, kan het zondagochtend bij de junioren ook nog prijs zijn voor Zwitserland. Moest topfavoriet Thibau Nys immers – net als zijn vader zo vaak – pech hebben of een mindere dag kennen op het WK, is Dario Lillo de grootste kandidaat. Lillo werd 2 keer 2e in de wereldbeker (Namen en Zolder) en zegevierde in Hoogerheide.
Talent genoeg
Bij de profs kijkt Zwitserland naar Timon Rüegg. De 24-jarige pocketcrosser liet met een 12e plaats in Namen zien dat hij iets in zijn mars heeft. Op het nationale kampioenschap botste hij op Lars Forster, de Europese kampioen crosscountry mountainbiken van 2018. Een titel die dit jaar ging naar Mathieu van der Poel. Helaas voor Zwitserland. Helaas vindt die zelfs een WK in eigen land niet boeiend genoeg om aan deel te nemen. Nog spijtiger is de afwezigheid van Jolanda Neff bij de vrouwen. Door een zware valpartij mist zij haar grote doel van het seizoen. Toch is er nog talent genoeg voor Zwitserland om te hopen op een medaille. Slecht voor de internationalisering van de sport zou het niet zijn.



