Op bezoek in het gerenommeerde wielercafé van Bormio, aan de voet van de Stelvio

Bormio heeft als wielerplaatsje in het noorden van Italië, vlakbij de Zwitserse grens, zowat alles te bieden voor wie over een stel klimmersbenen beschikt: Stelvio, Mortirolo, Gavia, Teglio, Cancano,…. Allemaal binnen een straal van 20 km. En wie ginder toch is, moet zeker eens langsgaan in het wielercafé van Daniele Schena in Hotel Funivia. Of je kan er ook gewoon een kamer boeken. Doen!

Aan de voet van de Stelvio spot je in de Via Funivia Hotel Funivia, een famieliebusiness met 36 kamers. Het overgrote deel van het hotel is in de zonnige maanden – lees: eind mei tot eind september – dan ook ingenomen door gepassioneerde fietsers. Veel Nederlanders en Belgen zijn gek op de huisbaas zijn kennis van de regio én zijn openhartige ontvangst. “Maar ook veel Australiërs komen hier over de vloer”, zegt Daniele Schena, die samen met zijn vrouw Elisa de zaak anno 2005 heeft overgenomen van zijn schoonouders, die er overigens nog steeds actief zijn. “Zelfs 85% van mijn hotelgasten komt hier om te fietsen. Sinds Golazo hier een paar jaar geleden de ‘Passo dello Stelvio’ organiseerde, zie je hier in de zomer overal coureurs. Ik zit er trouwens voor iets tussen, want ik bracht de organisatoren in contact met de lokale overheid.”

Booming!

“Het wielrennen voor recreatieve beoefenaars is een snelgroeiende business geworden”, bekent Daniele Schena. “Met mijn eigen passie voor de fiets kon een echt fietshotel dus zeker niet uitblijven. Daarvoor heb ik bij fietshotels aan de Adriatische kustlijn heel wat ervaring ingewonnen. In de winter ben ik gewoon ski-instructeur.” Handig, want er is zelfs een piste die uitkomt aan de achterkant van het verblijf. Maar fietsen dus. “Ik heb in de garage een fietsatelier ingericht en met Paolo ook een fulltime mecanicien in dienst genomen. Je komt hier dus niets tekort. We kunnen zelfs voor fietsen zorgen, want we werken nauw samen met Pinarello. Even reserveren en je hebt meteen een Dogma F10”, knipoogt hij.

Kwaremont

En na het fietsen, kan je je tegoed doen aan een biertje in het fietscafé. ‘Stelvio Experience Bicycle Café 2758’ werd 3 jaren geleden ingericht als meeting point voor wielertoeristen en is een unicum in de regio. “Het is het enige wielercafé in Bormio”, zegt Daniele. “Ik ben zelfs Kwaremont beginnen serveren.” En daar zit een mooi verhaal achter. “Kwaremont is natuurlijk rechtstreeks geconnecteerd met de koers en de Ronde van Vlaanderen. Voor de 100e editie van de Giro dit jaar gaven we 100 flesjes Kwaremont aan de zwaarste renner die Bormio passeerde. Het moderne wielrennen geeft altijd prijzen voor de snelste of de lichtste. Maar de zwaarste renner moet veel harder werken om de finish van de Giro te halen, vandaar onze geste. Bleek de zwaarste Lars Bak te zijn van Lotto Soudal. Hij was er blij mee, maar de mecaniciens van de ploeg nog veel meer.” (lacht) 

De oranje banken in het Bicycle Café krijgen het gezelschap van speciale zwarte lichtkoepels – mét de vermelding ‘Stelvio’ erin. En overal, maar dan ook overal, hangt het vol wielershirts van professionele teams. Geschonken door renners die er zelf waren, of door ex-renners zoals Johan Museeuw. “Maar ik heb bijvoorbeeld ook de wereldkampioenentruien van Philippe Gilbert en die van Paolo Bettini uit 2006. Er hangt ook ene shirtje van Chris Froome van zijn 1e jaar bij Team Sky. Ook Oscar Freire heeft hier zijn shirtje achtergelaten. Het is het exemplaar waarmee hij zijn laatste Luik-Bastenaken-Luik reed, inclusief rugnummer. 1 van mijn favorieten is nu het Astana-shirt van Michele Scarponi. Hij heeft het mezelf gegeven en er een mooie boodschap opgeschreven. Wij waren goede vrienden. Ongelofelijk wat er gebeurd is met hem.”

Het verzamelen is echt een hobby geworden voor Schena. “Ik heb een goeie vriend die fysiotherapeut is bij het Cannondale-team, hij werkte in het verleden ook voor Garmin en Katusha. Ik vraag hem altijd om ene shirt mee te nemen wanneer een renner gevallen is. Zo heb ik het gescheurde shirt van Dan Martin toen hij viel in de ploegentijdrit in Belfast tijdens de Giro van 2014. Hij brak daar zijn sleutelbeen, maar dat is koers. En het leven.”

300.000 hoogtemeters per jaar!

“Het mooie aan de koers is enerzijds het concept en anderzijds de levensstijl. Australiërs zijn 25 uur onderweg om hier te komen fietsen, dat zegt natuurlijk wel wat. Maar koersen gaat niet alleen om pushen, pushen, pushen. Het is gezellig samenzitten, lachen en een biertje drinken. Daar draait wielrennen en fietsen om voor mij. Ik gebruik zelfs nooit een fietscomputer, want ik wil mijn hart en mijn lichaam echt voelen tijdens het fietsen en alles loslaten. Geen idee hoeveel kilometer ik zelf fiets, maar ik schat dat ik ongeveer 300.000 hoogtemeters per jaar bij elkaar rijd. Dat komt ongeveer overeen met 50 keer de Stelvio, 25 keer de Gavia en 25 keer de Mortirolo in 1 zomer.”

Achteraan het cafeetje – waar je trouwens ook gelletjes en energierepen kunt kopen om mee met Daniele op fietstocht te nemen – is er ook een shop waar je wielertenues en jackets vindt van de Stelvio, in elegant zwart en met de Italiaanse kleuren subtiel aangebracht. “Het cafeetje is een onverwacht succes geworden”, besluit de Italiaan. “Fietsers houden van iets speciaals, en dat probeer ik te verwezenlijken. Kwaremont-bier is daar een mooi voorbeeld van, dat vind je niet overal in Italië.

The place to be: Hotel Funivia, Via Funivia 34, 23032 Bormio, Italia

Fotomateriaal: Hotel Funivia, WielerVerhaal

In this article