Belgische groeibriljanten en pocketklimmers klaar voor Ronde van de Toekomst

Vandaag vrijdag wordt in Loudéac, aan de Franse Côtes d’Armor in Bretagne, de start gegeven van de Ronde van de Toekomst. De nieuwste editie oogt bijzonder veelbelovend en dat niet in het minst omdat de Belgische nationale selectie dit jaar misschien wel de sterkste in jaren is. De ploeg herbergt een aantal talentboys waarvan vele omstaanders en insiders nu al overtuigd zijn dat ze regelrecht afstevenen op een grote profcarriëre en binnen de kortste keren het mooie weer gaan maken in de WorldTour.

Emiel Planckaert (°1996), Aaron Verwilst (°1997), Stan Dewulf (°1997) en Ward Jaspers (°1997) zijn de meer klassieke jongens uit het gezelschap. Bjorg Lambrecht (°1997) en Steff Cras (°1996) gelden dan weer als veelbelovende klimmers. Dubbeljammer dat een andere klimmer, Harm Vanhoucke (°1997) die verleden jaar de Ronde van Lombardije won – waar Lambrecht 3e werd –  voor een tijdje is uitgeschakeld door een sleutelbeenbreuk die hij opliep in de voorbije Tour d’Alsace. Verleden jaar, toen zijn compagnon de route Bjorg Lambrecht niet deelnam aan de Ronde van de Toekomst, eindigde Vanhoucke al 9e. Het wordt voor de man uit het West-Vlaamse Aalbeke, die dit jaar adelbrieven als de Ardense Pijl en de Vuelta a Navarra kan voorleggen, jammer genoeg thuis nagelbijten. Opvallende vaststelling ook is dat de Belgische selectie dit jaar bestaat uit niet minder dan 5 Lotto Soudal U23-renners en 1 renner uit de BMC-opleidingsploeg, met name Steff Cras.

Bjorg Lambrecht
Bjorg Lambrecht. Foto: Joeri De Coninck.

La nouvelle génération

De Tour de l’Avenir die sinds jaren het motto ‘La nouvelle génération’ in het wielervaandel voert, werd altijd al als een soort mini-Tour de France omschreven. Ook bij de editie van dit jaar is dat niet anders. Over 9 koersdagen rijdt men vanuit Bretagne richting Alpen. Het zwaartepunt bevindt zich letterlijk in de laatste 3 slotdagen met 3 bergritten in de Alpen en de Haute Savoie. Onder meer de beklimmingen van de Col des Saisies, de Cormet de Roselend, Les Arcs, en op zondag 27 augustus de Col de la Madeleine en de Col du Mollard zullen uiteindelijk het verschil maken. De Tour de l’Avenir staat open voor renners van 19 tot 23 jaar. De erelijst is indrukwekkend. Sinds het ontstaan in 1961 staan daarop namen als die van Felice Gimondi (1964), Joop Zoetemelk (1969), Greg Lemond (1982), Miguel Induraín (1986), Laurent Fignon (1988) en in een iets recenter verleden Bauke Mollema (2007), Jan Bakelants (2008), Nairo Quintana (2010), Esteban Chaves (2011), Warren Barguil (2012), Miguel Ángel López (2014) en Marc Soler (2015).

David Gaudu (°1996), de winnaar van 2016, is intussen prof bij FDJ en liet dit jaar al meerdere keren blijken dat hij de overstap moeiteloos verteert. In zijn 1e Waalse Pijl werd hij al meteen 9e en laatst klopte hij in de Tour de l’Ain in een bergrit niemand minder dan Thibaut Pinot. Ook Tao Geoghegan Hart (6e in 2016) mag zich in zijn 1e profjaar al meteen een volwaardig lid van de Team Sky-formatie noemen. De Italiaan Matteo Fabbro, die vorig jaar 13e eindigde en dit jaar ook van de partij is, tekende net nog een profcontract voor 2 jaar bij Katusha Alpecin. 1 en ander wil wat zeggen over de ware graadmeter die de Tour de l’Avenir al sinds zijn ontstaan in 1961 is geworden.

Steff Cras
Steff Cras. Foto: BMC/ Michael Zanghellini.

Favorieten

Bjorg Lambrecht komt met overwinningen dit jaar in Luik-Bastenaken-Luik en de Vredeskoers in de buurt, maar de allergrootste favorieten voor de Tour de l’Avenir luisteren toch naar de namen Sivakov en Bernal. In de Giro della Valle d’Aosta botste Lambrecht al een 2e keer dit jaar op de beresterke Rus Pavel Sivakov (°1997), zoon van ex-prof Aleksej. Een 1e keer was dat het geval in de zware Ronde de l’Isard waar Sivakov in het eindklassement de 3 Belgen Lambrecht, Cras en Vanhoucke netjes achter zich hield. Pavel Sivakov won later dit voorjaar ook nog de Ronde van Italië voor beloften, beter bekend als de Baby Giro. Voorts is er, en misschien meteen wel dé superfavoriet, de begenadigde Colombiaanse klimmer Egan Bernal (°1997), die al prof is bij het Androni-team.

Begin juli won Bernal, die nu al de nieuwe Quintana wordt genoemd, de Sibiu Cycling Tour. In de Tour de Savoie, die daaraan voorafging, zette hij de Belgische klimmers Lambrecht en Vanhoucke op 2 en 3. Het talent van Egan Bernal is al wereldwijd ontdekt en geroemd. Ploegen als Movistar, Bahrein-Merida en Sky staan in de rij om de jonge Colombiaan in te lijven. Aan de start van deze Tour de l’Avenir staat verder ook een zeer sterke lichting Australiërs. Michael Storer (°1997, in 2016 5e), Lucas Hamilton (°1996, heel recent winnaar van de Tour d’Alsace) en Jai Hindley (°1996) zijn 1 voor 1 prof waardig. Andere mannen om niet uit het oog te verliezen zijn de Amerikaan Nelson Powless (°1997) en de Brit James Knox (°1995). Met meer dan gewone aandacht is het ook uitkijken naar de piepjonge Rus Vadim Pronskiy (°1998). Wie dit jaar ietwat verrassend om 1 of andere reden niet bij het favorietenkransje hoort, is de Amerikaan Adrien Costa (°1997), die vorig jaar nog 3e werd. Om onduidelijke redenen komt Costa sinds april niet meer in competitie.

Harm Vanhoucke
Harm Vanhoucke. Foto: Joeri De Coninck.

Groeibriljanten

Favorieten zat dus voor deze Ronde van de Toekomst. Benieuwd hoe ver Lambrecht en Cras dit jaar in de hoogste cols meekunnen met Sivakov en Bernal. Erg bemoedigend is in elk geval de verbluffende regelmaat die ze – samen met Vanhoucke en in iets mindere mate Thomas Vereecken, Nicolas Verougstraete, Bjarne Vanacker en straks wellicht Laurens Huys – keer op keer in zware rondes voor beloften aan de dag leggen. Het is lang geleden dat we nog renners hadden die mogen zeggen dat de cols eerder bondgenoten dan tegenstanders zijn. Al vanaf hun maidenjaar bij de beloften verleden jaar
doen ze in elke zware buitenlandse rittenkoers mee voor de hoofdprijzen. Stel ze op in de Ronde van de l’Isard, de Vredeskoers, de Ronde van Aosta of in de Vredeskoers, ze brengen er telkens weer iets moois van terecht. Lambrecht, Vanhoucke en Cras worden ondertussen als “absolute groeibriljanten” in 1 adem genoemd met Laurens De Plus en Louis Vervaeke. Niet eens onlogisch!

Over Bjorg Lambrecht, een pocketklimmer in de letterlijke zin van het woord, maar al evenzeer een puncher die ook nog op het vlakke goed mee kan, schreef Carl Berteele – op zoek naar potentiële toppers om Tom Boonen op te volgen – op WielerVerhaal in april van dit jaar het volgende. “Dan komen we met de nieuwe jonge God, Bjorg Lambrecht, eigenlijk in hetzelfde vaarwater terecht. Dit ventje dat zopas Luik-Bastenaken-Luik bij de beloften won, is met zijn gabariet het compleet tegenovergestelde van ‘den Tom’. Zet de Bom van Balen voor Lambie en je ziet de pas 20-jarige geboren Gentenaar niet meer staan. Maar als je als snotter de Ronde van de Isard hebt kunnen winnen en nu een klimmonument, dan zitten we meer met een opvolger voor Claudy Criquielion.”

Nog geen euforie

Goed is het evenwel om met al die blingbling van briljanten-praat en gejuich over “al die mooie beloften” niet uit het oog te verliezen dat niemand gebaat is met een overdaad aan verwachtingen en de daarmee onvermijdelijk gepaard gaande druk. Euforie is nog lang niet op zijn plaats en wordt het liefst wat getemperd. Veelbelovende jonge klimmers die in het verleden een pak toekomstgewicht op hun tere schouders dienden te torsen als Kevin Seeldraeyers, Yannick Eijssen en Steve Bekaert zijn intussen geen renner meer.

De meest wijze woorden komen tot slot van Kurt Van de Wouwer, zelf ooit ook zo’n groeibriljant en als begeleider een ervaringsdeskundige van jaren ver. Van de Wouwer bevestigt dat het “lang geleden was dat we zo’n talentvolle generatie hadden” maar voegt daar meteen aan toe: “Er is een groot verschil tussen schitteren bij de beloften en schitteren bij de profs. We moeten die jongens nu zoveel mogelijk tijd geven om rustig te groeien.”

Een bijdrage van Paul Rigolle – Het Hart van Bitossi.

In this article