De eerste keer heeft iets speciaals. Zo onthoudt men de eerste schooldag, de eerste zoen en de eerste keer seks. De eerste keer is niet altijd meteen een groot succes, maar omdat het de eerste keer is, krijgt het toch vaak een speciaal plekje in je hart. Als fietser weet ik zo nog heel goed mijn eerste keer koersen.
Al snel nadat ik door het fietsvirus was besmet, ontdekte ik ook hoe leuk het was om samen met anderen te fietsen en elkaar dan ook een beetje uit te dagen op een heuveltje of in een sprintje. Met de jongens uit mijn klas waarmee ik destijds fietste, ontstond zoiets meestal spontaan op vrijwel ieder viaduct en bij bepaalde plaatsnaamborden. De eerste paar keer liet ik mij daar steevast door verrassen. Soms werd er echter ook een heuse koers belegd over een afgesproken traject. Ik zat slechts enkele maanden op de racefiets toen de heren bedacht hadden dat het leuk zou zijn om een wedstrijd ‘Wehl tegen Doetinchem’ te organiseren.

Achteraf denk ik dat ik vooral aanwezig was uit nieuwsgierigheid en pure naïviteit, want in die paar maanden fietsen had ik nog nooit een afstand van 75 kilometer in een rit gedaan en al helemaal niet in wedstrijdtempo. Het ging inderdaad in rap tempo richting Zeddam en ik ontdekte dat praten al vrij snel niet meer mogelijk was. Mijn wereld verkleinde zich tot de remblokjes van mijn voorganger en ik probeerde om denkbeeldig mijn tanden in de achterkant van zijn zadel te plaatsen en stevig door te bijten. Ergens bij de beklimming van het Peeske in de eerste ronde moest ik die missie opgeven. In het gat dat voor mij ontstond, zag ik dat Smitje hetzelfde overkwam. Samen probeerden we kop-over-kop aansluiting te krijgen, maar dat was onbegonnen werk. Smitje besloot om bij onze plakbandmeet te wachten en ik ging voor een tweede ronde, hoewel dat wedstrijdtechnisch totaal zinloos was.
Scheikunde-examens
Om de een of andere reden wilde ik nog een rondje hard fietsen. Dan maar alleen. Gewoon nog een ronde piepende longen en brandende bovenbenen, omdat dat gek genoeg leuk was, of eigenlijk meer lekker. Ik had geen idee hoe snel het ging, want ik had nog geen fietscomputer, maar het ging ongetwijfeld een stuk langzamer dan de eerste ronde. Ergens na mijn tweede beklimming van het Peeske trof ik Vincent en Gert, die inmiddels ook gelost waren. Samen reden we naar Smitje bij de finish om op de rest te wachten. Ik had ruim 30 kilometer keihard gefietst, maar 5 rondjes Peeske was nog een lange weg te gaan, letterlijk en figuurlijk. De rest had ook bedacht dat een koers van 5 ronden wat enthousiast was en zij besloten na drie ronden af te sprinten. Wie er toen heeft gewonnen, vermeldt mijn fietsdagboek niet.
Eind mei 2015 organiseerde Wielerfestival Montferland een ‘Medio Fondo’ over ons rondje Peeske. De andere kant op, met de finish in ‘s-Heerenberg en over 100 kilometer, maar toch voelt het een beetje als ons wedstrijdje van eind maart 1990. In dat wielerweekend moest ik bijna 50 scheikunde-examens van het VWO nakijken onder tijdsdruk, dus deelname om te proberen of ik het nu langer dan 2 rondjes vol kon houden, was er helaas niet bij. Misschien was dat maar goed ook, hield ik mezelf voor. Zo blijft die eerste keer speciaal.
