Team 2275, de ploeg onder naam van Wout van Aert en met onder meer kersvers Belgisch kampioen bij de Masters A Kenny Geluykens, krijgt er nog een Belgische kampioen bij. De 44-jarige Arne Daelmans, Belgisch kampioen bij de Masters B, komt het team versterken en verlaat zo de Vondelmolen-ploeg van Geert Wellens. “Geert zal het niet graag horen, maar ik was het wat beu om me het 5e wiel aan de wagen te voelen”, zegt de crosser uit Vorselaar.

Foto: Jo Groenevinger.

“Alles dik in orde, maar het was tijd om een andere ploeg te kiezen”, opent Arne Daelmans ons gesprek. “Eigenlijk is dit een ploeg met vrouwen en jeugd, en daar heb ik als werkende man toch niet echt mijn plaats in. Dat zal bij mijn nieuwe ploeg Team 2275 heel anders zijn, daar zijn het allemaal kameraden, iedereen werkt er ook naast het crossen. We kunnen met ons 5 samen gaan trainen, ook dat was bij Vondelmolen een lastig verhaal. Maar niets tegen Geert, hé, mijn vrouw is een kozijn van hem en we wonen in hetzelfde dorp. Hij heeft me vorig jaar goed geholpen met materiaal en dergelijke, maar ik hoorde nooit echt bij de ploeg. Hij gaat het niet graag horen, maar ik voelde me te vaak het 5e wiel aan de wagen en dat was ik wat beu. Maar ik begrijp dat wel: ik ben geen dame en ook geen jeugd…. Hoe dan ook ben ik hem zeer dankbaar en we zijn ook als vrienden uit elkaar gegaan.”

Daelmans, die pas op zijn 27e prof werd, kon van het veldrijden 6 jaar zijn beroep maken. “Ik heb verschillende generaties meegemaakt. Eerst waren er Herygers, De Bie, Van der Poel en Groenendaal. Daarna Wellens en Nys. dat waren sterke generaties. De mensen zeggen dat ze nu heel rap rijden in het veld, maar ik kan je verzekeren dat ze in die tijd ook la heel rap reden. (lacht) Alleen trekken mannen als Mathieu en Wout het niveau nog eens een stuk omhoog. Maar ik vind het wel jammer dat ik in mijn jonge jaren niet wist wat ik nu weet, ook al omdat ik eigenlijk laat ben begonnen met fietsen, op mijn 18e pas. Met de knowhow over voeding, techniek en specifieke crosstraining had ik destijds veel verder kunnen geraken. Ik kon in het veld gaan rijden met dank aan Peter Van Den Abeele, die nu bij de UCI werkt en destijds zowat de enige was die echt in mij geloofde. Door met hem te werken, kon ik ook mijn niveau nog wat opkrikken.”

Foto: Kristel Van Gilst.

C4

In 2004 sloeg bij Daelmans echter het noodlot toe. “Het was de periode dat ik bijna constant in elke grote cross top 5 en zelfs podium reed. In een voorbereidingskoers in het buitenland kwam ik echter ten val, waardoor ik mijn knieschijf en ook mijn kniegewricht zelf brak. Mijn knie was om zeep en ik moest een heel jaar revalideren. Ik moest 4 keer onder het mes. Bij mijn toenmalige ploeg Chocolade Jacques (nu Sport Vlaanderen-Baloise, red) wisten ze ook dat het moeilijk ging worden om ooit nog mijn oude niveau terug te vinden. Ze hebben mij toen mijn C4 gegeven. Ik kan dat wel begrijpen, maar na een jaar revalideren kan je niet direct weer top zijn gedurende een ganse winter.”

Het was meteen het einde van Daelmans’ profbestaan. “Ik heb toen snel de knop omgedraaid en ben voltijds werk gaan zoeken. Dat heb ik al die jaren kunnen combineren met het veldrijden. Ik word straks 45 en hoop het nog een paar seizoenen vol te houden. Ik fiets nog heel graag. Ik was op mijn 34e nog niet klaar met mijn carrière, ben op mijn hoogtepunt moeten stoppen. Ik heb weken in het ziekenhuis gelegen en maanden thuis gezeten. Dan heb je veel tijd om na te denken en daar heb ik veel uit geleerd.”

Foto: Arne Daelmans.

Wereldkampioen

“Na mijn revalidatie heb ik 3 jaar rondgereden zonder doel, maar ik kon nog altijd mee met vrienden die competitie reden”, vervolgt Daelmans. “Tijdens pot en pint aan de toog porde Geert Wellens me aan om eens een dagvergunning te nemen. Ik heb dat dan gedaan, maar moest al mijn troeven op tafel gooien en héél diep gaan om te kunnen winnen. Ik schrok wel van het niveau dat ik haalde en ben vervolgens keihard beginnen trainen. Zo is de bal weer aan het rollen gegaan en ben ik in het Masters-circuit gerold.”

Het Masters-WK winnen in 2016 was een erg speciaal moment voor Daelmans. “Het was ook mijn allereerste WK ooit, voordien was ik nooit geselecteerd geweest, ook niet in mijn beste jaren. Dat is trouwens ook iets dat nog steeds op mijn lever ligt. Maar dat WK was echt top, zeker omdat ik helemaal achteraan moest starten en ook nog eens iemand als Christian Heule aan de start stond, die 2 jaar ervoor nog wereldbeker reed bij de profs. Het niveau was navenant. Als ik die cross 10 keer rijd, verlies ik 9 keer. Maar die dag viel alles in zijn plooi. Dit jaar stootte ik op Erik Dekker, een enorme ontgoocheling. Het doet, weken later, nog steeds pijn. Ik was voordien wat ziek geweest en een week van de fiets gebleven. Toch werd ik maar nipt geklopt, dus ik was wel goed. Pijnlijk.”

Granfondo’s

Momenteel is Daelmans aan de slag als onderhoudsmedewerker bij de groendienst van Vorselaar. “Dat is een vrij stevige job, maar ik zie dat ook als training. Het is wel leuk dat ik mijn hobby op hoog niveau kan beoefenen. Het kost veel tijd aan extra training, maar mijn vrouw, met wie ik al 22 jaar samen ben, heeft me altijd gesteund om dit te doen. Als je wil blijven meedoen met de top, moet je ook bij de Masters steeds beter worden. Het niveau blijft ook in onze categorie steeds stijgen. Ik heb nu de Belgische trui en heb nu niet echt doelen meer. Eind januari zit ons seizoen erop en in de zomer gaan we wat mountainbikewedstrijden en granfondo’s rijden om dan in augustus weer het veld in te duiken. Dan zal ik weer toeleven naar het WK, maar een doel ga ik er niet van maken, want als het tegenvalt, zit ik altijd diep. Ook al is het maar een hobby, ik wil altijd winnen.”