Briek Verleyzen maakt zich op voor de overstap naar de beloften. De Vlaams-Brabander uit Essene ruilt daarbij de vertrouwde stal van de Jonge Rakkers Vollezele van ploegleider Freddy Goossens voor het Van Eyck Sport-Josan van de Wambeekse ploegleider Jan Duyshaver. Ook op studievlak volgt een switch met een leven op kot in Gent voor de renner die genoemd werd naar de gereputeerde Flandrien Briek Schotte.


Jonge Rakkers Vollezele
Zowel op studievlak als in de koers staat Briek Verleyzen voor een nieuw hoofdstuk met het prille kotleven in Gent en een transfer naar Van Eyck Sport-Josan. “Bij de Jonge Rakkers Vollezele kreeg ik de kans om rustig te groeien”, weet Verleyzen. “Ik ben dan ook een late roeping. Ik fietste wel graag en deed dat vaak aan de zijde van mijn vader, ook een koersliefhebber. Ik begon uiteindelijk pas als 2e jaars nieuweling te koersen. Dat gebeurde dan nog pas in het najaar. Uiteraard was dat wennen. Harken om de koers uit te rijden werd aanvankelijk mijn lot.”
“Als 1e jaars junior werd ik 13e op het PK. Dat was wel een zeldzame uitschieter. Een plaats in de top 10 afdwingen, lukte me helaas nog nooit. Dat wordt dus een uitdaging, al besef ik dat het als 1e jaars bij de beloften niet evident wordt. Ik start opnieuw van 0. Koersen uitrijden wordt aanvankelijk wellicht een realistisch opzet.”
Mede door de studies wordt de overgang naar de beloften een zware dobber. “Ook bij de junioren woog de school al op mijn koersprestaties”, beseft de student. “Op kot in Gent train ik vooral op de rollen. In de lente waag ik me straks ook wel buiten de stad. Ik probeer er alles uit te halen en beschik met Gert Leus al een jaar lang over een trainer. Die leerde ik kennen in de wielerschool van Affligem toen hij de trainersopleiding volgde. Hij is dus een beginnende trainer, maar het klikt tussen ons beiden.”


Vader sponsort mee
Verleyzen erfde de liefde voor de fiets van zijn vader John, die trouwens met zijn Ternatse bandencentrale mee op de nieuwe clubtrui prijkt van Van Eyck Sport-Josan, een clubteam dat al jarenlang als opleidingsteam fungeert en dit jaar Milan Lanhove liet doorstromen naar een continentale ploeg. “Mijn ambitie is eerder bescheiden”, grijnst Briek Verleyzen. “Ik besef best dat ik niet over het potentieel beschik van een klasbak als Milan Lanhove. Wel wil ook ik stap per stap sterker worden en groeien als renner.”
Zoals wel meer renners koestert Verleyzen een voetbalverleden. “Ik voetbalde bij Wambeek en trok me daar goed uit de slag als middenvelder met een groot loopvermogen, maar ik fietste toen toch ook al vaak mee met mijn vader. Toen de goesting voor het voetbal wat verminderde, besloot ik mijn kans te wagen als renner. Dat betekende aanvankelijk een sprong in het duister, want ik had weinig kaas gegeten van welke versnelling ik waar diende te duwen en het ontbrak me door een gebrek aan ervaring ook aan koersdoorzicht.”
“Mijn vader stond uiteraard wel klaar om me te helpen, maar hij koerste nooit zelf. Papa was wel steeds een verwoed fietser. Zo nam hij als wielertoerist deel aan de Ronde van Vlaanderen en ook de Strade Bianche prijkt al op de toertochten die hij als recreant tot een goed einde bracht. Hij is koersminded en sponsorde trouwens al eerder Van Eyck Sport-Josan. Sedert dit jaar tekent hij ook present als shirtsponsor. Mijn koersen volgt mijn papa uiteraard op de voet.”


Briek Schotte
Verleyzen deelt zijn voornaam met de befaamde wijlen Briek Schotte. Daar hangt ook wel een mooi verhaal aan vast. “Ik sta in een gedicht vermeld in het boek van Briek Schotte. Ik ben blijkbaar geboren op de dag dat Briek Schotte overleed. Daar werd in dat gedicht, geschreven door Rik Vanwalleghem, naar verwezen in de zin dat de dood gevolgd werd door nieuw leven. Ik zocht intussen wel eens op wie Briek Schotte was en ben best fier dat ik mijn voornaam mag delen met zo’n grote renner. Dat in zijn boek naar mij werd verwezen, beschouw ik als een grote eer.”
Schotte stond bekend als een Flandrien, maar die vergelijking lijkt vooralsnog niet op te gaan. “Ik beschouw me eerder als een allrounder, maar als lichtgewicht ben ik toch veeleer een klimmer dan een renner voor de kasseien en de Vlaamse hellingen. Ik denk dat ik beter uit de verf zal komen op de meer geaccidenteerde omlopen. Voor het zwaardere werk op de kasseien mis ik nog kracht.”
Over zijn programma tast Verleyzen nog wat in het duister. “Als 1e jaars verwacht ik dat ik nog flink wat leergeld zal betalen. Het kermiscircuit lijkt dan ook aangewezen als 1e luik van het seizoen. Het team snijdt de Beker van België aan en werd qua aantal renners wat afgeslankt. Er dienen zich dus ongetwijfeld nog wel kansen aan om ook van interclubs te proeven. In die wedstrijden moet ik vooral ervaring opdoen, terwijl ik mijn steentje probeer bij te dragen in functie van de kopmannen van de ploeg. Van iemand als gewezen Belgisch kampioen Tom Timmermans kan ik ongetwijfeld nog veel leren.”
