Wat als je erg gedreven bent door de fiets en het peloton, maar tegelijk ook de schrik moet overwinnen om in datzelfde peloton te fietsen? Het is een beetje het verhaal van Marlon Bril, de West-Vlaming die enkele jaren twijfelde aan zijn toekomst als renner. De laatste maanden lukt het goed en kijkt de renner van KDM-Pack CT eerder door een roze bril als het gaat over zijn wielercarrière.


Twijfelaar
2024 is het jaar van de doorbraak voor Marlon Bril. Dan gaat het niet meteen over klinkende uitslagen. Het gaat wel over de voortdurende strijd om door te zetten, om karakter te tonen, om te durven wringen en duwen als het om de knikkers gaat. Het is een strijd die de 21-jarige renner al te lang heeft moeten voeren met zichzelf om zijn weg te vinden in de wielrennerij.
“Een coureur moet leren knokken voor zijn plaats, maar om 1 of andere reden is dat voor mij altijd een moeilijke uitdaging geweest”, vertelt Bril. “In de jongerencategorieën ging ik altijd achteraan in het peloton rijden. Ik werd als het ware naar achter gedrumd, waardoor ik er meestal na een ronde of 2 glad werd uitgereden. Check mijn resultaten maar. Vaak zie je een DNF staan, omdat ik de slag in de groep altijd verloor. Dat was een kwestie van onzekerheid, van twijfelen aan mijn eigen kunnen.”
“Bijkomend had ik ook veelvuldig last van rug- en liesproblemen”, kijkt Bril terug. “Altijd dezelfde problemen die terugkwamen. Maar 2024 heeft daar wel verandering in gebracht. Via mijn trainer Matthias Lamote begon ik onder meer ook aan core stability te doen in de winter en dat heeft toch wel de nodige soelaas geboden.”



LWU
Bril had als jongeling grote plannen in de wielerwereld, maar werd door de aanhoudende problemen gestuit. “Door mijn lichamelijke problemen en mijn twijfelende karakter zat ik wat vast. Tot mijn trainer me voorstelde om eens een stap terug te zetten en op het niveau van de LWU – de Landelijk WielerUnie – te gaan fietsen.”
“Ik kende dat eerst niet maar het was de juiste move”, is de West-Vlaming duidelijk. “Het was nodig dat ik afzakte naar een lagere categorie om met minder zware wedstrijden ervaring op te doen. Dat zijn wedstrijden van pakweg 65 km, maar er wordt wel gevlamd tegen 40 à 45 km/u. Ik voel gewoon met het trainingsschema dat ik meekrijg en met het uitrijden van de wedstrijden dat ik steeds beter word.”
“En toch blijft dat onzekere kantje in me zitten. Zondag nog bijvoorbeeld, in de wedstrijd in Schelderode. Ik werd daar 20e, puur omdat ik te lang de kat uit de boom had gekeken toen een groep van 7 man wegreed. Ik kan me dan voor de kop slaan. We zijn nog in de achtervolging gegaan, maar we hebben dat gat niet meer dicht gekregen. In de sprint presteerde ik het dan opnieuw om te lang te wachten. Ik weet dat ik keer op keer mijn kansen laat schieten en toch blijft het me overkomen. Komend weekend in Aalter wil ik zelf aan het stuur zitten van de wedstrijd.”



Kemmel Koerse
Al bij al gaat het goed met Marlon Bril in 2024. Het doel is vooral om wedstrijden uit te rijden en zich te leren plaatsen in het peloton. “En dat lukt steeds beter. Ik kan met minder stress rijden, probeer te volgen, durf te wringen en je vindt me nu ook vaker vooraan in de groep. Mijn hoofddoel dit jaar is om eens op een podium te staan. Dat zou al een prestatie op zich zijn”, bekijkt de fulltime wielermecanicien het nuchter.
“Er komen mooie wedstrijden aan. Mijn trainer is ervan overtuigd dat ik met de verworven ervaring en conditie grotere en langere koersen moet aankunnen. Daarom heb ik ook een vergunning van Cycling Vlaanderen aangevraagd. Zo zit ik binnenkort in Kemmel Koerse in mijn eigen streek, een wedstrijd tussen de profs. Daar kijk ik naar uit met opnieuw 1 bedoeling: uitrijden en voor mezelf bevestigen dat ik op de goede weg ben.”
“Ik wil vooral mensen uit mijn omgeving verbazen”, besluit de zelfverklaarde hardrijder. “Te lang werd gezegd dat ik diegene was die eruit gewaaierd werd, maar dat beeld wil ik bijstellen. Ik weet dat ik geen rastalent ben, maar in mijn achterhoofd zit nog altijd de stille hoop dat een profcarrière kan. Daar zal nog veel voor moeten gebeuren, maar als 21-jarige heb ik mijn beste jaren nog voor me liggen. Ik ben in ieder geval gemotiveerd.”

