
Het Critérium du Dauphiné is elk jaar de ultieme voorbereiding op de Tour de France. Het is een wedstrijd waar de Tourpretendenten proberen de laatste procentjes te verbeteren maar ook reeds de psychologische oorlogsvoering opdrijven. Dat kan 2 kanten opgaan: ofwel tracht men de opponenten te imponeren, ofwel spuit men een mistgordijn. Dit is wat je nu al moeten weten over editie 2025.


Thibau Nys
Voor Romain Bardet wordt het zijn allerlaatste wedstrijd als prof voor hij zijn fiets aan de haak hangt. De Franse chouchou won de Dauphiné van 2016. Vorig jaar 2024 reed hij nog een dijk van een seizoen en won zelfs zijn 4e etappe in de Tour de France. Wellicht krijgt hij concurrentie van de 3 klassementstoppers die de Tour van 2025 zullen rijden: Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard en Remco Evenepoel. Hun prestaties zullen met een vergrootglas worden bekeken, vooral in de tijdrit van Saint-Péray (etappe 4), de gevechten in de skigebieden van Combloux (etappe 6) en Valmeinier 1800 (etappe 7) en de climax op het plateau van Mont-Cenis, de slotetappe.
Zoals elk jaar heeft de organisatie een selectief parcours uitgetekend. We nemen je even mee. Net als in 2024 gaat de wedstrijd van start in het departement Allier. De openingsetappe op 8 juni 2025 loopt van Domérat naar Montluçon over 190 km. In de laatste helft zitten 7 hellingen van 4e categorie, waarvan de laatste een nijdige op minder dan 5 km van de finish. Dat wordt dus wellicht een spurt met een uitgedund peloton. Iets voor Wout van Aert, Mads Pedersen of Jasper Philipsen in een goeie dag. Etappe 2 gaat van Prémilhat en loopt door het voorgeborchte van het Centraal Massief, met 6 hellingen die al wat langer en zwaarder zijn. Ook hier mag verwacht worden dat alleen de sterkste spurters overblijven om het laken naar zich toe te trekken.


Klassementsrenners aan de beurt
In etappe 3, kort nadat de vlag valt in Romain Bardet zijn thuisstad Brioude, krijgen ontsnappingsspecialisten de kans om een 1-2’tje te maken op de Côte de la Cornille en Côte de la Barbate, die in de eerste 20 km liggen. Als ze erin slagen om het peloton op afstand te houden gedurende 202,8 km, zal een gemene helling in de aanloop naar de finish in Charantonnay het enige zijn dat tussen de vluchters en de overwinning staat. Maar als het peloton samen aan de voet komt, zou dit iets voor een Thibau Nijs kunnen zijn.
Vanaf etappe 4 is het aan de klassementsrijders. In een tijdrit over 17,7 km van Charmes-sur-Rhône naar Saint-Péray, met halfweg een klim, kunnen de grootste motoren warm draaien en tijd pakken. Sprinters krijgen hun laatste kans op de overwinning, in etappe 5 van Saint-Priest naar Mâcon, voordat ze de rest van de wedstrijd in de gruppetto moeten rijden. Ze moeten dan wel overleven op de Beaujolais-cols, zoals de 7 km lange Col de Fontmartin, kort daarna gevolgd door de Col de Boubon. Maar de laatste 30 km gaan eerder in dalende lijn naar de Rhône-vallei, dus misschien kunnen de sprintersploegen dan nog iets rechtzetten.
Zoals steeds in de Dauphiné zit het venijn in de staart. Het weekend van 13 tot 15 juni 2025 belooft hard labeur. Rit 6 van Valserhône naar Combloux eindigt op de Côte de la Cry: 2,8 km aan 8,2%. Maar die ligt eigenlijk in het verlengde van de Côte de Domancy, wat de slotklim dus 5,1 km aan 8,4% maakt. Een Pogačar kan hier zijn favoriete speldenprikken uitdelen.


Plateau du Mont-Cenis
Etappe 7 start aan de voet van de Madeleine en schuift dus meteen 24,6 km aan 6,2% onder de wielen. Dat lijkt te doen, ware het niet dat er een paar heel steile kilometers in zitten. Niet veel verder gevolgd door de even legendarische Col de la Croix de Fer, die ze langs de moeilijkste kant van de Glandon opfietsen. Deze zijde heeft namelijk 2 km aan 10% en 4 km aan 9%. Boven links dalen de renners af naar de vallei van de Maurienne om zich te begeven naar het skioord Valmeinier 1800. Een vrij gelijkmatige tempoklim met 16,5 km aan gemiddeld 6,7%.
Na die rit met 3 cols buiten categorie hebben de renners toch 4.700 hoogtemeters in de benen. Die renners moeten erover waken dat ze nog wat energie voor de slotetappe in de tank overhouden. Want daarin wachten weer 6 cols, waarvan 2 van 1e categorie: de Col de Beaune, 6,6 km aan 6,8%, en de slotklim naar het Plateau du Mont-Cenis, vlak aan de Zwitserse grens. Dat orgelpunt is een 9,6 km lange beklimming met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9%, maar waarvan toch 6 km aan 8%. 1 ding is zeker: de winnaar zal van goeden huize moeten zijn.


