In z’n debuutwedstrijd voor het LRG-Cycling Team veroverde de 25-jarige Tristan Scherpenbergh meteen een podiumplaats. De Limburger sloot Gent-Staden 2025, opener van de Beker van België, als 3e af. Eigenlijk had hij zondag veel liever Kuurne-Brussel-Kuurne gereden, maar bij de samensmelting van Bingoal WB en z’n vorige ploeg Wagner/Bazin viel de industrieel ingenieur uit de boot.


Niet echt een fusie
Hasselaar Tristan Scherpenbergh heeft er 2 seizoenen op continentaal niveau opzitten. In 2023 verdedigde hij de kleuren van Materiel-Velo.com, vorig jaar 2024 van de Belgisch-Franse ploeg Philippe Wagner/Bazin. Vooral in 2024 liet hij een paar interessante uitslagen noteren in 1.2-wedstrijden en profkermiskoersen. Onder meer 5e in de Omloop van het Waasland (1.2), 8e in de Grote Prijs Alec Segaert in Lendelede en 2e in de Trofee Maarten Wynants in Houthalen-Helchteren. Waar hij enkel door Rutger Wouters, zegekoning bij de Elite 2, werd voorafgegaan.
“Ik had nochtans gehoopt op een contract bij het procontinentale Wagner Bazin WB”, geeft Scherpenbergh eerlijk toe. “Iedereen spreekt over een fusie tussen 2 teams. Een echte fusie is dat niet want van de ene ploeg (Philippe Wagner/Bazin, red.) zijn uiteindelijk maar 2 renners mogen instappen.”
Waarmee Tristan Scherpenbergh verwijst naar de Fransen Pierre Barbier en Quentin Bezza. “Heel spijtig, ik had echt gehoopt op een kans op dat niveau”, beweert de Limburger. “Want 2024 was veruit mijn beste jaar ooit. Ik ben er ook vast van overtuigd dat ik op dat niveau mijn plaats zou hebben en dat ik mij daar had kunnen bewijzen. Jammer genoeg is het voor mij anders uitgedraaid.”



Beker van België
Dus zette Scherpenbergh noodgedwongen een stap achteruit. Want andere continentale aanbiedingen waren er blijkbaar niet. Hij koerst dit seizoen voor het nog jonge clubteam LRG-Cycling, een ploeg die geselecteerd werd voor de Beker van België Elite 2 en beloften. “Trainen doe ik niet zo graag, koersen wel, dus heb ik dit aanbod aangenomen”, verduidelijkt hij.
Met een 3e plek in Gent-Staden is hij goed vertrokken. “Nochtans ben ik in het seizoenbegin meestal niet zo goed”, beweert Scherpenbergh. “Hopelijk is dat helemaal anders dit jaar. Deze start laat in elk geval het beste verhopen. Voor mij was dit het debuut in deze interclub. Hier had ik nooit eerder gereden. Vanuit Limburg maak je meestal de trip naar West-Vlaanderen niet. Toen op zowat 20 km van het einde de beslissende vlucht werd gevormd, was ik aanvankelijk niet mee. Een andere renner probeerde aan te sluiten, maar hij viel compleet stil. Ik ben er nog alleen naartoe moeten rijden. Dat deed heel veel pijn. Gelukkig kon ik in die leidersgroep van 7 eventjes bekomen.”



Veel 1.2-wedstrijden
Na afloop had Scherpenbergh, in oktober 2020 in het Oost-Vlaamse Knesselare winnaar van de 1e editie van de Memorial Bjorg Lambrecht, zelfs een klein beetje het gevoel dat er meer in stak. “Daan Depuydt sprong op het ideale moment”, vertelt hij. “Ik kon mee, maar twijfelde. Want het was nog ver, 7 tot 8 km van de finish. Ik hield eigenlijk vooral uittredend winnaar Kobe Vanoverschelde in de gaten. En toen Daan wegreed werkte het duo van DCR en de man van Cibel Cebon niet meer mee. Kobe en ik hebben nog geprobeerd, maar we kregen het gaatje niet meer dicht.”
Zodat Daan Depuydt Gent-Staden met kleine voorsprong won. In de sprint om plaats 2 werd Scherpenbergh enkel door topfavoriet Vanoverschelde voorafgegaan. “Voor de start had ik mijn zinnen op deze interclub gezet”, geeft de Limburger toe. “Met een 3e plaats mag ik niet klagen. Alleen jammer dat er zo weinig wind stond. Dit had nochtans een schone waaierkoers kunnen zijn. Of ik nu voor die Beker van België zal gaan weet ik niet. Dat ga ik koers per koers bekijken. Met de ploeg doen we ook heel wat 1.2-wedstrijden. Een niveau dat ik echt wel aankan.”
Intussen combineert Tristan Scherpenbergh koersen met werken bij Jans Creacar, het bedrijf van zijn vader. “Ook daar is een link met koers”, lacht de Elite 2-renner. “Want we maken mobiele LED-schermen. In de winter werk ik voltijds, tijdens het seizoen eerder 4/5en. Is het mooi weer en moet ik een degelijke training afwerken, dan werk ik ‘s avonds een beetje bij. Zodat ik toch aan het noodzakelijk aantal uren kom.”

