Spoiler alert! Het antwoord op die vraag is “ja, maar…” De ‘maar’ moet meteen ter relativering worden toegevoegd, want grote hoogteverschillen vallen er niet te overbruggen. En toch. Als je het een beetje uitzoekt kan je zelfs in het Waasland op een doordeweeks tochtje van 80 km wel een paar honderd hoogtemeters op je fietscomputer registreren. Een overzicht van ongeveer alle Wase hellingen die naam waardig.


De Berg van Waasmunster
Het Waasland is een regio in het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen die in het oosten begrensd wordt door de Schelde, in het zuiden door de Durme (al trap je dan op de tenen van sommige Hammenaars) en in het westen door het Kanaal Gent-Terneuzen. Het landschap is vlak, maar aan de zuidkant bevindt zich de Cuesta van het Waasland, de valleiwand aan de linkeroever van Durme en Schelde. Het hoogste punt ligt op 30 meter, in Waasmunster. Daar starten we ook onze verkenning. Alle genoemde hellingen zijn makkelijk terug te vinden op de uitstekende website ‘Climbfinder’, die tienduizenden hellingen documenteert. Wie graag bergop rijdt, moet deze site tussen zijn favorieten zetten: www.climbfinder.com.
Wil je maximaal hoogtemeters maken, dan fiets je vanuit de vallei telkens omhoog en zoek je rechts of links een weggetje dat je weer naar beneden voert. Zo kan je kilometerslang slalommen en helling na helling aandoen. Wij beginnen aan het kruispunt met de Hoogstraat en nemen de Belselestraat, die hier in de volksmond ‘den Berg van Waasmunster’ wordt genoemd. De helling is een brede en vrij drukke tweevaksbaan met afgescheiden fietspad.
In 800 meter ga je in een bijna rechte lijn van 8 naar 30 meter hoogte, wat dus neerkomt op een gemiddelde stijging van 2,8%, waarvan 200 meter aan 4%. Zit de wind tegen, dan kan dit toch lastig zijn. In hetzelfde dorp ligt wat verder oostelijk op genoemde Hoogstraat ook de Bergstraat: 200 meter aan gemiddeld 3,2%, maar met de eerste meters aan 6%. Hier kan je al eens op de trappers lopen.
We slaan af richting Sombeke. We nemen links de Pelkenstraat mee, 200 meter aan 4,1%, of de volgende links, net na het pittoreske kerkje van dit gehucht, de Veldstraat, 700 meter aan 2,5%. De volgende links, de Bokmolenstraat, is eerder ‘vals plat’, want het rustige asfaltbaantje slingert zich gedurende 1 km door de velden aan 1,5%.



Muur van Tielrode
Verder oostwaarts fietsen we door Elversele en moeten we over het rond punt boven de N41. Hier extra opletten, want eind januari 2025 liet de amateurwielrenner Lennert Thibaut hier het leven. De 27-jarige politieman werd slachtoffer van een dodehoekongeval met een vrachtwagen. Hij was kansloos. De koude rillingen lopen nog over onze rug als we na dat rond punt links de Burggravestraat inslaan. 400 meter lang aan 4,1%, met daarna nog een uitlopertje in ‘vals plat’. In de koersen van Tielrode ligt bovenaan steevast de streep van het bergklassement.
Jawel, je kan als renner zeggen dat je het ‘bergklassement van het Waasland’ hebt gewonnen. De volgende helling, nog steeds in noordelijke richting, is de Moortelstraat die in 400 meter aan gemiddeld 3,3% loopt. Iets verder – we zitten op de Gentstraat – sla je links de Hagenakkerstraat in die met 2,4% een halve kilometer naar boven loopt. Weer wat verder links vanop de Gentstraat ligt de Roomacker. Die haalt gemiddeld 3,7% over 300 meter.
Komen we dan aan de gevreesde ‘Muur van Tielrode’. De klim wordt door de locals zo genoemd, we verzinnen het niet. Vanuit het centrum van Tielrode loopt een weggetje recht omhoog. Van deze zijde is die verboden voor auto’s, maar gelukkig niet voor fietsers. Met een eerste 50 meter aan 8%, dan even inhoudend, om weer 50 meter aan 8% te halen, bijt dit toch in je kuiten. In 250 meter ben je boven, maar heb je gemiddeld 7,4% geklommen. Je zou de klim wat kunnen vergelijken met de Leberg.



Molshoop
Op naar de volgende straat links, de Molenstraat. Ook die start aan 8% maar zal over zijn 400 meter lengte slechts 3,6% halen omdat het baantje halfweg even een neerwaartse knik geeft. We zetten onze weg verder naar de Ruisstraat: 600 meter aan 3,6%. Net voorbij het Chaletpark Waasmeer vind je de Smesstraat: een halve km aan net geen 3%.
Dan is het even uit met de pret en fietsen we het Scheldedorp Temse binnen. Maar wie er nog niet genoeg van heeft, kan zijn weg verderzetten in oostelijke richting, want daar resten ons de laatste hellingen van de Wase Cuesta. Je fietst de drukke N16 over en komt op de N419. Wie de drukte wil vermijden, zoekt het jaagpad langs de linkeroever van de Schelde en slaat na de hondenweide links in. Dan kom je in het weggetje genaamd ‘Oostberg’. Dat verraadt een klim. Die gaat 800 meter aan 2,2% maar best hou je een beetje energie voor het steilste stuk helemaal op het eind.
Komen we aan onze laatste klim. De naam boezemt angst in: ‘de Muur van Steendorp’. Eerlijkheidshalve moet gezegd dat dit toch een tikkeltje overdreven is voor een helling van 500 meter aan 2,6% met een steilste stuk halfweg aan amper 5%. Maar in het land der blinden is eenoog koning. In het vlakke Waasland is een molshoop dus al gauw een ‘muur’…

