Grote delen van het Waasland bestaan uit zandstuifruggen. De zanderige bodem was te arm om er intensieve landbouw op te beoefenen en dus werden er in de middeleeuwen naaldbossen aangeplant voor de houtnijverheid of trokken er schaapherders met hun kuddes rond, wat finaal tot een heidegebied leidde. Sommige van die bossen en heiden zijn overgebleven en vormen een fantastisch parcours voor gravel- of mountainbiken. Want in die zanderige bodem dringt neerslag veel sneller door en blijven de paden eigenlijk het hele jaar door goed berijdbaar.


Uitvalsbasis Waasmunster
Als uitvalsbasis nemen we het sportcentrum Meermin in Waasmunster, met ruime gratis en deels overdekte parking. En op het einde van de rit kan je iets eten of drinken in de gelijknamige brasserie. Het centrum is tevens het startpunt voor de rode en blauwe mountainbikelus die door de sportdienst van de gemeente werd uitgetekend. De bewegwijzering is prima, in principe kan je niet verkeerd rijden als je goed uit je doppen kijkt. Want je weet hoe dat gaat: als je te snel rijdt en er staat ergens een wagen voor een paaltje met pijl geparkeerd, dan kan je wel eens een afslag missen. Als er dan bij het volgende kruispunt geen pijl te bespeuren is, weet je dat je op je stappen moet terugkeren.
Wie ‘Waasland’ zegt, denkt wellicht dat de omlopen geheel vlak zijn, maar dat wordt gelogenstraft bij deze parcoursen. Wie de rode, blauwe en groene lus combineert, gaat op en af de Wase Cuesta en heeft over 35 km liefst 335 hoogtemeters in de benen!
De blauwe lus, die 11 km langs is, loopt deels door landbouwvelden of langs de boorden van de Durme. Na flinke regenval moet je op sommige plaatsen wel wat ploeteren of zelfs eens voet aan grond zetten. Maar die blauwe lus takt ook aan de groene lus, die 10 km de oostelijke Heide van Waasmunster doorkruist. Dit deel is quasi volgebouwd met protserige villa’s. De MTB-lus maakt gebruikt van soms smalle buurtweggetjes en wandelpaden die tussen de perceelsgrenzen van die miljonairskasten liggen. Tijdens het weekend is het regelmatig druk in die weggetjes en moet je dus aan de kant voor wandelaars, honden, ruiters of collega-mountainbikers.



Singletracks
De rode lus is rustiger, want vooral uitgetekend door de westelijke helft van de heide. En die is nagenoeg onbewoond, met uitzondering van de megavilla van de familie De Clerck, van het Beaulieu-imperium en de voormalig Roosenberg-abdij. Deze lus loopt dus quasi geheel door de natuur, door dennenbossen over zanderige paden. Ideaal terrein voor de mountainbike of crossfiets, maar ook met de gravelbike is het een perfecte omloop. Enkel bij lange droge periodes dreig je je wel eens vast te rijden in het mulle zand. Een deel van het parcours ligt ten noorden van de E17 en daar kan je naar hartenlust van het parcours afwijken om diverse singletracks uit te proberen.
Hier kan je ook met de MTB of gravelfiets je technische skills wat aanscherpen: slalommen tussen bomen, gebruik maken van een kombocht om geen snelheid te verliezen, noem het maar. En altijd ligt er wel ergens een boom over het pad waar je over kunt jumpen. Sterker nog: ergens halfweg de omloop kom je in een bosje waar de voorbije jaren enkele jongeren een BMX-parcours hebben aangelegd. Daar leer je de typische bulten aan de juiste snelheid te nemen en dan je voorwiel naar beneden te drukken. Om een te hoge sprong gevolgd door een te harde klap te vermijden.



Om en rond Lokeren
Vanuit de rode lus van Waasmunster kan je makkelijk doorsteken naar Lokeren. Als je in noordelijke richting fietst, kom je hoe dan ook aan de spoorlijn Antwerpen-Gent. Daar sla je links af en een paar km verder bereik je het kleine provinciestadje. Je kan doorfietsen tot achteraan het station, waar de rode, blauwe en groene lus starten. Die zijn respectievelijk 51, 44 en 29 km lang. Deze omlopen bestaan grotendeels uit gravel of verharde weg en kan je dus ook met je gravelfiets makkelijk doen.
De groene lus start met een heel technisch stuk door het Park Ter Beuken – het parcours van de Rapencross – waar je de Mont Henri moet beklimmen. Die is liefst 16 meter hoog, dat is bijna zoveel als de Stelvio! De groene lus loopt voor een groot deel samen met de rode en de blauwe lus en gaat via Daknam naar Eksaarde, waar je een leuk gravelstuk door de Kruiskapelbossen hebt. Ook kom je door het stadspark ‘Verloren bos’. Het is dermate klein dat je er niet verloren kunt rijden.
De rode lus, de langste afstand, heeft kort na de start een heel technisch stukje op wat de Lokeraars de ‘Kattenberg’ noemen. Wellicht omdat de berg nauwelijks hoger dan een kat is. Maar hier moet je wel al je vaardigheden aanwenden om geen voet aan grond te moeten zetten. Voorwaar geen katje om zonder handschoenen aan te pakken!

