Al jaren is er kritiek op de gevaarlijke stormloop naar het Bos van Wallers, een cruciaal punt op het parcours van Parijs-Roubaix. De oplossing die de organisatoren vorig jaar bedachten, werd weggehoond en bracht ook geen zoden aan de dijk want opnieuw was er een flinke tuimelperte. Nu komt de organisatie van de Helleklassieker met een nieuw alternatief. WielerVerhaal ging op uitnodiging van ASO, de organisatie, mee op inspectie.


Chicane voor het bos
ASO moest en zou komaf maken met de steeds luider klinkende roep om de passage ‘Trouée d’Arenberg’ veiliger te maken. De oplossing van vorig jaar 2024 bracht geen soelaas en dus toverde men iets nieuws uit de hoed. Na de lange rechte licht dalende strook vanuit Bellaing draaien de renners even de oude mijnsite op, waardoor de snelheid helemaal uit het peloton is wanneer men het bos ingaat. Dat zal inderdaad vermijden dat de renners tegen 70 km/u de hel indonderen. Maar de chicane bestaat wel uit 4 bochten van 90°. Of uit 4 kansen op crashes.… Maar we kunnen niet ontkennen dat ASO zijn stinkende best doet om op deze plek zware valpartijen te vermijden.
Dat gezegd zijnde: de meeste van de 30 kasseistroken ligger er dermate slecht bij dat het op zich al gevaarlijk is om er sneller dan 30 km/u te fietsen. En dat zullen alle profs op elke strook doen. “Elk jaar doen we een minutieuze inspectie van de kasseien”, duidt Guy Mathon, vice-president van ‘Les Amis de Paris Roubaix’. “De stroken die té slecht zijn worden heraangelegd. Daarvoor hebben we in onze vereniging 12 gespecialiseerde kasseileggers. Maar uiteraard mag deze koers zijn duivels karakter niet verliezen en werken we enkel de meest gevaarlijke stroken bij.”
Toch is er nog werk aan de winkel: Neem nu strook 22 in Maing, 2,5 km lang met op het einde een stuk waar tussen de kassei en het grintpadje aan de kant, een smalle geul van 30 cm diep zit. Wie daar met zijn voorwiel in terecht komt, mag meteen naar het hospitaal…. Op vele andere stroken zijn er rechts en links diepe putten die bij hoge snelheid je stuur gewoon uit je handen slaan… Wie die stroken gezien heeft, houdt zijn hart vast voor zondag!



Nieuwe strook in Famars
Na 95,8 km krijgen de renners de eerste stenen voorgeschoteld. En dat zullen ze geweten hebben! In Troisvilles wacht de Rue Jean Stablinsky die de knoken van de renners uit elkaar zal schudden. Ook de ‘nieuwe’ strook 23 van Famars is best gevaarlijk. Deze kasseiweg zat tot 2014 in het parcours maar werd gedeclasseerd omdat het begin van de strook veel lager ligt dan de omringende velden. Na periodes van regen veranderde die strook in een vijver of zwijnenpoel. Nu heeft de gemeente aan weerszijden van de weg een diepe greppel gegraven om alle vocht te draineren. En net dit keer is het al weken droog!
Opnieuw, wie in die greppel terechtkomt, mag een kruis maken over zijn koers. De strook van Famars zit trouwens dit jaar ook in de GP Denain én de Vierdaagse van Duinkerke. En tijdens onze rondgang fluisterde iemand van ASO in ons oor dat de strook binnenkort ook weer in de Tour de France zal zitten. Famars en de aanloop naar het Bos van Wallers zijn eigenlijk de enige nieuwigheden in het parcours voor 2025. De finale 40 km zijn identiek dezelfde als vorig jaar.
Intussen kronkelen we door de onooglijk kleine dorpen in het Franse noorden. Het valt op hoe de mensen hier uitkijken naar ‘hun’ koers: de gemeentearbeiders maaien de bermen, ruimen afval op, verfraaien de vluchtheuvels met bloemen en verwijderen gevaarlijke obstakels aan kruispunten. De regio Nord-Pas de Calais wil zich van zijn beste zijde tonen. Burgers schilderen nog vlug hun hek of nemen hun voortuintje onder handen.



1.500 hoogtemeters
We dokkeren verder van kassei naar kassei. Die liggen er poeierdroog bij, wat enorm veel stof doet opwaaien. Ook opvallend, sommige stroken lijken eerder gravelwegen te zijn, zoveel grint ligt er op. En wat als de weersvoorspellingen bewaarheid worden? Dan gaat het zondag regenen en de wind aantrekken. Dan worden de omstandigheden compleet anders ten opzichte van wat de renners tijdens de verkenning leerden….
Wie nooit eerder in de streek fietste, zal het misschien op televisie niet opgevallen zijn, maar deze klassieker is niet geheel vlak. In totaal moeten er 1.500 hoogtemeters worden overwonnen, dat kruipt niet in de kouwe kleren.
Maar goed, dat is uiteraard Parijs-Roubaix die niet voor niets de ‘Helleklassieker’ wordt genoemd. Dit is een wedstrijd die garant staat voor heroïek en voor wielergeschiedenis. Wordt Tadej Pogačar de 1e ronderenner die na Bernard Hinault in 1981 nog eens met een kassei naar huis mag? Of wint Mathieu van der Poel voor het 3e jaar op rij? Of kan Wout van Aert eindelijk zegevieren in de klassieker die hem wellicht het beste ligt? En slaat Lotte Kopecky een dubbelslag? Zondagavond weten we meer!


