Zaterdag 12 april 2025 stonden we aan de start van onze 1e Parijs-Roubaix. Een debuut in de cyclo-versie van de Hel van het Noorden welteverstaan. Hoewel we elke kassei in de Vlaamse Ardennen stilaan gezien hebben, reden we nog nooit over de beruchte Franse pavées. Onze lievelingskoers die we nog nooit zelf reden, daar moest dringend verandering in komen!


19 kasseistroken
Toen we onze fiets op punt lieten stellen bij onze vaste fietsherstellers bleken zij ervaringsdeskundigen. Ze keken ons meewarig aan om zoveel naïviteit, toen we vertelden dat we nog nooit een Franse kassei opreden. We staken daardoor onze kop nog wat dieper in het zand en kozen ervoor om meteen voor de volle laag te gaan. Angsten zie je best onder ogen, die wijsheid lieten we echter even voor wat ze waard is. Toen bleek dat Wout van Aert ternauwernood recht bleef tijdens de verkenning van het Bos van Wallers, duwden we ons hoofd nog wat dieper.
Keuze uit 3 afstanden, we gingen met 145 km voor de middelste optie. De langste afstand schrijft een minimumsnelheid voor om het vrouwenpeloton voor te blijven. Gezien de kans op lekke banden, hadden we geen zin om ons druk te moeten maken. Bovendien is de start en aankomst van de 145 km in Roubaix, dat scheelt dus het gedoe van de verplaatsing. Met 19 kasseistroken bleef er lekkers genoeg over.
De eerste 50 km gaan in gestrekte draf naar de 1e kasseistrook. Opvallend genoeg begint nog voordien een lekkebandenfestival. Zelf blijven we gelukkig van pech gespaard. Wat een idee van de organisatoren: we krijgen meteen een 5-sterrenstrook voorgeschoteld, al zorgen ze er verstandig genoeg voor dat we net ervoor een 90-graden bocht nemen. Met de fameuze Trouée d’Arenberg, beter gekend als het Bos van Wallers, wacht meteen een klepper van formaat. Zo voelen kleuters zich wellicht wanneer ze voor het eerst zonder steunwieltjes rijden: nerveus en wankel. Vlak voor ons haken 2 renners al na een aantal stenen in elkaar. Dat begint goed!



Overmoed
De 1e helft van de strook loopt het compleet vierkant. Denk aan de beelden van een camera die hevig heen en weer geschud wordt en je krijgt een beeld van wat we zien. Plots krijgen we de truc te pakken, het 2e deel gaat al heel wat beter. Een harde leerschool loont blijkbaar.
Lichte en zwaardere stroken wisselen elkaar af. Op een volgende zware strook volgt een nieuwe les. Bochten nemen op kasseien is toch echt anders dan we gewend zijn. Die techniek moeten we onder de knie krijgen voor we de fameuze bocht aansnijden in het begin van Carrefour de l’Arbre in de diepe finale.
Kasseien rijden blijkt verrassend plezant, al ligt dat wellicht ook aan onze keuze voor een gravelbike. Daar blijken we zeker niet alleen mee te staan. We hebben de smaak te pakken en worden even overmoedig. Links en rechts mensen voorbij stuiven, dat geeft een kick, zelfs als je daarvoor het beter lopende middenstuk moet verlaten. Veel medefietsers zoeken de zandkanten op, wij pakken echt elke kassei mee. Of dat slim is, dat is wat anders.
Na verloop van tijd beginnen de kasseistroken door te wegen, de aftakeling zet zich meer door dan verwacht. Tijdens het 1e deel van de 5-sterrenstrook Mons-en-Pévèle zetten we de gashendel open, waardoor we op 48 km van de finish even onze limiet overschrijden. Dat bekopen we tijdens het 2e deel van de strook die licht omhooggaat. We voelen de benen leeglopen, zeker wanneer we de kasseien afdraaien en een hellend asfaltstuk voor de kiezen krijgen.



Kop3
Hoewel het maar kort bergop gaat, kan hier gekoerst worden. Dat begreep Lotte Kopecky een aantal uren later door met Marianne Vos in haar wiel (even) iedereen los te rijden. Dit lijkt de ideale plek voor Tadej Pogačar: iedereen vermoeien met een lange inspanning op de kasseien, gevolgd door een aanval bergop.
De opkomende verzuring doet het slechtste vermoeden voor de resterende kasseien, maar een 20-tal km later voelen we ons verrassend genoeg weer frisser. In Roubaix kan je er dus blijkbaar terug doorkomen. We vrezen voor Carrefour de l’Arbre, dat echter beter meevalt dan gedacht. Misschien ligt het eraan dat het de laatste zware strook is waar je nog eens goed kunt doortrekken. Na Carrefour is de finish nog vrij ver, hier kan een eenzame vluchter stuk gaan. Gelukkig vinden we een mooie groep om aan te pikken.
In deze cyclo sluimert toch een speciaal Monumentgevoel door, dat we in andere georganiseerde ritten niet tegenkomen. De fietsers komen van over de hele wereld om deze speciale wedstrijd zelf te beleven. Doordat de vrouwenrace diezelfde dag rijdt, staan vele supporters langs de kant die de beleving nog groter maken. Eerlijk is eerlijk: de velodroom stelt op zich niet veel voor, maar toch voelt de finish magisch aan.


