De Nederlandse Micha Bredewold won de Amstel Gold Race voor vrouwen. Ellen Van Dijck werd 2e, Puck Pieterse 3e. Een volledig Nederlands podium. En daar kijkt niemand nog van op. Maar wie daar verder over nadenkt, moet toegeven dat die Nederlandse dominantie een fikse bedreiging kan vormen voor de leefbaarheid van het vrouwenwielrennen. Of niet?


Nederland boven
Milaan-Sanremo werd gewonnen door Lorena Wiebes, net als Gent-Wevelgem. Demi Vollering nam de Strade Bianche voor haar rekening. En nu is er dus ook de Amstel met een compleet Nederlands podium. Bovendien worden ook heel veel UCI 1.1-wedstrijden gewonnen door Nederlandse rensters. In de UCI-ranking hebben 22 rensters in de top 100 de Nederlandse nationaliteit. Zeker in het klassieke werk zijn de Nederlanders in de meerderheid als je naderhand de top 10 bekijkt.
Er is niet alleen Vollering, Wiebes, Bredewold, Van Dyck of Pieterse. Er zijn ook Marianne Vos, Talitha de Jong, Karlijn Swinkels, Charlotte Kool, Femke Gerritse en Riejanne Markus. En nog een klad anderen. En het is niet dat we nu met een uitzonderlijk sterke generatie te maken hebben en dat in de nabije toekomst de internationalisering wenkt. Ook bij de U23 staan met Scarlet Souren, Puck Pieterse en Sofie van Rooijen nog eens 3 Nederlandse meisjes in de top 5. In die U23-categorie vinden we Julie De Wilde als 36e terug als 1e Belgische…. Het Hollands Bewind blijft dus nog wel even duren.
In het veldrijden is het zo mogelijk nog manifester met Lucinda Brand, Ceylin del Carmen Alvarado en Fem Van Empel naast de al genoemde Pieterse en Vos. Zelden wurmt zich daar iemand tussen van een andere nationaliteit.



Eenzame Belgische hoogte
Zijn de Nederlandse vrouwen héél sterk in de breedte, dan zijn er gelukkig ook enkele andere individuele uitschieters als de Poolse Niewiadoma, de Fransen Ferrand-Prévot en Labous, de Italiaanse Longo Borghini en Balsamo. En uiteraard – en vooral – Lotte Kopecky. Maar neem haar weg en het Belgische vrouwenwielrennen ligt op apegapen. Wie het vrouwenwielrennen niet van nabij volgt, denkt wellicht dat we in België gebeiteld zitten “want we hebben Lotte”.
Niet beseffend dat onder de Meetjeslandse een ongeziene kloof gaapt. Op de huidige UCI-ranking staat Justine Ghekiere op de 65e plaats, Margot Vanpachtenbeke op de 73e, Lotte Claes op de 84e en Marthe Truyen op de 90e plaats. 5 vrouwen in de top 100 waarvan 4 in de verste regionen ervan….
Een verklaring vinden voor de Nederlandse sterkte en de Belgische bloedarmoede is niet evident. Meerdere elementen spelen. Het is algemeen geweten dat het Nederlandse sportbeleid ‘top of the bill’ is. De Nederlanders pakken op internationale tornooien als Olympische Spelen, WK’s en EK’s steevast een pak meer medailles per capita dan gelijk welk ander Europees land. België kan de Nederlanders enkel naar de kroon steken in die sporten die een heel lange nationale voedingsbodem hebben. Mannenwielrennen is daar een voorbeeld van. Of korfbal en hockey.
Een andere verklaring is dat er nergens anders zoveel functioneel wordt gefietst als in Nederland. Het landschap is er vlak en de fietsinfrastructuur kent zijn gelijke niet. Maar zeker is ook dat het in het Belgische vrouwenwielrennen lange tijd aan rolmodellen ontbrak. Decennialang reden de Belgische vrouwen niet mee voor de prijzen in vrouwenwedstrijden. Jolien D’Hoore was een kanjer op de baan en katterap in een massaspurt op de weg, maar ze behoorde niet tot de absolute wereldtop. Daarvoor moeten we al terug tot de 1e helft van de jaren ’90, dus 30 jaar geleden.



Vicieuze cirkel
Heidi Van De Vijver eindigde 2 keer op het podium van de Tour de Cycliste Féminin, de voorloper van de Ronde van Frankrijk voor vrouwen (3e in 1992 en 2e in 1993), en won de Tour de la CEE féminin – zeg maar de Ronde van West-Europa – in 1993. Maar daar werd in die tijd in de media relatief weinig aandacht aan besteed, waardoor haar prestaties weinig weerklank en dus navolging kregen. Dit terwijl in Nederland de voorbije 3 decennia absoluut werden gedomineerd door eerst Leontien van Moorsel en later Marianne Vos, de Nederlandse Eddy Merckx van het vrouwenwielrennen. Hun successen zetten vele meisjes aan om ook de wielersport te gaan beoefenen.
Ook Lotte heeft dat effect: het aantal jonge meisjes dat met competitiewielrennen start, neemt toe. Zij het niet erg spectaculair. Maar Kopecky is van dergelijk niveau dat zij gegeerd wild is op de internationale markt van het vrouwenwielrennen. En daardoor onbereikbaar/onbetaalbaar voor zelfs de beste Belgische ploegen en diens sponsors.
Er is tevens te weinig weerklank om een dikke sponsor te overtuigen een Belgische ploeg fors te ondersteunen. Waardoor de kweekvijver voor Belgisch talent ook snel opdroogt. Waardoor de rest van het Belgisch peloton te weinig weerklank zal hebben om een dikke sponsor te verleiden. Het is een vicieuze cirkel. Het is aan Belgische bedrijven en/of de overheid om die vicieuze cirkel te doorbreken en op lange termijn te investeren in het vrouwenwielrennen.
