Loes Sels wordt in haar ploeg Velopro-Alpha Motorhomes ook wel eens plagend maar respectvol ‘ons mama’ genoemd, want ze is inderdaad de enige moeder onder de rensters en enkele van die rensters zouden – qua leeftijd – haar dochters kunnen zijn. De Antwerpse was ooit nog Belgisch kampioene Veldrijden, nog voor Sanne Cant aan haar reeks begon. Kan je nagaan! Op haar bijna 40e komt er voorlopig geen ‘sleet’ op. Getuige daarvan haar 3e plaats in Wilsele op Hemelvaartdag.


Mission accomplished
De seniore van het elite-vrouwenpeloton uit Zoersel doet het verhaal van haar wedstrijd. “Ik nam sowieso al de start met de intentie en ambitie om de koers te maken”, vertelt ze nog altijd vol passie. “Dat zit wat in mijn natuur en zeker als ik dan niet al te veel wedstrijden heb gereden. Bovendien helpt mijn jarenlange ervaring me om in nationale wedstrijden als deze van Wilsele de koers goed te lezen. Ik zie sneller wanneer de juiste ontsnapping tot stand komt. Sandrine Tas van Van Eyck-Belco was al in de 1e ronde weggereden. In de 4e ronde sprong ik mee met Nette Coppens en de Hongaarse Szonja Greman en zo reden we naar Sandrine toe. Die bleef wel de motor van de ontsnapping, ze was duidelijk de sterkste.”
“Verrassend genoeg kwam de organisatie in het peloton onvoldoende op gang, niettegenstaande er toch enkele sterke ploegen zoals Lotto en DD Group in ruimere getale aanwezig waren. Er stond vrij veel wind, wat de wedstrijd toch nog wel lastig maakte. In de laatste ronde kon Izzy Sharp van Lidl-Trek nog op haar eentje de kloof dichten, zodat we met 5 naar de streep trokken. Ik heb heel die laatste ronde getwijfeld om te trachten alleen weg te rijden, maar ik wilde absoluut podium halen. Iedereen zat wel wat op z’n tandvlees, maar als ik zou springen en ze pakten me terug, dan kon ik de spurt wel vergeten. Ik ben nooit zeer explosief geweest, maar als de spurt op een goed tempo wordt begonnen, kan ik dicht eindigen, wist ik. Sandrine Tas won, ik was blij met die 3e plaats. Mission accomplished!”



Korte termijn
Haar ploeg, noch zijzelf, waren echt verbaasd over die mooie prestatie. Loes Sels toonde 3 weken geleden in de Trofee Maarten Wynants, een UCI-wedstrijd, al dat ze in vorm is. Ze kleurde mee de ontsnapping van de dag. “Ja, Ik voel me al weken goed, ook op training. Ook in de Omloop der Zuiderkempen, een 10-dal dagen geleden, was ik opnieuw mee in een ontsnapping. Al ging het feest toen niet door, de samenwerking was er niet echt. Maar ik tankte in die wedstrijden wel het nodige vertrouwen.”
Gevraagd naar haar verdere plannen begint ze meteen over haar volgende wedstrijd. Komende zaterdag staat ze aan de start van de Antwerp Port Epic Ladies, ook een UCI-wedstrijd. “Die staat met stip genoteerd”, beklemtoont Sels. “Het is een wedstrijd die me moet liggen. Als ik gespaard blijf van pech tenminste. Vorig jaar reed ik 2 keer lek en het kostte me toen te veel krachten om telkens terug te komen. Het parcours moet me liggen, want er zitten kassei- en gravelstroken in. Bovendien zou het ’s ochtends een beetje regenen, waardoor mijn veldritervaring misschien ook nog van pas komt.”
Sels ambieert op haar bijna 40e (op 25 juli 2025 is het zover) dus zeker om een prominente rol te spelen in deze koers. “We hebben trouwens een sterke ploeg aan de start, want Julie Sap en Nathalie Bex zijn goed op gravel. Marga López ook en die is dan nog snel aan de meet. Marissa Baks bewees in Tsjechië onlangs dat ze goed is. En Chloë Van Den Eede heeft cross- en MTB-ervaring. We gaan meedoen voor de knikkers!”, klinkt het strijdvaardig.



Minder respect
En het daaropvolgende weekend is er Dwars door het Hageland, ook al met flink wat gravel. Opnieuw iets voor haar? “Dat weet ik niet echt, want ik heb die nog nooit gereden. Er zit wel veel gravel in, maar die stekelige hellingen als de Citadel in Diest zijn toch minder mijn ding. Het zal zeker ook afhangen van de positionering. Ik ben daar doorgaans redelijk goed in, maar in UCI-wedstrijden wordt er toch meer met het mes tussen de tanden gereden.”
“Er is vandaag meer agressie onder de rensters en minder respect voor elkaar dan vroeger. Het zal dus zeker ook zaak zijn om dan goed gegroepeerd te zitten met de ploeg. Als je vooraan aan de klim begint, hebt je letterlijk al wat voor. En uiteraard moet je ook een goeie dag hebben. Ook het BK in Binche moet mij wel liggen. Dat is vrij selectief, zonder dat het een klimkoers is. En dan is er zeker ook nog het EK en WK Gravel dat ik graag wil rijden en waar ik goed wil zijn.”
En hoe en wanneer ziet ze haar ‘fin-de-carrière’? “Eigenlijk denk ik daar niet echt over na. Ik sta nog altijd met goesting aan de start. Ik ben dermate gefocust om te koersen dat ik niet nadenk over ‘niet meer koersen’. Ik wil er van profiteren om zo lang mogelijk mee te gaan. Ik heb de indruk dat ik dit jaar beter rijd dan vorig jaar, dus waarom dan stoppen? Maar wie weet sta ik op een dag op en zeg ik dat het goed is geweest. Ik denk dat dat voor mij makkelijker zou zijn.”

