In 4 jaar 101 overwinningen! Bjorn De Decker (36) is in het shirt van het John Saey Cycling Team bezig aan een indrukwekkende reeks. Z’n honger is lang niet gestild. Zaterdag 7 juni 2025 trekt hij naar La Claudio Chiappucci, een granfondo in de Bourgogne. Een week later gaat hij in de Ardèche op zoek naar de Europese granfondo-titel. Zich voorbereiden doet hij met de hulp van Artificiële Intelligentie (AI).


Ex-prof geklopt
Afgelopen zaterdag 31 mei 2025 scoorde Bjorn De Decker bij nevenbond Echappée du Hainaut z’n 100e zege voor het team van John en Luc Saey. Een dag later trok hij naar een wedstrijd bij de Elite 3 in Wallonië. En bracht hij eveneens de bloemen mee naar huis. Zodat hij al aan 101 overwinningen zit sedert hij in 2022 weer begon te koersen. Allemaal in het shirt van het John Saey CT.
“Gestart met 20 zeges in 2022, het jaar nadien 30 overwinningen en vorig jaar 34”, begint De Decker z’n opsomming. “En dit seizoen zit ik aan 17 zeges. Zo vaak winnen is natuurlijk heel leuk. Maar de drijfveer om te trainen en te koersen blijft toch vooral het avontuur in granfondo’s en Afrikaanse rittenkoersen. Overwinningen in granfondo’s bezorgen me het meeste plezier. Dat zijn de belangrijkste wedstrijden. Naar die granfondo’s probeer ik altijd een beetje toe te leven.”
Zo zette de regerende wereldkampioen Gran Fondo, eerder dit jaar 2025 winnaar van de Ronde van Mali, recent een UCI-qualifier in de Vogezen op z’n naam. Hij kon er ex-prof Marcel Wyss, 38 jaar en bij IAM Cycling ooit ploegmaat van Oliver Naesen, afhouden. “Een granfondo over 3.500 hoogtemeters”, verduidelijkt De Decker. “De Zwitser was een hele taaie klant. Ik was de hele koers met hem op pad. De streep lag boven de 1.000 meter, aan een skistation. In de sprint kon ik hem kloppen. Inderdaad, aankomsten voor punchers blijven mijn ding.”



AI-opleiding bij Resto
Eigenlijk had Bjorn De Decker ooit prof moeten worden. “Er stak zeker meer in dan ik eruit heb gehaald”, beseft de naar de Vlaamse Ardennen uitgeweken Gentenaar. “Maar om prof te worden, was ik niet goed genoeg. Toch niet om te slagen als wielrenner. Vroeger heb ik er niet voor geleefd. Eigenlijk heb ik het bij de jeugd al laten schieten. Ik fietste wel en trainde af en toe een beetje. Heb ik op een bepaald moment voor mezelf de lat te hoog gelegd? Ja en neen. Wielrenners maken zichzelf snel iets wijs en beginnen te denken dat ze nog beter kunnen. Maar dan zie je de dingen naast het wielerleven.”
“Bovendien ben ik ervan overtuigd dat ik nu niet meer op de fiets zou zitten indien ik prof was geworden. Bij mij is de liefde voor de fiets de voorbije jaren alleen maar gegroeid. Met competitie bij zit ik wekelijks ongeveer 12 uur in het zadel. En mijn specifieke trainingen doe ik op basis van AI. Ik heb me een beetje ingewerkt in dat domein. Specifieke trainingen zijn bij mij altijd zeer kort.”
Op het werk – De Decker is actief als accountmanager bouwspecialiteiten bij Resto, 1 van de bedrijven van de familie Saey – volgde hij een specifieke opleiding artificiële intelligentie. “Een cursus waar we heel veel geld voor hebben betaald”, herinnert hij zich nog. “We leerden hoe we dat in ons werk kunnen integreren. Ik raakte geïntrigeerd door wat je met AI kan. Dus ben ik daar verder op blijven werken.”



Mee met wetenschap
“Op een bepaald moment ben ik al mijn gegevens in AI beginnen steken”, gaat De Decker verder. “Mijn parameters, mijn geschiedenis, mijn trainingen, mijn wedstrijden, echt alles. Ik pas die gegevens voortdurend aan. Dankzij AI heb ik voor mezelf trainingsschema’s leren maken, weet ik wat ik moet eten, wat ik aan voeding moet meenemen tijdens een koers. Voor de koersen die ik rijd is dat misschien verregaand, maar ik amuseer me daarmee.”
“Als ik de commentatoren in de Giro over specifieke dingen inzake trainingen en voeding bezig hoor, weet ik waar het over gaat”, beweert hij. “Dat vind ik interessant. Ik ben mee met de wetenschap. Ik weet wat ik tijdens een wedstrijd moet eten, wat ik na de koers moet eten om de dag nadien hersteld te zijn, enzovoort. Het is professioneel, maar leuk. Volledig het tegenovergestelde van de manier waarop ik 10 jaar geleden naar de koers keek. Toen at ik een pak friet of een lasagne uit de frituur van mijn zus.”
Dat hij het niet tot prof heeft geschopt, zadelt hem niet op met frustraties. De Decker gaat daar niet onder gebukt. “Ik ben zeker dat ik niet zo ver had gestaan in het leven als ik ooit beroepsrenner was geworden”, beweert de Oost-Vlaming. “Waarschijnlijk koerste ik dan al niet meer. Veel renners moeten na hun carrière zoeken naar wat ze willen in het leven. Daar bleef ik van gespaard. Ik ben content met hoe het allemaal gelopen is.”

