663. Patrick Cocquyt telde het aantal overwinningen dat hij in die 50 jaar verzamelde nog eens voor ons na. Niet dat hij zichzelf op de borst klopt. Want niet de winst drijft hem vooruit, wel het genot van het fietsen op zich. De liefde voor de fiets groeide vooral na zijn profcarrière. Met een tricoloretrui in 2024 en meerdere overwinningen dit jaar 2025 blijkt Cocquyt nog niet versleten. Zo voelt het echter stilaan wel.


Profrenner
In november is het dan toch zover: na een carrière van 50 jaar zal Patrick Cocquyt zijn finale wedstrijd betwisten. De laatste 25 jaar beleefde hij het meeste plezier aan het wielrennen. Hij kan moeilijk duiden wat hem al die tijd vooruit dreef, want de beloning is intrinsiek. “Ik heb altijd graag getraind. Fietsen is mijn leven, het is haast een routine.” Dat uit zich ook in zijn trainingsaanpak. Als trainingsbeest is hij een man van de oude stempel: laat hem maar vele kilometers afhaspelen in plaats van intervalblokken zoals zijn jongere ploeggenoten.
Zijn opener bij de grote jongens mocht meteen tellen: na een 3-tal weken won hij een etappe in de Ronde van Catalonië. Het bleek meteen het hoogtepunt uit zijn professionele wielercarrière. “Met onze ploeg raakten we in het kermiscircuit, waardoor we slecht getraind aan de start van de grotere wedstrijden kwamen”, vertelt Patrick Cocquyt. “Ik reed vooral in dienst, zoals voor Michel Pollentier en Claude Criquielion.”
Hij houdt duidelijk geen mooie herinneringen over aan de kermiskoersen, maar laat zich niet op een uitspraak betrappen. “Laat ons zeggen dat het er niet zo mooi aan toe ging in die tijd. De echte liefhebbers zullen begrijpen wat ik bedoel”, lacht hij wanneer we toch eens doorvragen.



Getrouwd met John Saey
Cocquyt reed 25 jaar voor de ploeg van John Saey. Zowel die lange trouw van een renner als die van een sponsor is behoorlijk uniek. Dat is ook de uitzonderlijk hoge leeftijd waarop hij goed voor de dag kwam in profkoersen. Daags voor zijn 49e verjaardag beleefde Patrick Cocquyt 1 van zijn hoogtepunten door de profs in Kortemark het nakijken te geven. De schorsing van Iljo Keisse bleek daar voor iets tussen te zitten. “Iljo mocht toen wel amateurwedstrijden rijden. Hij kwam uit voor onze ploeg en samen wonnen we toen zowat alles. Hij overhaalde me nadien om nog enkele profkoersen te rijden.”
Cocquyt is blij dat hij de opkomst van de Gran Fondo’s nog meemaakte, want dat voegde een extra dimensie toe aan zijn laatste koersjaren. “Die sfeer en beleving is helemaal anders dan de koersen hier. En ik kon zo ook een stuk van Europa ontdekken.”
Velen kennen hem vooral dankzij het WK Gran Fondo in 2018 in Varese, een 2e hoogtepunt voor hem. “Het parcours ging op en af, iets wat me goed ligt. Ik reed goed bergop en heb een redelijke sprint. Toen deed ik het echter op een compleet andere manier: na een solo van 70 km won ik met 5 minuten voorsprong. Als je dan ziet wie er naast mij op het podium stond en wat die mannen nog gewonnen hebben…”, glundert hij.



Achter de renner
De lezer die een job en een gezin probeert te combineren met zijn of haar fietsambities hoopt misschien op een gouden tip van Cocquyt. Hij verklapt echter geen groot geheim: het vraagt opofferingen en goede afspraken met je omgeving. Zijn trainingen kneedde hij rond zijn ploegdiensten bij Arcelor-Mittal en al zijn vakantiedagen spendeerde hij aan de koers.
Een carrière van 50 jaar kent pieken en dalen, maar die tegenslagen passeerden vanzelf en hij verloor nooit zijn drive. “Sinds vorig jaar begint het te knagen. Wil ik dit nog wel? Mentaal kan ik me minder opladen: vroeger kon het nooit ver genoeg zijn, nu doe ik nog het noodzakelijke. Ik voel het effect van 3 keer corona, ik raakte sindsdien niet meer op hetzelfde niveau”, gaat hij verder. “Op je 65e takel je sowieso fysiek af. Mijn concurrenten hebben dat ook, maar ik kan dat moeilijk aanvaarden.”
Hij stipt nog een andere reden aan die meespeelt in zijn keuze om eind dit jaar te stoppen. “In onze categorie moeten we vaak op zoek naar wedstrijden in Wallonië. De verplaatsingen beginnen te wegen, ik kan dat steeds moeilijker opbrengen.”
We hoeven ons echter geen zorgen te maken: vanaf de winter neemt hij de draad van het lopen terug op om in conditie te blijven. Als peter van de ploeg blijft Patrick Cocquyt ook verbonden met de fiets. Het mag weliswaar allemaal op een lager pitje.
