
De Duitse cultfiguur en zelfverklaarde tijdritjunkie is berucht om zijn manische oog voor technische details, zijn compromisloze houding tegenover doping en zijn verslaving aan koersen tegen de klok. Met ons deelt Marcus Baranski (54) zijn visie op fairplay en zijn fascinatie voor marginal gains. En legt hij uit waarom een net opgepompte band soms het verschil maakt tussen lijden en triomferen.


Marcus, alvast bedankt voor je tijd. Je bent een levende – en rijdende – legende. Wat drijft je om op je 54e nog steeds de dagenlange pijn van ultra tijdritten te combineren met het kortere maar intense lijden van technische races als King of the Lake?
Marcus Baranski: “Dankzij een ziekelijke drang naar lijden, waarschijnlijk net zoals bij mijn goeie vriend Christoph Strasser. Voor mij ligt de schoonheid in die eenzame strijd tegen de klok. In amateurwedstrijden voel ik de puurheid van de sport: geen televisiecamera’s of commerciële druk, gewoon jij, je fiets en de weg. De ziel van het wielrennen vind je in de amateurkoersen.”
Maar amateurwedstrijden zijn ook controversieel, vaak door de afwezigheid van dopingcontroles en de in die kringen wijd verspreide mechanische doping. Niet?
“Dat is helemaal waar. Bij de profs kan je in om het even welke sport nog zeggen: als je genoeg geld beschikbaar maakt, zullen mensen, atleten of ploegleiders letterlijk alles doen om daar een flinke hap van mee te pikken. Dus je weet dat ‘dopingvrij’ een illusie is, dat het een show is. Dus de puurheid, de zuiverheid zit voor mij in amateursport. Maar ik ben niet naïef, er zijn ook amateurs, zelfs 40- en 50-plussers die alles over hebben voor een onverdiend moment van glorie. Dopinggebruikers zijn idioten. Ze bedriegen zichzelf, hun gevoel voor eigenwaarde is gebaseerd op een leugen. Het zijn belachelijke sukkels, ze kunnen niet hard genoeg aangepakt worden.”



Triest, maar wel realiteit. Geloof je dat klassiekers zoals King of the Lake totaal proper zijn?
MB: 100%? Nee, zo naïef ben ik niet. Maar hulpmiddelen gebruiken is nooit zo systematisch als bij de profs. En als er hier iemand betrapt wordt, betaalt hij de tol – fysiek, sociaal, vaak ook financieel. Dat is het verschil met de professionele wereld, waar alles wordt gebagatelliseerd, en atleten zoveel verdienen dat ze elke boete kunnen betalen. In amateursferen geloof ik – in principe – nog in sport op z’n puurst, juist omdat de marges kleiner maar de waarden groter zijn.”
En wat met mechanische doping, zijnde motoren in tijdritfietsen?
“Ook veel alarmbellen daar, hoor. En bij amateurs veel meer dan bij profs, helaas. Op professioneel topniveau denk ik niet dat er nog systematische mechanische doping voorkomt. Bij amateurs zeker wel. En eerlijk, mechanisch vals spelen vind ik nog viezer dan chemisch. Het raakt nog meer aan de essentie van het tijdrijden. En het is nog onnozeler.”
Je staat bekend om je bezetenheid voor dingen als bandendruk en bandbreedte. Kan je je visie in een notendop meegeven?
“Simpel: kies een bandbreedte die bij jouw velg én parcours past. Qua breedte kies ik meestal 25 mm voor asfalt, soms zelfs 28 mm bij grovere wegen. Breder betekent meer comfort, minder rolweerstand – tegenwoordig zie je dat ook veel profs met 28 mm rijden. Voor de bandendruk moet je jezelf afvragen welk gripniveau je wilt. Daar stem je dan je druk op af. Voor 25 mm rond de 7 à 8 bar is m’n ervaring ideaal; voor 28 mm doorgaans 6 à 7 bar. Niet té hard, want comfort verliezen betekent ook snelheid verliezen. Zeker in een tijdrit: constante wattage pushen zonder bitsige nervositeit.”



Wat met lange tijdritten, vanaf pakweg 200 km? Gaat dat nog om kracht en techniek of wordt dat puur mentale en fysieke endurance?
MB: Die 4 factoren zijn allen even cruciaal. Je mental game moet ijzersterk zijn: weten dat je pijn gaat voelen en net op dat moment moeten je houding en je pedalling perfect zijn. Techniek telt evenzeer: banden, lichtgewicht wielen, correcte positie,…. Maar vooral: zorgen dat je die positie urenlang kunt volhouden. Verlies van comfort vertaalt zich op km 150 in diepe dalen.”
Om af te sluiten: wat is jouw belangrijkste tip aan aspirant‑tijdrijders?
“Focus op het proces: wattages, positie, aerodynamica, bandendruk. Werk systematisch. En om af te sluiten met een gedachte die ik ooit in mijn blog citeerde: It is fucking miserable to witness how the human spirit can create something so great and then corrupt the shit out of it… Sometimes I wish cycling never went from being enjoyed by a minority of geeks to a worldwide business managed by an excel sheet. Hou het tijdrijden klein, bescheiden, liefdevol en eerlijk.”
Nieuwe reeks tickets te winnen voor het Wattage Festival in Oostende!

