
Dennis Coenen (33) stopte alweer 3 jaar geleden als wielrenner. We treffen hem ondertussen helemaal aan de andere kant van het land, waar hij de koers definitief achter zich liet. Daar had hij nog geen minuut spijt van, nu alles in het profwielrennen er veel sneller en fanatieker aan toe gaat. Hij loste de koers echter niet zonder de microbe aan zijn zoontje door te geven.


Ronde van Overrijsel
Met de Ronde van Overrijsel prijkt 1 profoverwinning op het palmares van Dennis Coenen. Misschien niet de grootste koers, maar toch eentje die zijn carrière maakte. We vergeten vaak dat slechts een fractie van de renners ooit een overwinning binnenhaalt.
We vinden Coenen terug ver van zijn Limburgse roots, nadat hij 6 jaar geleden de liefde achterna ging. Hij bouwde in West-Vlaanderen ondertussen een leven op als teamleider bij Bpost. “Ik pas me overal aan, ik ben hier warm onthaald. Ik versta al een beetje West-Vlaams, maar het Limburgs gaat er nog niet uit”, lacht hij.
“Fietsen doe ik vooral nog om fit te blijven. In het weekend probeer ik met het Casino-team in Knokke mee te gaan. Doelloos sporten is niets voor mij, daarom stel ik elk jaar nog een aantal fiets- en loopdoelen. Vorig jaar deed ik de 5150-triatlon in Knokke-Heist, dit jaar 2025 zal ik deelnemen aan de 70.3 Iron Man in Knokke.”
Coenen schudde het competitiebeest dan toch nog niet van zich af? “Jawel, jawel. Ik mocht proeven van het prof-zijn, het is goed geweest. De laatste jaren veranderde de koers zo veel. Als ik zie hoe het er nu aan toegaat, mis ik het niet. Corona veroorzaakte bij de jeugd een enorme trigger op trainingsvlak. De snelheid ging sindsdien serieus omhoog.”



Koersherinneringen
We zien Coenen niet vaak meer opduiken in de koers. “Veel contact met mensen in het wielermilieu heb ik inderdaad niet meer. Af en toe nog eens met Jens Reynders. Ik volg de koers nog een beetje, maar dan vooral mijn kameraden die op Elite 2-niveau rijden. En daarnaast ook Cedric Raymackers in de Elite 3. Ik ga wel nog eens kijken naar de wedstrijden in de buurt, zoals de Elfstedenronde en de Baloise Belgium Tour”, vertelt hij.
“Het kriebelt niet meer als ik langs de kant sta. Ik vind het vooral fijn om met mijn zoontje te gaan kijken. Hij is erg geïnteresseerd in de koers. Het is heel leuk om te kunnen zeggen dat ik er ook tussen gereden heb.”
Ondertussen is zijn zoontje Juliano 2,5 jaar. Hij zal papa Coenen ongetwijfeld nog regelmatig aan zijn koersverleden doen terugdenken. “Mijn mooiste herinnering is de overwinning in Geraardsbergen tegen Björn Leukemans en Kenneth Vanbilsen. En natuurlijk de grotere koersen waar ik op TV kwam door voorop te rijden, zoals de Ronde van België.”



Cibel-Cebon
Bij Cibel-Cebon presteerde Coenen op een heel mooi niveau, waarna hij nog een jaar voor Acrog-Tormans uitkwam. Dat voelde niet direct als een stap terug. “Tijdens het laatste jaar bij Cibel leerde ik mijn vrouw kennen en ging de ploeg failliet. Het was voor mij goed geweest na 3 jaar als prof. Dat jaar begon ik te werken, ik wilde wel nog koersen maar op een lager niveau. Doordat ik vroeger ook altijd bij Jef Robert in de ploeg zat, kreeg ik opnieuw de kans bij Acrog. Na een jaar gingen ze echter enkel door met de beloften.”
Daarna reed Coenen nog een seizoen bij VP Consulting, maar dat bleek een reality check waar hij weinig van genoten heeft. “Dat is niet helemaal geworden wat ik ervan had verwacht”, grijnst hij. “Werken, een vrouw en de koers combineren bleek niet evident. Ach, het is een leuke periode geweest om te koersen, maar er is een andere kant aan het leven. Ik geniet nu ook van de zaken die ik met mijn vrouw en kind kan doen.”
Op sportief vlak breidde Coenen zich dus intussen uit naar het triatlon. “Daarin is het fietsen nog steeds mijn makkelijkste onderdeel”, bekent hij. “Ik fiets nog elke week. Al is het op een minder niveau, maar zo blijft die fietsconditie er inzitten. Ik haal natuurlijk niet meer dezelfde gemiddeldes die ik zou willen, maar deelnemen op zich is belangrijker geworden.”
Hij zou geen ex-topsporter zijn als hij zijn blik niet al half op 2026 richt. “Volgend jaar zou ik graag de marathon van Valencia lopen, maar dat zijn nog verre toekomstplannen. Ik liep ondertussen 3 marathons uit. Ik weet dus wat ik kan, maar in een speciale marathon wil je natuurlijk iets extra doen. Nu loop ik rond de 3u45, mocht ik Valencia lopen zou ik onder de 3u30 willen uitkomen. Dan zal ik er wel meer tijd in moeten steken dan nu.”
