
Terwijl helaas ook in België het aantal wielerwedstrijden afneemt, blijft de Baloise Ladies Tour een rots in de branding. Sterker nog, de rittenkoers mag zich de belangrijkste etappewedstrijden voor vrouwen in de Benelux noemen. Maar hoe makkelijk het ook lijkt, organiseren is niet evident. “Elke editie zijn er wel andere uitdagingen”, vertelt frontman Geert Stevens.


11 edities in 12 jaar
De koers beleeft zijn 11e editie in 12 jaar – in het coronajaar ging de wedstrijd om evidente redenen niet door. Dat is op zich al een huzarenstukje. Maar het gaat hem niet alleen over kwantiteit, de kwaliteit van het deelnemersveld is van internationale top. Alle grote ploegen tekenen present. Zaterdag won Zoe Bäckstedt zowel de ochtendrit als de avondlijke race tegen de klok, nadat ze ook al de proloog had gewonnen. En Charlotte Kool pakte de massaspurt op De Wandelaar in Knokke. Ook Ellen van Dijk of een Chiara Consonni lieten mooie ereplaatsen optekenen. De erelijst bevestigt de status van de wedstrijd. Vorig jaar 2024 trok Lorena Wiebes het laken naar zich toe. Eerder waren ook al grote namen als Marianne Vos, Van Dijk, Jolien D’hoore en Emma Johansson eindwinnaar. Qua palmares kan dat wel tellen voor een organisatie.
“Het is duidelijk dat onze wedstrijd door de grote teams gesmaakt wordt”, vertelt Stevens. Het is een 2.1. koers en dus sowieso belangrijk inzake UCI-punten. Maar onze koers heeft een ideale plaats op de kalender. Net voor de Tour de France Femmes willen bepaalde toppers nog kilometers maken en vooral de spurters willen hier hun sprinttrein uittesten. Neem nu Charlotte Kool. Die heeft openlijk vooraf benadrukt dat ze naar hier is gekomen om haar sprinttrein met Picnic PostNL uit te testen. Dat dat meteen in Knokke tot de overwinning leidde, bezorgde het team enige euforie. Daags nadien in Olsene werd ze ‘slechts’ 7e waarna ze besloot dat er toch nog werk aan de winkel is en er nog enige percentjes bij moeten. Zo ervaar je blijdschap en ontgoocheling in 2 dagen. Bij andere ploegen is dat net zo.”
Stevens is al sinds de start van dit initiatief de organisator. “We zijn ooit, 12 jaar geleden begonnen als een 2-daagse. Ik had nooit durven dromen dat we 12 jaar later zo’n organisatie zouden kunnen opzetten, een 2.1. wedstrijd zouden zijn en zulke toppers op onze erelijst zouden hebben”, mag hij zichzelf op de borst kloppen.



Proloog in Nederland omdat het niet anders kan
“We hebben van meet af aan gekozen voor een grensoverschrijdend initiatief”, duidt Stevens. “De openingseditie bestond uit een rit in Philippine in Zeeland en in Sint-Laureins in het Meetjesland. De redenering was: in Nederland is fietsen erg populair en de wereldtop van het vrouwenwielrennen zit in Nederland. Dat bleek de juiste zet: we hebben telkens een sterk deelnemersveld dat vanuit het noorden afzakt. In elke editie zat er wel een rit – meestal de proloog – in Nederland in. Dat was vaak in Zeeland: Cadzand, Breskens, Vlissingen, Hulst, Yerseke,…. Enkel Utrecht was de uitzondering. Veel Vlamingen kennen Zeeland en gaan er makkelijk heen en omgekeerd strijken de Zeeuwen ook veel bij ons neer.”
“Het kan voor een buitenstaander vreemd lijken dat we telkens enkel een proloog in Nederland hebben en de ritten in lijn in België doorgaan. Maar voor een organisator is dat logisch en vanzelfsprekend. Het is in Nederland moeilijk, zo niet onmogelijk, om politiebegeleiding te krijgen voor een etappe. Dus dien je nagenoeg verplicht op een kort gesloten circuit te blijven. Ideaal voor een proloog, maar dus niet voor een verplaatsing van een startplaats naar een andere finishplaats. Mocht het politieverhaal in Nederland op termijn worden opgelost, dan sluit ik niet uit dat we etappes in lijn bij hen zouden opzetten. Want er is wel degelijk interesse bij onze noorderburen.”
Wat de grootste uitdagingen zijn voor een organisator? Stevens aarzelt niet: “De veiligheid, dat blijft primordiaal. We hebben 3 ‘safety managers’ die het parcours uittekenen en binnenste buiten keren op zoek naar onveilige situaties en obstakels en dit dan via Veloviewer in kaart brengen om er vervolgens de nodige veiligheidsmaatregelen rond te nemen. We hebben geïnvesteerd in enorm veel meer veiligheidsborden, straatmeubilairbescherming en ‘visgraten’. Dat zijn gele doeken of pancartes met zwarte pijlen die wijzen op gevaar. We doen alles wat in onze mogelijkheden ligt om de veiligheid te verhogen. Ik noem dat de ‘externe’ veiligheid.”



Interne veiligheid
“De ‘interne’ veiligheid is wat er in het peloton gebeurt. Uiteraard kunnen wij het aantal valpartijen nooit tot 0 herleiden. Het geeft als organisator een gerust geweten als je kan zeggen dat je er alles aan hebt gedaan om ongevallen te vermijden en daar voldoende mensen voor hebt ingezet die dat met overtuiging opnemen. Om veiligheidsredenen beperken we het aantal ploegen tot 20 die met 6 rensters kunnen starten, wat dus maximaal 120 rensters betekent. In dat deelnemersveld laten we slechts enkele clubteams toe nadat die hebben bewezen dat ze hun plaats waard zijn. Het heeft geen zin om een clubteam een plezier te doen met startrecht om dan vast te stellen dat na 1 of 2 ritten de helft buiten tijd aankomt. Daar bewijs je niemand een dienst mee.”
Een andere uitdaging is toch ook wel de hele papiermolen die bij zo’n meerdaagse komt kijken. “Het begint al met de vergunningen die je moet aanvragen bij elke gemeente die je door wil. En, geloof het of niet, dat is in Nederland nog erger en strenger dan hier. Dat werk neem ik voor mijn rekening”, zucht Stevens.
Momenteel gaan de etappes, naast de proloog in Zeeland, enkel in Oost- en West-Vlaanderen door. “We denken wel aan ritten in andere provincies, tot zelfs in Wallonië. Maar 1 van onze troeven is ook dat de ploegen vanuit 1 centraal gelegen hotel makkelijk naar alle startplaatsen kunnen en niet telkens moeten verhuizen. Dat wordt door de ploegen geapprecieerd want die verplaatsingen maken het voor rensters en crew ook veel vermoeiender. Maar bijvoorbeeld de slotetappe zou je wel verder kunnen leggen omdat ze dan van daaruit naar huis zouden kunnen rijden.”
We zijn nu al benieuwd naar de editie 2026. Maar eerst kijken welke grote naam de editie van dit jaar 2025 op haar naam schrijft!
