
Welke Pyreneeëncol pik je eruit om de benen in te rijden daags na een autorit van 12 uur? De klim naar het skistation van Hautacam bleek een goede keuze. Een onregelmatige opdracht die zo een zegen is voor de wielertoerist die het rustig aan wil doen. Maar de benen ontploffen wel aan wedstrijdtempo.


Jordan Jegat
Wat is dat toch met de mensen die de profielen van cols uittekenen? Ze knippen het beginstuk regelmatig af alsof ze op die manier het gemiddelde stijgingspercentage de lucht in willen duwen. De voet van Hautacam ligt officieel in Ayros-Arbouix, maar vanuit Argelès-Gazost ben je dan eigenlijk al anderhalve km bergop aan het fietsen – al is dat beginstuk een echte opwarmer.
In Ayros versmalt de weg plots tussen de huizen, waardoor deze je even lijken te omhelzen voor je op de echte klim losgelaten wordt. Om dat gevoel te beklemtonen, loopt het plots steil bergop. Dit is een echt baken waar de klim begint. 13,6 km aan gemiddeld 7,8%, de statistieken leren je eigenlijk niets over deze beklimming. De weg naar Hautacam verloopt heel onregelmatig en is daarmee een ware Pyreneeëncol. De 1e helft valt best mee voor een eenzame fietser, die kan doseren zonder tegenstanders te moeten afmatten. Laat je vooral niet verleiden om vaart te maken op de minder steile stukken. De berg straft de recuperatiemomenten namelijk meteen af met zeer steile stroken.
Ons oog valt tijdens de klim op de namen op de grond: supporters blijken zich te spiegelen aan het type renner waarvoor ze juichen. Beneden vinden we namen als ontsnappingsman Mattis Le Berre en sprinter Jonathan Milan. Hoe hoger we klimmen, hoe beter de berggeit op het asfalt. Misschien ontdekten we hiermee een nieuwe methode om het eindklassement te voorspellen, want de hoge eindnotering van Jordan Jegat in 2025 lees je hier simpelweg al van de tarmac af.









Luc Leblanc
Hautacam ontleende zijn naam aan een bergtop in de buurt, een knap staaltje publiciteit om het middelmatige skiresort wat meer aanzien te geven. Verwacht boven geen bergdorp zoals in Alpe d’Huez, waarmee de klim wel eens vergeleken wordt. Behalve dat de weg naar een skistation leidt, vinden we de gelijkenis eerlijk gezegd niet.
Hautacam dankt zijn naam en faam zoals de cols in de buurt aan de passages van de Tour de France. Tadej Pogačar leed er 1 van zijn belangrijkste nederlagen uit zijn carrière, voor hij er in 2025 zelf de hamer zou bovenhalen. Hautacam kent eigenlijk slechts een korte Tourgeschiedenis. Dat verleden is helemaal schoon gepolijst, want weinig cols staan meer symbool voor het dopingverleden van de wielersport. In 2008 scoorden Leonardo Piepoli en Juan José Cobo een 1-2’tje voor Saunier Duval, een resultaat dat de dopingtests niet doorstond. De manier waarop Bjarne Riis in 1996 naar boven reed, staat op het netvlies van menig wielerliefhebber gebrand. Op een bepaald moment liet hij zich even afzakken, schakelde naar de grote plateau en liet vervolgens iedereen achter. Met dank aan het dikke bloed dat door zijn aderen liep.
Tijdens de klim zie je niets van dat alles: de grote molen van Riis is uitgewist en Luc Leblanc gaat met de aandacht lopen. Naar aanleiding van de Tourpassage in 2025 eert de regio zijn overwinning in 1995: op de plekken van de cruciale fases prijken borden waar je alles kunt herbeleven.







Col de Tramassel
In de 2e helft van de klim schieten sommige pentes een eind in de dubbele cijfers, een aantal keer geeft onze GPS zelfs 15% aan. We beginnen stilaan te begrijpen hoe Pogačar hier Vingegaard 2 minuten aan de broek smeerde. De moeilijkheid zit hem vooral in het mentale, want de col haalt soms een goocheltruc uit. Op een stuk dat helemaal niet steil lijkt, hebben we plots geen kroontjes meer over. Gelukkig leidt het uitzicht af: bij de voet niet zo speciaal, maar hoe hoger je klimt, hoe mooier het zicht op de omliggende bergen wordt.
Laat je niet overdonderen door het bedrieglijke profiel: ook in de kilometers met een gemiddeld stijgingspercentage van 10% regeert de onregelmatigheid. Hoe kort de welkome rustpuntjes ook zijn, je krijgt ze wel degelijk. Op een bepaald moment schotelt de berg zelfs een korte afdaling voor: een zegen die je ritme ook compleet kan verstoren. We klimmen in het hoogseizoen, toch valt het verkeer vrij goed mee. Een paar km voor de top slalommen we plots tussen de koeienvlaaien, we spotten de daders op de rand van de weg. Vlak voor de laatste bocht moeten we even het grind in, om paarden te omzeilen.
Wie meteen een 2e Pyreneeëncol wil afvinken, kan nog een km verder klimmen tot de top van de Col de Tramassel. We schatten dat de weg gemiddeld 8% oploopt, zeker haalbaar als je al tot hier bent geraakt. Wij waren er in elk geval beter aan toe dan de schapen die midden op het asfalt lagen. De weg kronkelt in het slotakkoord net iets meer langs de bergwand, wat mooi contrasteert met de bergen op de achtergrond.
