
Maandagavond 18 augustus in ’s Gravenwezel. De 1e reeks van het dernycriterium is in volle gang, nog slechts 4 ronden te gaan. Streekrenster Tessa Zwaenepoel maakt zich op om haar plaats in de finale af te dwingen en trekt hard op na een bocht. Maar dan gaat het mis: een horrorcrash maakt een einde aan haar wedstrijd en meteen ook aan haar wegseizoen. Vanuit de Intensive Care van het hospitaal doet ze haar verhaal.


Horrorcrash had nog slechter kunnen aflopen
Niettegenstaande de wel heel zware val, was Tessa Zwaenepoel nooit buiten bewustzijn. Ze kan zich nog perfect herinneren wat er gebeurde. “Na een bocht trek ik op aan nagenoeg maximaal vermogen en plots schiet mijn ketting door, waardoor ik over mijn stuur ga en tegen een snelheid van zo’n 45 km/u weg wordt gekatapulteerd. Ik knal op een verkeerspaal, waarna ik word teruggeworpen op de borduur van de straat. Ik heb geen schaafwonden. Mijn val is dus niet afgeremd door over het wegdek te schuren. De rechterkant van mijn lichaam heeft de volledige impact opgevangen.”
“Ik lag op mijn rechterzijde, kon me niet bewegen, kreeg geen lucht en had een beangstigend gevoel. Alsof ik zou stikken. Het duurde naar mijn aanvoelen erg lang eer ik letterlijk adem kon halen.… Ik werd met de ambulance weggebracht naar het AZ Voorkempen in Malle, waar ik sindsdien op de Intensive Care lig. Diagnose: 3 gebroken ribben, een gebroken schouderblad, sleutelbeen in 3 stukken en een zwaar gekneusde long. Allemaal aan de rechterkant. Die long moet nu eerst wat genezen. Dan pas kan kunnen ze mij opereren aan mijn sleutelbeen. Dat staat voor vrijdag gepland.”
Hoe zwaar de tol ook is, Tessa Zwaenepoel beseft dat ze aan erger is ontsnapt. “Had ik enkele centimeters meer naar rechts terechtgekomen, dan was ik met m’n hoofd of borstbeen op die paal beland en waren de gevolgen véél erger geweest”, aldus de 23-jarige Kempische. “Gelukkig was er niemand anders betrokken bij de val. Het was ook niemands schuld, het was een ongelukkig mechanisch probleem dat de crash veroorzaakte.”



Verschillende disciplines
Zwaenepoel rijdt wel vaker dernycriteriums waar rensters achter een dernymotor rondjes draaien. Ze is dus ervaringsdeskundige op het vlak van veiligheid. “Anders dan wat buitenstaanders soms denken, vind ik zo’n dernyraces net veiliger dan gewone wedstrijden”, beaamt ze. “Er komt totaal geen gedrum aan te pas, de rondjes zijn vrij simpel op een parcours dat weinig tot geen obstakels bevat. Daardoor is het risico op valpartijen eigenlijk kleiner. De snelheid is wel hoger, waardoor een valpartij als deze zwaardere gevolgen kan hebben. Jammer genoeg was er aan dat paaltje geen strobaal of andere bescherming aangebracht, dat had wellicht de klap wat kunnen reduceren. De organisatoren doen wel hun best om alles in veilige banen te leiden – letterlijk en figuurlijk – maar ik hoop dat mijn val hen aanzet om in de toekomst nog beter te doen. En dan hoop ik er terug bij te kunnen zijn!”
De toch wel ernstige blessures maken dat we Tessa Zwaenepoel de komende weken of maanden in het peloton zullen moeten missen. “Ja, ik was in volle voorbereiding op het crossseizoen. Ik wilde wel nog wat wegwedstrijden rijden om voldoende op snelheid te trainen, maar in oktober zou ik het veld induiken. Dat kan ik nu in ieder geval wel vergeten. Het is zeker nog te vroeg om nu al te kunnen dromen van een datum voor mijn heroptreden. Maar dat ik blijf koersen, dat is een uitgemaakte zaak. Ik doe het té graag om dat te laten vallen. Ik probeer daarbij verschillende disciplines te combineren: wegwielrennen, veldrijden, gravelen en zelfs mountainbiken. Dat laatste wil ik zelfs meer gaan doen. Ik hou wel van die afwisseling.”



Geen WorldTour
Ze beseft weliswaar dat ze niet het niveau kan halen om profrenster te zijn. “Ik heb mijn plaats in het peloton van de nationale wedstrijden en in B-crossen haal ik regelmatig podium en zelfs overwinningen”, duidt Zwaenepoel. “Maar WorldTour ga ik nooit worden. Dus zie ik de koers ook als een gepassioneerde hobby naast mijn job. Ik werk 4/5e in het woonzorgcentrum De Mick in Brasschaat. Als woon-leefbegeleider ben ik daar hoofd van de ‘animatie’ en zet ik dus activiteiten op voor de bewoners zoals de jaarlijkse kerstmarkt en barbecue. De oudjes gaan me nu wel even moeten missen”, lacht ze.
“Mijn job is ideaal te combineren met mijn sport. Momenteel rijd ik nog als individuele renster maar ik ben in gesprek met ‘Kasseien Fietshuis’ uit Meulebeke. Dat is een verblijfsaccommodatie gericht op wielrennen en fietstoerisme. Zij zijn recent ook gestart als vrouwenwielerteam. Zo heb ik met hen al kunnen starten in een mixed team in Wasseiges. Het is goed dat dit soort teams er zijn, voor meisjes die hun sport als passie zien maar niet noodzakelijk als een manier om de kost te verdienen”, besluit ze.
