
Op zaterdag 20 september 2025 rijdt Jens Teirlinck zijn laatste cross in het B-circuit. In Steenhuffel neemt de 28-jarige renner van Carbonbike Giordana afscheid van de discipline waarin hij jarenlang actief was. Het besluit om te stoppen is er niet van de ene dag op de andere gekomen. “Eigenlijk speelt dit al sinds vorige winter”, vertelt de West-Vlaming. “De kalender is veranderd, de verplaatsingen zijn te ver en het werd steeds moeilijker om helpers te vinden. Dan moet je keuzes maken.”


Leegelopen kalender
Zijn definitieve afscheid van het veldrijden vindt plaats op een symbolische plek. “Ik rijd mijn laatste cross in Steenhuffel, in de B-categorie. Dat is geen toeval. Iemand uit de organisatie, Mats Van Hemelryck, is ploegleider bij ons. Hij is na al die jaren ook een goede vriend geworden. Het voelt juist om daar mijn laatste wedstrijd als veldrijder te betwisten.”
Voor de buitenwereld komt het bericht misschien onverwacht, maar voor Teirlinck was het een proces van meer dan een half jaar. “Ik heb er vorige winter al vaak over nagedacht”, bekent hij. “Toen reed ik nog 1 van mijn betere seizoenen, durf ik wel stellen. Maar het werd gewoon te zwaar om alles rond te krijgen. Crossen vraagt veel meer dan enkel zelf trainen en rijden.”
1 van de belangrijkste redenen is het steeds schralere aanbod aan B-crossen. “De kalender is niet meer wat hij geweest is”, klinkt het. “In Oost- en West-Vlaanderen is er amper nog iets. Ik woon in Anzegem, maar als ik wil crossen moet ik bijna altijd richting Antwerpen. Dat zijn lange verplaatsingen, vaak alleen, en dat begint op de duur wel te wegen.”
Volgens hem ligt de kentering bij een hervorming enkele jaren geleden. “Sinds de Vlaamse Cyclocrosscup en de Moedige Veldrijder in 1 project van Cycling Vlaanderen zijn samengegaan, is het aantal wedstrijden alleen maar afgenomen. Op dit moment is er vaak maar 1 B-cross in het weekend, en dan nog dikwijls op zaterdag. Voor iemand zoals ik, die op zaterdagvoormiddag werkt, is dat praktisch onmogelijk. Ik ben een paar keer direct na het werk naar een cross gereden. Dan kwam ik om 1 uur of half 2 ter plaatse aan. Dat is gewoon niet te doen. Dan ben je eigenlijk leeg nog voor de start.”



Ook deelnemers haken af
Ook de sfeer en het niveau zijn veranderd. “In september en oktober staat er nog wat volk aan de start, maar eens je half november bent, zie je het deelnemersveld instorten. Veel eliterenners zonder contract – eigenlijk renners die qua niveau in de B-categorie horen – trekken dan naar het buitenland voor UCI-punten. Dat neemt hier veel kwaliteit en bezetting weg. Voor organisatoren wordt het zo nog een stuk moeilijker om een aantrekkelijk aanbod te blijven verzorgen.”
Dat maakt het voor renners als Teirlinck minder interessant. “De charme van de B-crossen was net dat je stevige concurrentie had. Maar als er nog amper volk staat, dan valt een groot stuk van de motivatie weg. En eerlijk: minstens zo doorslaggevend is het gebrek aan ondersteuning. Om een cross deftig te rijden, heb ik 3 mensen nodig in de materiaalpost. Bij mij was dat bijna altijd een probleem. Vaak reed ik alleen naar de cross, deed ik mijn ding en reed ik weer terug. Op die manier wordt zo’n sportdag wel héél lang en vermoeiend.”
Het probleem is herkenbaar voor veel B-veldrijders: zonder een vaste ploeg van helpers en mecaniciens is het moeilijk om structureel mee te draaien. “Ik ben zelf fietshersteller bij Fietsen Godefroot in Deurle, dus ik kan mijn materiaal wel in orde zetten. Maar tijdens de wedstrijd zelf heb je mensen nodig die bijspringen. Dat was steeds moeilijker te regelen.”



Koppenbergcross
Betekent dit het einde van zijn koerscarrière? “Zeker niet. Ik stop niet met koersen, enkel met crossen”, benadrukt Teirlinck. “Ik blijf actief op de weg en in het gravelcircuit. Het geeft me ook meer ruimte in de winter. Door niet te crossen kan ik beter trainen, meer op adem komen en mij degelijk voorbereiden op het wegseizoen.”
Ook zijn gezin speelde mee in de beslissing. “Met een kindje thuis wil je je tijd bewuster besteden. Crossen slorpt heel veel weekends op. Gravel en wegkoersen zijn makkelijker te plannen. Het is gewoon keuzes maken. Maar ik kijk met voldoening terug, hoor. Mijn mooiste herinneringen liggen toch bij de jeugdcategorieën. Als junior stond ik op het podium in de Koppenbergcross, in Overijse en in Zonnebeke. Ik reed toen bijna voortdurend top 5 in de A-crossen. Dat was de schoonste periode. Toen kon ik echt meedoen voor winst.”
Ook de laatste jaren gaven voldoening, al lag het niveau anders. “In de B-crossen reed ik vaak rond de top 10. Gezien de beperkte trainingsuren vond ik dat zeker niet slecht. De laatste 2 jaar stond ik zelfs op het podium van het provinciaal kampioenschap. Voor mij was dat het bewijs dat ik nog altijd mee kan. Toch draaide het de voorbije seizoenen minder om resultaten. Ik was vooral tevreden als ik zelf vond dat ik een goede cross reed. De druk was weg, het plezier stond voorop. Dat maakt dat ik nu ook vrij sereen kan stoppen.”
Of is er nog een opening? “Misschien rij ik nog eens een cross voor het plezier. Als er eentje kort bij huis is, bij de LRC bijvoorbeeld, kan dat. Gewoon voor de fun, zonder druk. En wie weet, als iemand mijn kop zot genoeg maakt, misschien zelfs nog eens een A-cross. Maar dat zal uitzonderlijk zijn.”
