
WielerVerhaal bracht begin dit jaar 2025 een interview met Nanoi Van Wettere, de jonge Belgische belofte die de overstap maakte van de U19 naar de elitecategorie. Nu het seizoen er voor haar – ietwat voortijdig – op zit, maken we het bilan op.


Er na 25 km af
De directe aanleiding om haar te bellen was een alarmerend berichtje op haar Instagrampagina. Bij een foto van Van Wettere in een ziekenhuisbed bekende ze het voorbije jaar soms aan stoppen te hebben gedacht. Maar als we haar aan de lijn krijgen, klinkt ze gelukkig al strijdvaardiger. “Die hospitalisatie heeft hoe dan ook niets te maken met de koers”, vertelt de Ieperse. “Ik had een klein goedaardig knobbeltje in mijn borst en dat moest er uit. En daarvoor was het nu een goed moment. Het seizoen loopt op zijn eind en dan heb ik dus maximaal de tijd om te herstellen en me voor te bereiden op het volgende seizoen.”
We blikken samen terug op haar 1e seizoen bij de elite. Dat verliep niet zoals gewenst. “Ik voelde het eigenlijk meteen op trainingskamp, ik was 1 van de minderen van de ploeg”, bekent ze. “Het tempo van de meer ervaren rensters kon ik gewoon niet aan en ik heb dan maar veel alleen getraind. Ik kon er niet direct de hand op leggen wat er scheelde. We meenden dat ik gewoon niet de juiste trainingen deed. Ik veranderde van trainer en de eerste kermiskoersen gingen best wel goed. Ik werd 15e in Klein-Sinaai en eindigde ook in het pak in Escanaffles en Ottergem. En de Scheldeprijs, mijn 1e UCI-wedstrijd tussen de grote namen, liep ook behoorlijk.”
Maar in de Ronde Van Moeskroen, een 1.1. wedstrijd, werd ze er na 25 km afgereden. “Toen begonnen de twijfels steeds meer de kop op te steken. Er was uiteraard ook druk: zowel van de ploeg, mijn omgeving, als van mezelf. Kon ik dit niveau wel aan? Zou ik het wel ooit aankunnen? Scheelt er iets met mijn lichaam. Na onderzoek bleek dat ik al een paar maanden mycoplasma had. Wellicht al heel de winter. Na een periode van rust probeerde ik terug op te bouwen. Maar dan nog was het moeilijk. Ik ervaarde dat ik nog niet helemaal rijp was voor koersen op UCI-niveau. Even viel mijn motivatie en geloof in eigen kunnen weg, maar nu ben ik me terug aan het opladen.”



Nood aan meer U23 wedstrijden
Van Wettere maakt ook de ruimere analyse, los van haar persoontje. “De overgang van U19 naar het continentale niveau is voor het gros van de meisjes te groot. We zijn niet allemaal Cat Ferguson (de amper 19-jarige Britse won diverse koersen van hoog niveau en eindigde dit seizoen zelfs als 2e in de Tour of Britain, red). Enerzijds is het wel leuk en een enorme ervaring om als 18- of 19-jarige tussen Kopecky en Wiebes aan de start te staan, maar het niveauverschil is op die leeftijd gewoon torenhoog. Zelfs de zogenaamde kermiskoersen zijn in de zomermaanden van een enorm niveau: 150 vertrekkers waarvan de helft buitenlanders en 1 op 3 profrensters. Die situaties zijn geen uitzondering.
Er zijn inderdaad bijna geen U23-wedsrijden. “Als ik me niet vergis, zijn er hooguit een 3-tal kermiskoersen, specifiek voor U23. Meer U23-wedstrijden zouden dus al een oplossing zijn. Want nu zie je veel talentvolle meisjes na 1 of 2 jaar gedesillusioneerd afhaken. Ik dacht ook even aan stoppen. En omgekeerd zie je weinig continentale ploegen in jeugd investeren. De budgetten zijn beperkt en dus is er geen plaats om meisjes in de luwte te laten groeien. Ook ik diende daarom naar een andere ploeg uit te kijken.”
“Mijn huidige ploeg, DD Group, heeft ook wel een clubteam, maar dat zat al vol voor volgend jaar. Ik heb dan maar gesolliciteerd bij development teams en diverse clubteams, maar de meesten zaten ook vol. Gelukkig ben ik nu bijna rond met een clubteam, waar ik toch weer kansen ga krijgen om mooie interclubs en 1.2-wedstrijden te rijden. Ik wil zeker ook kermiskoersen meepikken, maar enkel dat is niet waar ik van droom. Ik zie mijn transfer naar een clubteam dus niet als een stap terug maar als ‘reculer pour mieux sauter’, even gas terugnemen om weer vooruit te komen.”



Studie combineren met sport
Intussen wedt Nanoi Van Wettere op 2 paarden. Zo wil ze enerzijds de hoop op een wielercarrière niet opgeven, maar tegelijk toch een hoger diploma behalen. “Volgende week start ik een educatieve bachelor opleiding aan VIVES Torhout, waar ik de richting Leerkracht LO en Bewegingsrecreatie ga volgen. Ik wil die studie combineren met koersen, maar ik vind het wel belangrijk om een diploma te hebben, zeker nu het vrouwenwielrennen nog onzekere tijden doormaakt. De studie geeft me dankzij mijn topsportstatuut ook voldoende flexibiliteit om intensief te blijven sporten. Mogelijks doe ik er 4 jaar over, in plaats van 3 jaar. We zien wel welke keuzes ik de komende jaren moet maken”, besluit ze.
