
Eind 2024 voelde Dylan Van Den Berghe, toen nog als nieuweling aan de slag bij Avia-Rudyco, dat er iets mis was met zijn hart. Enkele maanden later, met een droomcontract bij de junioren van Soudal Quick-Step op zak, werd hij op de pechstrook van de autosnelweg gereanimeerd door zijn vader. Een direct en onthutsend relaas over een carrière die abrupt stopte en een leven dat een 2e kans kreeg.


20 minuten tussen leven en dood
De eerste signalen dienden zich aan tijdens de laatste wedstrijden van 2024. “Ik had een raar gevoel aan mijn hart. Overslagen, van die extra’s”, vertelt Dylan Van Den Berghe. “Aan het eind van een inspanning sloeg dat precies op hol. Het duurde dan even tot dat weer stopte.” Hij nam het probleem serieus en onderging medische onderzoeken, waaronder monitoring. De conclusie van de artsen was echter tweeledig. “Ze noemden het ‘extra’s’ die het resultaat konden zijn van onder meer stress. Ik moest ermee leren leven. Dat zeiden ze letterlijk.”
Met die boodschap en een vers contract bij de opleidingsploeg van Soudal Quick-Step – een droom die uitkwam – startte hij het nieuwe seizoen. Hij informeerde zijn nieuwe ploeg niet over de problemen. Het contract was eerder al getekend – de contacten met Johan Molly ontstonden na de klimkoers van Herbeumont. “Als de dokters zeggen dat het verder niks is, is dat ook niet echt nodig”, redeneerde hij. Na een kermiskoers en Kuurne-Brussel-Kuurne stond hij begin maart 2025 aan de start in De Klijte. Het zou zijn laatste wedstrijd worden.
“De rit naar huis na de koers veranderde alles”, doet hij zijn verhaal. “Ik zat zelf achter het stuur, met mijn voorlopig rijbewijs. Op de autosnelweg kreeg ik ineens een hartstilstand en verloor ik het bewustzijn. Mijn vader, die naast me zat, reageerde bliksemsnel. Hij heeft het stuur moeten overpakken en met de handrem de wagen op de pechstrook moeten zetten. We gingen immers van het middenvak recht richting een betonnen pijler.”



8 elektroshocks
Wat volgde, was een strijd op leven en dood. “Hij heeft mij direct uit de auto getrokken en de reanimatie gestart op de pechstrook”, doet Van Den Berghe zijn relaas. “Mijn vader had dat geleerd tijdens een EHBO-cursus op het werk. De hulpdiensten arriveerden en namen het over. Ze hebben 8 elektroshocks uitgevoerd, maar er was geen reactie. Dan hebben ze op het einde met 2 machines tegelijk een shock uitgevoerd en toen was er 30% hartslag. In totaal duurde de hartstilstand 20 minuten. Dat is heel lang. Weinig mensen halen dat na zo’n lange hartstilstand.”
Dylan Van Den Berghe werd 3 dagen in een kunstmatige coma gehouden. Er waren 3 scenario’s: niet meer wakker worden, wakker worden met hersenschade, of volledig herstellen. Het werd het laatste. “Gelukkig is het zo gegaan, dat ik geen hersenschade heb en nog iedereen herken”, zegt hij. Mijn medische strijd was echter nog niet gestreden. In het ziekenhuis van Aalst onderging ik een ablatie die niet hielp en kreeg ik ook een defibrillator ingeplant.”
Maar de hartritmestoornissen bleven. “De artsen stuurden me naar huis, in de hoop dat de rustige omgeving zou helpen. Het effect was echter averechts. Ik was nog maar 2 uur thuis en kreeg een shock van de defibrillator. Na een spoedopname en een 2e shock in het ziekenhuis besloten de artsen over te gaan tot een complexere, epicardiale ablatie langs de buitenkant van het hart. Die heeft uiteindelijk resultaat gehad en sindsdien zijn mijn hartritmestoornissen onder controle.”



Gent-Wevelgem en Ronde van Vlaanderen
De wielercarrière is voorbij. Dat besef is zwaar. “Inderdaad, dat is moeilijk om te beseffen. Je hebt veel moeilijke momenten dat je toch wel denkt van ‘zo jammer’.” Toch overheerst de dankbaarheid. “De grootste troost is dat ik er nog ben. Dat koers eigenlijk maar een klein ding is dat ik heb moeten afgeven als je weet dat ik er nu nog gewoon ben.”
Zijn ploeg, Soudal Quick-Step, liet hem niet vallen. Integendeel. “Het team is enorm hard betrokken geweest”, benadrukt de ex-renner. Hij werd meegenomen in de volgwagen tijdens Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen om hem bij de sport te betrekken. En de steun reikt verder dan zijn rennerscontract. “Mijn ploeg heeft ook gezegd dat het contract eigenlijk nooit stopt. Niet meer als renner, maar bijvoorbeeld als verzorger of als mecanicien is er altijd een plaatsje vrij voor mij.”