
Het is een gespreksonderwerp voor vele televisiekijkers die van veldrijden houden. De dominantie van de Nederlandse vrouwen en de tweestrijd België-Nederland bij de mannen. Maar wie wat diepgaander analyseert, stuit op een heel andere, dominantie: de renners die voor de gebroeders Roodhooft rijden.


4 teams
Het zou een goeie vraag kunnen zijn voor een wielerquiz. In de Wereldbeker Veldrijden van Koksijde op 21 december 2025 werden de plaatsen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 13, 14, 15 en 16 weggekaapt door renners van dezelfde stal en toch reden 7 van de 11 renners met een andere trui. Hoe kan dat? Het antwoord: al die renners zitten in de stal Roodhooft. Winnaar Mathieu van der Poel rijdt in de regenboogtrui. Laurens Sweeck, toen 2e, in de leiderstrui van de Wereldbeker. Niels Vandeputte vervolledigde het podium met het blauwgrijze Alpecin-Deceuninck shirt en Tibor Del Grosso werd 4e in de Nederlandse kampioenentrui.
Toon Vandebosch en Joran Wyseure eindigden op 6 en 7 in de groene trui van Crelan-Corendon. Een team dat onder de auspiciën van de Roodhooft-broeders staat. Cameron Mason is Brits kampioen, maar komt uit voor Seven. Ook al een ploeg van de Roodhoofts. Emiel Verstrynge eindigde 13e en rijdt ook bij Crelan-Corendon. Witse Meeussen, ook al in groen shirt van Crelan-Corendon, finishte net na de Zwitser en net voor de Nederlander Ryan Kamp, die met een kaki-groene trui van Fenix reed. Nog een ploeg van diezelfde crossbonzen.
4 ploegen met elk hun eigen trui, maar toch dezelfde teammanager. Transparant is dat niet. Het leidde tot volgend gênant interview live op Sporza. Op een moment dat de uiteindelijke top 4 al ver voor Toon Aerts uitreed, stelde Maarten Vangramberen de vraag aan Christoph Roodhooft: “3 renners van jouw ploeg op het podium, zou dat kunnen?” Hij doelde op Van der Poel, Vandeputte en Del Grosso, die voor Alpecin-Deceuninck (intussen Alpecin Premier Tech) rijden. Daarbij de betaalheer van Sweeck schromelijk over het hoofd ziend. Roodhooft deed alsof zijn neus bloedde en zei: “Dat zou zo maar eens kunnen…” Wie houdt men hier voor de gek?

Merkentruien
Niet de we flagrante koersvervalsing hebben gezien, maar het kan haast niet anders dan dat een renner voor een ploegmaat al eens makkelijker uit de weg gaat of op het asfalt een gat dichtrijdt. Of omgekeerd: een gat laat vallen dan wel in de weg blijft liggen, als er iemand van een andere ploeg achter hem zit. Flagrant dus niet, maar subtiel wellicht des te meer…
Op het Europees kampioenschap bij de vrouwen was die koersvervalsing door Roodhooft-discipelen in ieder geval niet ver af. Dat leidde tot enige frustratie bij de doorgaans zeer minzame en diplomatische Lucinda Brand. Het Europees kampioenschap wordt verreden in nationale truien. En uiteraard moet je als toeschouwer dan ook telkens denken “wie is er ploegmaat van wie als ze voor de rest van het seizoen in merkentruien rijden”. In het veldrijden begeven we ons dan aan hogere wiskunde. Wie is er ploegmaat van wie en wie is er daarbovenop ook nog gelieerd aan een andere ploeg, als ze voor de rest van het seizoen in merkentruien rijden? Dat resulteerde op het EK voor vrouwen tot de allermoeilijkste gedachtenkronkels.
Crelan-Corendon rijdster Inge Van der Heijden was het snelst weg. Daarachter vormde zich een achtervolgende groep met 5 rensters, waarvan er 3 voor de Roodhoofts rijden: Aniek van Alphen komt uit voor Seven, Sara Casasola voor Crelan-Corendon en Hélène Clauzel rijdt – tot dan – wel in een zwarte merkenloze trui maar werd materieel ondersteund door de stal Roodhooft.

Potentiële koersvervalsing
Niet veel verder was de achtervolgende groep uitgedund tot 3, met Brand, Van Alphen en Casasola. We hadden dus een situatie waarbij een Nederlandse voorop reed en 2 landgenoten in het groepje daarachter zaten. Dan zou men normaliter verwachten dat de Italiaanse, die nota bene in topvorm verkeerde, alles in het werk zou stellen om het gat dicht te rijden. Maar Sara Casasola gaf niet thuis. Ze vertikte het om op kop te rijden. En uiteraard kon Aniek van Alphen zich verstoppen achter ’s lands belang.
Dat leidde tijdens de wedstrijd tot zichtbare frustratie bij de leading lady van het veldrijden en net na de finish uitte ze die ook. Later op het podium was ze alweer haar diplomatische zelve en analyseerde ze nuchter de toestand. “Ik zat gevangen in het ploegenspel dat op kampioenschappen altijd meespeelt. Maar ik had maar beter moeten starten…”, legde ze de schuld toch deels bij zichzelf. Niet dat we geringschattend over Inge willen doen, maar in de Wereldbekers haalt ze tot dusver geen top 5. Het EK is voor Brand dan weer de enige van haar jongste 16 crossen die ze níet won.
En dan komt het nieuws dat de Roodhoofts nog een bijkomende ploeg opstarten, al is het voorlopig een tijdelijk project tot eind dit crossseizoen. Team Ekoï zal met Colnago-fietsen rijden en bestaat uit Ryan Kamp, Hélène Clauzel en Lauren Molengraaf. Die eerste 2 zijn geen verrassing want behoorden al formeel of informeel tot de Roodhooft-stal. De Nederlandse subtopper Lauren Molengraaf lag onder contract bij Charles Liégeois Roastery CX en maakt nu ook de overstap.
Op zich valt het toe te juichen dat het broederpaar zoveel werkgelegenheid voor crossers creëert. En het kan hen al zeker niet verboden worden. Het is per definitie geen kartelvorming, al dreigt het er wel naar te neigen. De UCI doet er goed aan om te waken over potentiële koersvervalsing.
