
Steffen De Schuyteneer (20) staat aan de vooravond van een seizoen dat voor hem de poort naar de top moet openbreken. De beloftevolle renner uit Geraardsbergen oogt scherp en is zich bewust van de verwachtingen. Na een winter vol hard labeur en het gekende fusieverhaal kijkt de Nieuwelingen-Flandrien van 2021 straal vooruit.


Klassiekers en sprintkansen
De Schuyteneer is geen man van grote woorden. Zijn antwoorden zijn kort en direct. De voorbije wintermaanden legden de fundering voor wat komen moet. “Ik ben een maandje in Spanje geweest en nu afgelopen week ook”, vertelt hij. De trainingskilometers onder de Spaanse zon hebben hun werk gedaan. “Op training gaat het al wat makkelijker dan vorig jaar. De wattages zijn er”, bevestigt hij.
Maar De Schuyteneer weet als geen ander dat vermogen niet het volledige verhaal vertelt. “We moeten de wedstrijden afwachten, hoe het gaat. Het is meer dan alleen hard op de pedalen duwen; je moet de koersomstandigheden en het gevoel op de dag zelf zien.” Ondanks zijn stevige progressie blijft hij met de voeten op de grond. Hard werken is de basis, beseft hij. Dat in de koers zelf de puzzelstukken moeten samenvallen. “Vooral een goede voorbereiding en mentale sterkte zijn van cruciaal belang”, klinkt het
Zijn programma voor 2026 is een mix van Belgische eendagswedstrijden, selectieve WorldTour-koersen en rittenkoersen voor type sprinters. Het is een traject dat hem moet toelaten verder te groeien. De focus ligt daarbij op de wedstrijden die zijn profiel als snelle man en klassiekerspecialist onderstrepen. Ook in 2025 mocht De Schuyteneer proeven van het voorjaar. “Vooral de sprintkoersen en de klassiekers natuurlijk. Die liggen me het beste”, duidt hij. “Dat zijn inderdaad de koersen waar ik me wel wil tonen.”


Muur van Geraardsbergen
Opgroeien op een boogscheut van de iconische Muur van Geraardsbergen heeft zijn liefde voor het voorjaar alleen maar aangewakkerd. “Mijn roots liggen in de Vlaamse Ardennen, waar ik als jonge kerel begon met fietsen en naar de koers keek”, vertelde hij eerder. “Het is een droom van mij om ooit de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix te winnen.” Die droom is nog veraf, beseft hij, maar de ambitie is er niet minder om.
Binnen de fusieploeg Lotto-Intermarché kent hij zijn plaats. De pikorde is gekend, met Arnaud De Lie als absolute kopman in de grote klassiekers. De Schuyteneer kent zijn plaats. “In de koersen van Arnaud zal het meer een ondersteunende rol zijn”, klinkt het eerlijk. Die ervaring is van onschatbare waarde. Leren van een topper, de finale zonder grote prestatiedruk van dichtbij meemaken, het zijn stappen die hij moet zetten.
Maar dat betekent niet dat hij zijn eigen ambities opbergt. Integendeel. “Alle koersen daarnaast zal het voor eigen kans zijn.” In de wedstrijden van een iets lager niveau zal Deschuyteneer de ruimte krijgen om zelf te sprinten en finales te rijden. Die afwisseling moet hem ook scherp houden en hem de kansen bieden om zich te tonen.
Wanneer is zijn seizoen geslaagd? De Schuyteneer legt de lat niet op een aantal overwinningen of ereplaatsen. Groei en acte de presence in de voorste gelederen van het peloton zijn minstens even belangrijk. “Als ik mij kan tonen en hier en daar prijs kan rijden, zal ik content zijn”, klinkt het. Het gaat om het gevoel erbij te horen, mee te strijden voor de ereplaatsen. “Je wil voelen dat je er staat.”


Groeien zonder druk
Zijn overwinningen in de Tour of Istanbul vorig seizoen en de Tour of Taihu Lake 2024 was telkens een belangrijke bevestiging van zijn kunnen. Vooral de ritzege in de Giro Next Gen, de Ronde van Italië voor beloften, was een kantelpunt. “Ik denk dat ik daardoor in 2025 prof ben geworden”, zei hij daarover. Het bewees dat hij zich kon meten met de beste renners van zijn generatie.
Op de langere termijn lonkt onvermijdelijk een Grote Ronde. “Ja, zeker wel. Dat zit er wel in.” Een voorkeur voor de Giro, Tour of Vuelta heeft hij niet. Het zou vooral een nieuwe, belangrijke stap in zijn ontwikkeling zijn. Maar ook hier heerst de voorzichtigheid. “Dat kan dit jaar zijn, dat kan volgend jaar zijn, dat moeten we nog bekijken.”
