De Spaanse winterzon werpt een zacht licht over de trainingswegen van Calpe, waar de profs de basis leggen voor het nieuwe seizoen. Vertrouwd gezicht is alvast dat van ene Mikel Landa. Op 36-jarige leeftijd en aan de vooravond van zijn 16e profseizoen is de Baskische klimmer nog even gedreven als de jonge neoprof die in 2011 zijn debuut maakte in de kleuren van Euskaltel-Euskadi. Landa heeft dan ook een onblusbare liefde voor de koers.

Niet klagen
Terwijl het peloton zich opmaakt voor 2026 heerst er bij Soudal Quick-Step een nieuwe dynamiek. Zonder de absolute kopman Remco Evenepoel liggen er nieuwe kansen. Voor Landa, die in 2024 werd binnengehaald als meesterknecht, betekent dit een potentieel andere rol. Hij blijft er rustig onder. “Ik voel me goed”, stelt hij gerust tijdens de ploegpresentatie. “De blessure is opgelost. Ik ben blij dat ik vorig jaar nog kon afsluiten met de Vuelta en de Ronde van Lombardije. Ik ben klaar voor het nieuwe seizoen.”
Die positieve ingesteldheid is kenmerkend voor Landa, zeker na een moeilijk 2025. Een zware val in de openingstijdrit van de Giro in Tirana zette een streep door zijn ambities. Een anonieme top 30-plaats in de Vuelta later dat jaar was niet waarvoor hij naar de Belgische formatie was gekomen. “2025 was niet mijn jaar, dat is een understatement”, geeft hij onomwonden toe. “Die val in de Giro was een zware klap, zowel fysiek als mentaal. Maar dat is wielrennen. Je valt, je staat weer op en je kijkt vooruit. Klagen heeft geen zin.”
Die veerkracht heeft zijn carrière getekend. Na zijn debuut bij het thuisfront van Euskaltel-Euskadi, waar hij in zijn 1e jaar al een etappe won in de Vuelta a Burgos, volgde de grote doorbraak in 2015. In dienst van Astana ontbolsterde Landa volledig in de Giro d’Italia. Hij won op indrukwekkende wijze de bergetappes naar Madonna di Campiglio en Aprica en eindigde als 3e in het eindklassement, achter grootheden als Alberto Contador en ploegmaat Fabio Aru. Het publiek omarmde zijn aanvallende, onbevangen stijl. “Die Giro was een kantelpunt”, blikt hij terug. “Daar besefte ik dat ik met de besten mee kon in een Grote Ronde. De waardering van de fans was onvergetelijk.”


3 Grote Rondes?
Zijn talent bracht hem bij de grootste ploegen in het peloton. Een periode bij Team Sky (later INEOS) werd gevolgd door passages bij Movistar en Bahrain Victorious, alvorens hij bij Soudal Quick-Step neerstreek. Een zwerftocht die hem een schat aan ervaring opleverde. “Elk team heeft me iets anders geleerd”, beseft hij. “Bij Euskaltel leerde ik prof worden, bij Astana brak ik door, bij Sky zag ik hoe een Grote Ronde-machine werkt. Al die ervaring neem ik mee, elke dag.”
Zijn palmares is indrukwekkend. 16 profzeges, waaronder de eindzege in de Ronde van Burgos (2017, 2021) en de trui van bergkoning in de Giro van 2017. Hij stond aan de start van 24 Grote Rondes, een getal dat zijn duurzaamheid en waarde als ronderenner onderstreept.
Voor 2026 richt Landa zijn vizier op koersen die hem na aan het hart liggen. “Ik hoop op een goede start in de Ronde van Catalonië”, zegt hij gefocust. “En de Ronde van het Baskenland is voor mij natuurlijk altijd speciaal. Daar een rit winnen, dat zou fantastisch zijn.”
Wat de Grote Rondes betreft, is zijn programma ambitieus. De Giro d’Italia en de Tour de France zijn bevestigd. Maar Landa flirt openlijk met een uitzonderlijke prestatie: het rijden van alle 3 de Grote Rondes in 1 seizoen. “Het is iets dat ik nog nooit gedaan heb. Ik ben geen 25 meer, maar ik voel me energiek, dus waarom niet? Ik houd de deur ervoor open”, zegt hij met een veelbelovende glimlach. Het toont aan dat de honger, zelfs na 15 seizoenen vol hoogte- en dieptepunten, nog lang niet gestild is.


Seizoen 16
Zijn 16e seizoen trapt Landa af op 4 februari 2026 in de Volta a la Comunitat Valenciana. De vraag blijft waarom hij, na alle successen en tegenslagen, nog steeds de motivatie vindt om zich elke winter opnieuw af te beulen. “Simpel”, besluit hij. “Zolang ik geniet van het afzien op de fiets, van de sfeer in de ploeg en de spanning van de koers, ga ik door. De dag dat ik met tegenzin op mijn fiets stap, is de dag dat ik stop. Maar die dag is nog ver weg. Ik heb er nog te veel plezier in.”
