Een tochtige schuur in Waterloo, een stadje met amper 3.000 inwoners in Wisconsin. Daar begon het een halve eeuw geleden allemaal voor Trek. Het Amerikaanse fietsenmerk valt ondertussen niet meer weg te denken uit de wielersport. Toch leest hun verhaal als het profiel van een fikse bergrit. Met heel wat hoogtes én een diep dal.


Reynoldsstaal
Een bank, een kerk, een augurkenfabriek en een drukkerij waar Playboy van de band rolde. Wie in de winter van 1975 in Waterloo passeerde, zag weinig dat op een toekomstig fietsimperium wees. Toch streek Bevil Hogg precies daar neer, na een winter dwalen doorheen Wisconsin op zoek naar een geschikte plek voor een nieuw avontuur. Wat hij vond, was geen fabriek maar een koude schuur — en een kans.
Samen met Dick Burke, een Amerikaanse zakenman, legde Hogg er de fundamenten van wat Trek zou worden. Het duo kon nauwelijks meer van elkaar verschillen. Burke dacht in cijfers, Hogg in verhalen en mogelijkheden. Precies in die tegenstelling school hun kracht. Het vormde de basis van een bedrijf dat al snel groter zou worden dan zijn bescheiden start deed vermoeden.
In de rode schuur gingen 5 vakmensen aan de slag. Hun doel: frames bouwen die konden wedijveren met de beste Europese merken. Vergeet niet dat die toen nog op eenzame hoogte stonden. Het waren rumoerige, creatieve jaren. ’s Zomers werd er gefeest. Trek was nog klein, wild van geest. Een groter contrast met de gigant van vandaag is niet in te beelden.
Al snel barstte de schuur uit haar voegen. Eerst bouwden ze 15 frames per dag, daarna 20, en vervolgens nog meer. Elke buis van Reynolds-, Columbus- of Ishiwata-staal werd met de hand gezaagd, gevijld en gesoldeerd. Dat vakmanschap was hun handelsmerk. Met de groeiende vraag ontstond echter een volgende uitdaging. Hogg trok naar Japan om te leren van hun geoliede productieprocessen.


Pionieren met aluminium en carbon
Trek zou zo succesvol worden dat Japanse bouwers later de omgekeerde reis zouden maken. Eind jaren ‘70 stond de teller al op 2 miljoen dollar jaaromzet. De ‘cowboys’ in een schuur werden een onderneming met serieuze ambities. De jaren ‘80 brachten niet alleen groei, maar ook innovatie. Trek speelde handig in op het terreinverlies van marktleider Schwinn Bikes en introduceerde toerfietsen die fris aanvoelden. Met de Trek 850 zette het merk bovendien zijn eerste stappen in het prille mountainbike-segment.
Rond 1984 begon een nog ingrijpendere evolutie: de zoektocht naar nieuwe materialen. Aluminium betekende een breuk met het traditionele staal. Misschien net door het gebrek aan Europese traditie durfden ze heilige huisjes omver te duwen. Waar Europese merken vasthielden aan vertrouwde buisdiameters, koos Trek voor grotere diameters. Het resultaat was een fiets die lichter, stijver en onmiskenbaar modern was.
In 1989 volgde het 1e volledig carbon frame, die ze de jaren daarna verder op punt zetten. Trek toonde zich daarmee een merk dat vooruit wilde, zelfs als dat risico’s inhield. Het betekende bijna hun ondergang. In de herfst van 1986 kwam het bedrijf in zwaar weer terecht. Na de succesvolle lancering van het aluminium model Trek 2000, leidde de enorme vraag tot kwaliteitsproblemen. Op een bepaald moment werd de helft van hun fietsen teruggestuurd. Het had het einde kunnen betekenen, maar Trek koos voor kritische zelfreflectie en heropbouw. De crisis werd een les in nederigheid en een springplank naar een sterkere organisatie.


Lizzie Deignan
Al in 1987 voerde het bedrijf winstdeling in voor alle werknemers, vanuit de visie dat succes gedeeld moet worden. Het groeide uit tot een hoeksteen van de bedrijfscultuur. Die overtuiging bleek ook uit maatschappelijke projecten. In 2005 hielpen Trek-ingenieurs bij de ontwikkeling van een robuuste fiets voor het Afrikaanse platteland. Honderdduizenden Buffalo-fietsen vonden hun weg naar studenten, gezondheidswerkers en boeren in enkele van de meest afgelegen regio’s ter wereld.
Dan zijn er natuurlijk ook nog de sportieve triomfen, die het merk wereldwijd op de kaart zetten. In 1996 maakte het MTB zijn Olympisch debuut. Trek was meteen goed voor goud met Paola Pezzo. Niet het enige offroad kunstje, want in 2016 schreef Rachel Atherton van Trek Factory Racing geschiedenis. Ze won als 1e downhillster alle Wereldbekers én het WK in 1 seizoen.
1 jaar later volgde de Tour de France met US Postal, als 1e team volledig op carbon frames. Lance Armstrong zou het merk een ongeziene commerciële boost geven. Fabian Cancellara bewees dat Trek ook op ander terrein kon uitblinken. Recenter schreef Lizzie Deignan tenslotte geschiedenis in de 1e Parijs-Roubaix voor vrouwen. Tientallen kilometers dokkerde ze solo over de kasseien, tijd zat om zowel zichzelf als haar Trek Domane in de kijker te rijden.