Voor wie de startlijsten van het wegseizoen uitpluist, is wielrenner Jordy Bouts de grote afwezige. Na 2 seizoenen bij Tour de Tietema en een avontuurlijk jaar bij Swatt Club, rijdt hij in 2026 voor The Grip, een soort fabrieksteam van het Italiaanse fietsenmerk Wilier. Toch is Bouts ambitieuzer dan ooit. Hij gooide het roer om en wil nu de wereldtop van het gravel het vuur aan de schenen leggen. Zijn hartproblemen en zijn chaotische 2025 lijken stilaan achterwege.


Chaotische ommekeer
Het jaar 2025 was voor Bouts een jaar van extremen. Hij omschrijft het zelf als “avontuurlijk, chaotisch en enthousiast”. Die periode vormde de brug naar zijn huidige statuut. “Ik heb mezelf in 2025 in een Italiaans avontuur gegooid, wat enorm leerrijk was, een heel andere cultuur. Daarbij kwam kijken dat het gravel ook nog wel een aanpassing was voor mij.” Het was een jaar vol uitdagingen. “Ik had plots geen inkomen meer uit de koers, zoals de jaren voordien. Een hele puzzel, want ik heb ook een huis gekocht met mijn vriendin. Plus de verbouwingen…. Dat was toch wel chaos, ja.”
Ondanks de hectiek genoot hij met volle teugen. “Ik heb heel erg genoten van het avontuurlijke, de plaatsen waar je komt in het gravelen.” Hij zag de discipline voor zijn ogen exploderen. “Maand na maand merk je gewoon dat de discipline aan het groeien is. En nu merk je dat nog harder dan vorig jaar. Mensen willen vooruit, fietsenmerken willen vooruit, materialen willen vooruit, organisaties willen vooruit.” De overstap van Swatt Club naar Wilier was dan ook een logische, maar vooral aantrekkelijke stap.
De opportuniteit bij het Italiaanse merk was te mooi om te laten liggen, bekent Bouts. “Wilier is echt wel een heel groot Italiaans merk, die een heel groot en duidelijk plan hebben in de offroad scene. Ze willen daar ook financieel hard in investeren.” Die zekerheid was voor Bouts een doorslaggevende factor. “Dat is voor mij natuurlijk een heel interessant, waardoor ik nu parttime werk met mijn eigen coaching bedrijf en kan blijven fietsen. Dat kon ik vorig jaar absoluut niet combineren op die manier. Dat is voor mij de grootste stap voorwaarts.”



Dankbaar voor de kansen bij Tietema
Zijn nieuwe semiprofessionele leven staat in contrast met zijn periode bij Tour de Tietema, waar hij 2 jaar als volwaardig prof reed. Een periode waar hij zonder wrok op terugkijkt. “Ik ben heel erg trots dat ik daar heb mogen koersen. Sowieso.” Toch knaagt het afscheid nog een beetje. De reden voor zijn vertrek was dan ook complex. “Ik heb lang gesukkeld met myocarditis, met een hartspierontsteking. Waardoor ik heel laat pas in het seizoen kon terugkeren in competitie en er veel onzekerheden waren.”
Uiteindelijk maakte de ploeg een keuze waarin voor hem geen plaats meer was. “Had ik graag nog blijven fietsen? Ja, ongetwijfeld. En denk ik dat ik mijn plaats daar had, of nog steeds heb? Ja, dat denk ik ook nog. Maar de keuzes zijn toen niet in mijn voordeel gemaakt.”
Het was een harde noot om te kraken, maar het opende ook nieuwe deuren. Bouts toont zich veerkrachtig en kijkt liever vooruit dan achterom. “Ik heb er vrede mee. En ik ben dan blij dat ik op een andere manier mijn weg in het fietsen nog kan vervolgen.” Die andere manier vond hij niet alleen in het gravelen, maar ook in het uitbouwen van zijn 2e passie.


Passie voor het coachen
Naast zijn eigen carrière op de fiets is Bouts als gediplomeerd bewegingswetenschapper ook actief als coach. Hij richtte zijn eigen bedrijf op en begeleidt andere renners. “Sinds ik niet meer actief ben als voltijds professioneel wielrenner ben ik mij daar eigenlijk volledig op gaan toespitsen.” Het is een passie die hij niet meer wil loslaten, zelfs niet als er een nieuwe kans als profrenner zou komen. “Ik zou uiteraard voltijds prof willen zijn, en ik zal daar ook nooit ‘nee’ tegen zeggen. Maar het coachen ga ik ook nooit meer laten vallen.”
Zijn klantenbestand groeit gestaag en bevat enkele gekende namen. “Daar zit bijvoorbeeld een vrij beloftevolle U23-renner bij, Quinten Muys van Urbano. Er zitten ook wat jongens die prof zijn in het gravelwielrennen bij, zoals Daan Grosemans en Arno Van den Broek.” Hij haalt er duidelijk evenveel voldoening uit als uit zijn eigen prestaties. Het is zijn toekomst, want “ ik ga niet blijven fietsen tot ik 40 ben.”
Toch is van afbouwen nog lang geen sprake. Bouts voelt dat zijn beste jaren er misschien nog aankomen. “Als ik heel eerlijk ben, was 2025 conditioneel misschien al mijn beste jaar. Ondanks de aanpassing en de onzekerheid. Ik zit nog steeds in een progressieve lijn, blijkt uit mijn data.” Zijn doelen voor dit jaar zijn dan ook niet min. Hij trekt naar grote wedstrijden in de VS, zoals Sea Otter en Unbound, waar een top 5 het doel is. Maar zijn meest uitgesproken ambitie ligt in Europa. “Als ik aan de start sta van The Traka 200, dan is dat voor het podium en voor niks minder.”
