
De Ronde van Vlaanderen verrast zelden. Wie even afstand neemt, ziet een patroon dat zich genadeloos herhaalt. En toch laten we ons elke keer betoveren. Zondag kijken we opnieuw, alsof het anders zal zijn. Misschien draait de koers niet om de renners, maar om ons. Ook al brengt De Ronde 1 verhaal, we horen het allemaal net iets anders.

Peper van de Steenbeekdries
De Ronde van Vlaanderen begint niet in Antwerpen. Of Brugge. Ze begint al weken voordien. Meer zelfs: ze is al ontelbare keren gereden nog voor het startschot klinkt. In de kroeg, in kranten en podcasts. Als je het zo bekijkt, dan is de wedstrijd voor de supporters een zwaardere opgave dan voor de renners. Die rijden immers eigenlijk een meerdaagse rittenkoers.
Het anticiperen is een geweldig spel dat de liefhebbers tonnen energie geeft, maar de renners al krachten kost nog voor ze een trap geven. Of je nu knecht of kopman bent, de twijfel of je goed genoeg zal zijn om je rol te spelen, ontloop je niet. De Ronde is een test op een messcherpe balk waar je keihard af kan donderen, in het volle zicht van Vlaanderen en de wereld.
Flanders Classics serveert in 2026 opnieuw zijn stilaan beproefde menu. Het snufje peper van de Steenbeekdries ontbreekt, maar dat zal zelfs de grootste fijnproever niet smaken. We kunnen de Ronde van Vlaanderen opdelen in 3 fasen. De renners starten met een vlakke aanloop van 100 km. Desondanks is de vraag of we dit nog een kasseiklassieker mogen noemen, nu de wedstrijd richting klimmers opschoof door de parcourswijziging en de deelnames van ene Tadej Pogačar.
Alsof de Ronde de zwaardere mannen wil aanmoedigen dat ze niet kansloos zijn, begint het festijn met de kasseistroken van de Lippenhovestraat en Paddestraat. Helaas, met nog 120 km te gaan weten velen al hoe laat het is. In 30 km zitten de Eikenberg, Wolvenberg, Molenberg, Marlboroughstraat, Berendries en de kasseien van de Holleweg, Kerkgate en Jagerij opeen gepropt. Hoewel de namen van de hellingen en kasseistroken geschiedenis ademen, zijn ze zondag feitelijk inwisselbaar.


Philippe Gilbert
Daarna speelt de parcoursbouwer een smerig spel. Tussen de gegroepeerde obstakels liggen telkens een 10-tal vlakke kilometers. Ze nodigen uit om de benen even zuurstof te geven, maar dan trekken anderen de registers open om te anticiperen op het geweld dat volgt.
Toch begint de Ronde van Vlaanderen niet in de heuvelzone. De middenfase blijkt achteraf quasi altijd voorspel. Hier draait het niet om winnen, maar om vermoeien. Enkel de overwinning van Philippe Gilbert werd hier al ingeluid. Toch zal UAE er zijn onzichtbare sloopwerken inzetten. Door de constante snelheid zo op te drijven dat andere mannen stilaan leeglopen.
We doen elk jaar alsof we het parcours kennen, maar eigenlijk kennen we vooral het patroon dat zich telkens herhaalt. Misschien maakt net dat de Ronde zo moeilijk leesbaar. Omdat ze eruitziet als een reeks herkenbare punten, maar in werkelijkheid beslist wordt in de ruimte ertussen. In de kleine breuken. In het ongemak dat zich opstapelt tot het plots zichtbaar wordt.
Op het moment dat de vermoeidheid bij de meesten toeslaat, moet het eigenlijk nog allemaal beginnen. Vorig jaar reden we een portie van de middenfase, gevolgd door de integrale finale om die beter te leren begrijpen. Een stevige passage met de dubbele Oude Kwaremont en Paterberg, doorspekt met de Koppenberg, smerige kasseien van de oude Kruisberg en de dodelijke loper van de Hotond.


Kraken in de finale
Gemoedstoestand: van genieten en vliegen naar insluipende twijfel. Tijdens de laatste beklimming van de Hotond sloeg voorzichtig vertrouwen plots om naar hopeloosheid. De benen voelden met de klap zwaar op een helling van niets – zoiets komt hard aan in het kopje. Dat legt meteen het echte karakter van de koers bloot. Hij vreet je leeg van binnenuit, tot je een gemakkelijke prooi bent en hij plots toeslaat.
Wanneer dan die laatste Kwaremont eraan komt, lijkt het alsof iemand het licht aandoet – of bij sommigen net uitdoet. Plots zie je alles: wie nog iets over heeft en wie al te diep ging. Na de slijtage in de heuvelzone volgt de waarheid op die laatste beklimming van de Oude Kwaremont. Dat verhaal schreef Alberto Bettiol al lang voor Tadej Pogačar.
De bevestiging krijgen we op de laatste Paterberg wanneer het gaatje van de koploper groeit of de laatste man in het wiel kraakt. Toch wisten we dan al hoe laat het was – of toch meestal. In 2021 draaide Kasper Asgreen op die laatste beklimming de rollen om: hij leek MVDP bijna te kraken. Knallen ze met meerderen de ultieme helling naar boven, kijk dan goed. Het barstje op de kasseien bleek de sprintnederlaag van de Nederlander te voorspellen.
