
17 jaar en een winnaarsmentaliteit die er al vanaf spat. Matthias Bogaert, junior bij de R.EV Brussels Cycling Academy, stak zondag 19 april 2026 de armen in de lucht in Kruisem. Een welkome zege na een voorjaar dat gekenmerkt werd door pech en tegenslag. De overwinning is een bevestiging van de goede vorm die er in de Ster van Zuid-Limburg al zat aan te komen en een opsteker met het oog op de komende klassiekers. Een gesprek met de laatste jaars scholier van de Topsportschool in Gent.


Seizoensbegin vol tegenslag
“Ik heb nog even gevoetbald, maar ben daar op mijn 8e of 9e mee gestopt om me volledig op de koers te richten”, vertelt Matthias Bogaert. Vorig jaar 2025, in zijn 1e seizoen als junior, liet hij met 2 overwinningen al mooie dingen zien. Toch is hij kritisch. “Ik was over de ganse lijn niet geheel tevreden”, bekent hij. “Het kon veel beter.” Die ambitie nam hij mee naar 2026, maar de start verliep niet zoals verhoopt.
In Kuurne-Brussel-Kuurne moest hij al snel de remmen dichtknijpen, een verkoudheid was de boosdoener. In Nokere Koerse was het geen fysiek, maar mechanisch onheil dat hem parten speelde. “Mijn achterderailleur wilde niet meer schakelen. Ik lag op mijn zwaarste versnelling”, blikt hij terug. Een nachtmerrie op een geaccidenteerd parcours. “Ik bleef dus vastzitten op mijn 52-11. Daarmee heb ik mijn benen om zeep geholpen. Op de steilste klimmetjes was zelfs de kleine plateau met die 11 achteraan te groot.”
Ondanks de 2 DNF’s bleef Bogaert niet bij de pakken zitten. De vormcurve ging de juiste richting uit. Winst op 28 maart in Kortemark was een 1e bevestiging. “Daar heb ik vertrouwen opgedaan om richting de Ster van Zuid-Limburg goed te zijn”, zegt hij. “In de Ster reed ik heel erg goed. Met die 5e plaats in de laatste etappe en ook over de volledige 4 dagen toonde ik me best wel consistent.”


Zelf beslissing forceren
In die laatste, lastige etappe toonde hij inderdaad zijn potentieel. Bogaert was erbij in de finale, samen met de grote namen. Na enkele schermutselingen vroeg in de wedstrijd was het Bogaert zelf die een beslissende zet deed. “Op een knik na een afdaling ben ik zelf eens gegaan. Ik denk dat ik 10 man mee had. In het peloton viel het meteen stil”, beschrijft hij het sleutelmoment.
De inspanningen eisten hun tol in de slotfase. “In de laatste ronde voelde ik dat het al leeg was.” Toch resulteerde het in een knappe 5e plaats en vooral een enorme boost voor het vertrouwen. Die 4 dagen koers kropen uiteraard in de benen nog voor afgelopen weekend, waar hij de Chrono Challenge in Poperinge en de Grote Prijs QT Cycle Tech in Kruisem reed. “Ook het PK Tijdrijden in Herzele tussendoor was daardoor al een maat voor niets geweest”, grijnst Bogaert.
Het dubbelweekend begon met een mindere tijdrit in Poperinge, maar eindigde dan toch met euforie in Kruisem. “Daar had ik wel een redelijk goed gevoel, maar nog steeds niet top”, analyseert hij nuchter. “We reden met een groep van 13 weg. Het draaide meteen goed rond.” In die kopgroep zaten meerdere ploegmaats, maar van een uitgestippeld plan was niet meteen sprake.


Geen finishfoto
“In de laatste ronde waren 2 jongens weggereden. Niemand reageerde dus ben ik er op een stuk vals plat met wind op kop zelf naartoe gereden. De rest zat jammer genoeg in mijn wiel. Zo zijn we voltallig de aankomststrook opgedraaid”, aldus Bogaert. Hij haalde bewust zelf de kastanjes uit het vuur. “Als ik het daar niet zelf had gedaan, was de winnaar misschien al gaan vliegen.”
Ondanks zijn achtervolging, geloofde Bogaert nog steeds in eigen kunnen. “Ik heb me meteen in 2e positie gezet. De anderen kwamen tijdens de sprint van achteruit, maar ik kon hen goed opvangen. Het was snel duidelijk dat het tussen mezelf en ploeggenoot Mathieu Levaque zou gaan, maar ik was na afloop niet blij met hoe die sprint verlopen is.”
“Mathieu begon zijn sprint links van de weg. Ik kwam van rechts. Hij bleef maar opschuiven naar mijn kant, tot dicht tegen de nadars. Het scheelde niet veel, hoor”, vertelt Bogaert. Ook het uiteindelijke resultaat was nipt. Levaque juichte en werd aanvankelijk uitgeroepen als winnaar. “De jury wilde toch eerst kijken, maar er was geen finishfoto. Op onze transponders was ook geen verschil te merken.” En zo belandden beide ploeggenoten ex aequo op het hoogste schavot in Kruisem. “Ik won, maar was niet helemaal content.”
