
Donderdag 23 oktober 2025 werd het parcours van de Tour de France én Tour de France Femmes 2026 voorgesteld. De Tour voor mannen telt 5 aankomsten bergop, waarbij 3 aankomsten nieuw en voor vele wielerliefhebbers dus onbekend zijn. Wij hebben ze echter al afgevinkt.


Gavarnie in de Pyreneeën
De Tour 2026 start in Barcelona en gaat pas in de 3e etappe de Franse grens over. Daar wacht, net na Font-Romeu, de Col du Calvaire. Die wordt niet eens opgenomen in het bergklassement, maar niet-klimmers zullen toch schrikken. Deze beklimming wordt nooit steiler dan 5% en mag dus als een loper worden beschouwd, maar hij is wel liefst 16 km lang. De aankomst van die rit ligt in Les Angles na een kuitenbreker van 1,7 km aan 6,5%.
De 1e echte aankomst bergop wacht op het einde van de 5e etappe. Nadat de rennersbenen eerst worden gepijnigd op de Col d’Aspin en de oostflank van de Tourmalet vatten de coureurs de slotklim aan naar het skistation Gavarnie-Gèdre. Dat skioord ligt halfweg het gehucht Gavarnie en de top van de Col de Tentes. Eigenlijk is deze slotklim niets anders dan 2/3 van genoemde col. Wij deden die klim lang geleden maar het bucolische landschap is ons tot op vandaag bijgebleven.
Net als de bijhorende verzuring in onze benen! De 1e 19 km van de col lopen aan gemiddeld 4%, wat voor een doorgewinterde prof peanuts is. Het is pas in Gavarnie, bij het ingaan van de laatste 6 km, dat de pret begint: minder dan 8% helt het niet meer en de op 2 na laatste km is er eentje van 10,5%. Je kan er nu al je geld op zetten dat Pogačar daar zal demarreren. In deze etappe kan de Tour al beslist worden!



Le Haag in de Vogezen
In de 2e Tourweek wordt het middengebergte opgezocht. Eerst trekt het peloton door het Centraal Massief, waar een aankomst bovenop Le Lioran wacht, nadat eerder de Col de la Griffoul, de Pas de Peyrol en de Col du Pertus onder de wielen werden gestoken. Een venijnig ritje!
In de 14e etappe vormen de Vogezen het strijdtoneel, met een rit over de niet te onderschatten Grand Ballon (21,5 km aan 4,8% gemiddeld), de Col du Page en de Ballon d’Alsace. Daar legde Merckx in 1969 de basis voor zijn 1e Tourzege. De slotklim is de voor velen onbekende Col du Haag. Eigenlijk is dat een alternatieve flank van de Grand Ballon. Wielertoeristen die regelmatig de Vogezen aandoen, weten dat je vanuit Willer-sur-Thur via de Col Amic de zwaarste zijde van de Grand Ballon kunt opfietsen. Maar iets verder stroomopwaarts langs de rivier de Thur, richting Oderen, ligt het dorpje Saint-Amarin. Daar slaan de renners de Rue de Fistelhaeuser in. Dat is de voet van de Col du Haag, de zwaarste beklimming van de Vogezen: 1.232 meter hoog, 11,3 km aan 7,5%.
Geasfalteerd bospad
Dat lijkt op het 1e zicht niet zo schrikbarend. Maar schijn bedriegt! De eerste 4 km hellen aan 10%. De weg is smal en dus zal het voor de klassementsmannen zaak zijn om vooraan op te draaien! Na 4 km, ter hoogte van Geishouse, volgt er een afdaling. Bij het buitenrijden van dat dorpje moet de Rue du Ballon worden genomen, die langs het kerkhof loopt. Wat verder blijft er van de oorspronkelijke weg nog slechts een ‘route goudronée’ over, een geasfalteerd bospad. De klim herneemt weer en wordt zeer onregelmatig, met stukken tussen 4 en 10%. Hier zal constant geschakeld moeten worden. Op 2 km van de top volgt een kort vlak stuk om dan te eindigen met anderhalve km aan 11%. Ook deze rit dreigt flinke tijdsverschillen op te leveren. En zal al wie meewarig doet over het ‘middengebergte’ een lesje leren.
De 2e week wordt afgesloten met een rit door de Jura. Met onderweg de Col de la Croisette die ze van de steilste kant nemen. 7,8 km aan 8,9% gemiddeld, maar met een finale 5 km aan 12,1%. De zo mogelijk nog zwaardere slotklim gaat naar het Plateau de Solaison, 11,3 km aan liefst 9,1% gemiddeld. Die klim werd eerder al in de Dauphiné bedwongen en is voor de toppers dus gekend terrein. De wat zwaardere renners beginnen nu al krampen te krijgen.



De achterkant van Alpe d’Huez
Etappe 18 eindigt in het skioord van Orcières-Merlette, waar Merckx in de Tour van 1971 voor het eerst in zijn carrière vernederd werd. De Spanjaard Luis Ocaña reed hem op 9 minuten. Stel dat Paul Seixas dat herhaalt met Pogačar. Het zou zo maar eens kunnen!
Daags nadien eindigt de koers op de klassieke 21 bochtenklim van Alpe d’Huez, na een eerder gemoedelijke etappe. We vermoeden dat de toppers het die dag rustig houden, want daags nadien volgt een monsterlijke rit met liefst 5.600 hoogtemeters. Na het vertrek in Bourg d’Oisans gaat het naar de Col de la Croix de Fer, dan vanuit de Maurienne-vallei de Télégraphe op en meteen de Galibier langs de zwaarste kant. Beneden aan de Lautaret rechts, terug richting Bourg d’Oisans, maar ter hoogte van Mizoën slaat het peloton rechts de D25 in. Daar begint de Col de Sarenne, een col die nooit eerder in de Tour werd beklommen (wel afgedaald).
Na een openingsstrook van 12% fietsen de renners het dorp door waar het even vlak is. Kort na het buitenrijden van Mizoën helpen 2 haarspeldbochten om de 9% helling te verteren. Wie buitenkant bocht neemt, kan daar de benen wat sparen. In Clavans Le Bas mildert de klim even, maar op 7 km van de top wordt het gestaag lastiger. De weg is hier nog breed en in goede staat. In Clavans Le Haut moeten de renners scherp links en wordt de weg slechter, smaller en steiler: de finale 4 km klimmen gemiddeld 9,5% tot de top van net geen 2.000 meter wordt bereikt. Daarna volgt nog een goeie 10 km licht dalende weg om aan de achterzijde van het skistation Alpe d’Huez aan te komen.
Kortom, ook de Tour 2026 is op het lijf van topklimmers geschreven. We kunnen enkel hopen dat er toch wat meer spankracht in zit dan dit jaar 2025.