
Jens Gheysens (33) werkt voltijds bij een fabrikant in dierenvoeding, een stabiele job in een ploegensysteem. Maar in de koers kent iedereen hem als voorzitter van S.O.S. Team, zijn eigen VZW waarmee hij als ambulancier paraat staat voor elke valpartij. Over een uit de hand gelopen hobby, een onwankelbare liefde voor de koers en het werk van zijn overleden mama dat hij niet wil opgeven.

Valse start met zware gevolgen
Het verhaal van zijn carrière als ambulancier begint bij zijn moeder. “Mijn mama heeft heel haar leven bij het Rode Kruis in Deinze gewerkt”, vertelt Jens Gheysens uit Eke-Nazareth. “Op een bepaald moment was ze het daar een beetje beu en zocht ze iets nieuws. Dat leidde tot een samenwerking met een ambulancebedrijf uit Aalter, maar dat avontuur eindigde in een nachtmerrie. In die periode zijn wij opgelicht voor bijna 300.000 euro”, zucht Gheysens.
De financiële en emotionele klap was enorm. De zaak verscheen zelfs in de media en de betrokkenen werden veroordeeld voor diverse feiten. “We hebben een paar jaar heel hard op de tanden moeten bijten. We hebben heel veel financiële miserie gekend. Maar we hebben nooit opgegeven. We kochten zelf een ambulance aan en begonnen op eigen kracht evenementen te doen, van wielerwedstrijden tot cyclocrossen.”
Het doorzettingsvermogen loonde. De VZW krabbelde recht en groeide uit tot een vaste waarde in het circuit. “Sinds een goede 3 jaar zijn we winstgevend. Onze kalender staat vol, met zo’n 200 evenementen per jaar. We investeren continu, momenteel kijken we zelfs uit naar een nieuwe wagen. De cijfers draaien mooi groen, dus dat is goed.”


Onvoorwaardelijke liefde voor de koers
De focus op het wielrennen is geen toeval. Jens Gheysens ademt de sport. “Ik ben al heel mijn leven een wielerfanaat. Tom Boonen was destijds mijn favoriet. Nu is dat Remco.” Hij probeerde het zelf ook even als renner. “Ik heb 2 jaar gekoerst bij een nevenbond, maar dat was het niet helemaal.”

Tijdens zijn toenmalige job in de bouw kreeg hij een zwaar arbeidsongeval. “Ik ben van een stelling gevallen”, legt hij nuchter uit. De gevolgen waren ernstig. “Mijn ruggenwervel was gebroken, mijn enkel op 4 plaatsen en ook mijn scheenbeen was gebroken. Ik heb anderhalf jaar thuis gezeten.” Die periode van revalidatie gaf hem tijd om na te denken en bracht hem dichter bij de medische wereld die hij nu van de andere kant bedient. Hij begrijpt als geen ander de pijn en de frustratie van een sporter die tegen de grond gaat.
Zijn passie is de drijfveer achter de ontelbare uren die hij langs het parcours doorbrengt. “90% van onze opdrachten zijn wielerwedstrijden. Dat gaat van miniemen en aspiranten tot profkermiskoersen. We doen zo bijvoorbeeld Kortemark, Izegem en de Grote Prijs Pino Cerami.” Het is meer dan een job; het is deel uitmaken van de wereld waar zijn hart ligt.


Moeilijke balans tussen hobby en beroep
Met een agenda die uitpuilt, lijkt het logisch om de stap te zetten van zijn VZW naar hoofdberoep. Toch twijfelt Gheysens. “Ik heb altijd gezegd: als mijn hobby niet meer te combineren valt met mijn vaste job, dan ga ik uitkijken om van mijn hobby mijn beroep te maken.” Dat punt is bijna bereikt, maar de beslissing is complexer dan ze lijkt. Het financiële aspect is 1 ding, maar de emotionele en persoonlijke afweging weegt zwaarder.
“Als ik van mijn hobby mijn beroep maak, dan kan ik mijn hobby niet meer doen”, vat hij het perfect samen. De vrijheid om naar een koers te gaan als supporter zou verdwijnen. “Elke wedstrijd wordt dan werk. Bovendien draagt de VZW een zware emotionele lading. Het is het levenswerk van mijn mama. Ondertussen is zij overleden, dus het ligt redelijk gevoelig om daar zomaar mee te stoppen.”
Voorlopig blijft alles dus zoals het is. De combinatie met zijn vaste job in 3 ploegen lukt, mede dankzij de flexibiliteit van zijn collega’s. De passie voor de koers en de drive om het levenswerk van zijn moeder voort te zetten, geven hem de energie om zijn dubbelleven vol te houden. “Zolang de combinatie lukt, blijf ik het doen samen met met mijn 2 zussen Lindsey en Sarah”, besluit hij. “Al kan ik het nooit waarmaken zonder de steun van de vrijwilligers en mijn vrouw, kinderen en familie. Zij zien mij veel te weinig, maar ze steunen me wel.”
