Shanaya Esther Schollaert (18) beleeft een bewogen 1e seizoen bij de beloften en elite. Tijdens het BK in Brasschaat kwam de renster van Belco/Van Eyck zwaar ten val. Die crash verstoort een jaar dat al getekend werd door knieproblemen. Desondanks focust ze op haar revalidatie en haar toekomst in het peloton. “Ik was vooral teleurgesteld, omdat ik besefte dat het in die fase van de wedstrijd heel moeilijk zou worden om nog terug te keren naar het peloton.”


Slechte nachten
De crash in de voorlaatste ronde, kort na de 1e kasseistrook, tekende haar koers. “Het gebeurde allemaal heel snel”, blikt Schollaert terug. “Ik reed op dat moment achteraan in het peloton, omdat ik me eerder in die ronde in de bevoorradingszone had moeten laten afzakken om toch nog een bidon aan te nemen. Ik zat namelijk aan de verkeerde kant van het peloton. Daarna was het niet eenvoudig om meteen weer op te schuiven, de snelheid was vrij hoog.”
Er werd plots uitgeweken in de groep en dat leidde tot de val. “Vlak voor mijn val kwam er een treintje van enkele rensters voorbij”, vult ze aan. “Ik wilde mee inschuiven, maar de laatste renster stuurde plots iets te bruusk naar links, waardoor mijn voorwiel een duw kreeg. Op dat moment wist ik meteen dat ik ging vallen. Ik kon gewoon niet meer reageren.” Ze weigerde echter op te geven. “Omdat het de 1e keer was dat ik een wedstrijd van 137 km reed, wilde ik absoluut de finish halen.”
De fysieke schade is aanzienlijk en hindert haar bijna continu. “De crash heeft vooral geleid tot kneuzingen en schaafwonden op verschillende plaatsen van mijn lichaam, waaronder mijn nek, rug, bekken, armen, knieën en enkel”, somt Schollaert op. “Daardoor was ook een bezoek aan de osteopaat nodig. Daarnaast heb ik nog last van stijfheid, waardoor bewegen momenteel niet volledig pijnvrij is. Ik probeer intussen al wat los te rijden op de rollen, maar op de fiets heb ik nog altijd veel pijn. Ook ’s nachts is het moeilijk om in slaap te vallen.”


Uitdagend seizoen
De valpartij test haar mentale veerkracht maximaal. “Het is mentaal wel zwaar, ja. Zeker door een aanslepende knieblessure die ik in het begin van het seizoen heb opgelopen en ook door de examens die ik net achter de rug heb”, geeft ze toe. Dat alles bij elkaar hypothekeerde haar conditieopbouw. “Mijn trainingen heb daar wel onder geleden, dus zit ik nog ver van mijn topconditie.”
Haar debuutjaar bij de elite mist hierdoor voorlopig de uitschieters waar ze op gehoopt had. “Door al wat er gebeurd is tot nu toe zijn de uitslagen wat minder, al kan ik mij goed vooraan in het peloton handhaven”, oordeelt ze. De opeenvolging van pech begint door te wegen. “Het lijkt intussen een gewoonte te worden dat ik telkens moet terugkomen. Toch hoop ik dat er in de toekomst eens een langere periode komt zonder veel tegenslagen.”
Haar atletiekverleden blijkt fysiek een grote troef te zijn. “Ik heb een sterk gestel dankzij mijn basis in het atletiek”, stelt de renster. “Mijn volledige lichaamsbouw is daardoor vrij stevig ontwikkeld. Ik denk dat mijn bovenlichaam zonder dat verleden in het atletiek niet zo sterk zou zijn, wat mogelijk ook tot ernstigere letsels of breuken had kunnen leiden.” Ook mentaal plukt ze daar de vruchten van. “In het atletiek heb ik zelf nooit blessures gehad. Mentaal voel ik wel dat de eerdere tegenslagen me hebben gevormd, waardoor ik beter gewapend ben.”


Profploegen
Tijdens haar revalidatie leunt Schollaert sterk op haar omgeving. Na haar overstap vanuit Baloise WB Ladies vangt Belco/Van Eyck haar goed op. “Na de wedstrijd heb ik steun van mijn teamgenoten en entourage gekregen”, vertelt ze dankbaar. De omkadering geeft haar het nodige vertrouwen. “Vooral van voorzitter Luc Steenackers heb ik veel steun ervaren. Dat helpt me om me voor te bereiden op een snelle terugkeer in competitie.
Een concrete datum voor haar rentree blijft afhankelijk van medisch advies. “Ik zal mijn genezingsproces moeten afwachten om te zien of het mogelijk is om dit weekend al opnieuw in het peloton te zitten”, vertelt ze. “Vrijdag laat ik me nog eens onderzoeken en dan zal er een beslissing genomen worden.” Haar seizoensdoelen blijven intact. “Ik zou heel graag nog een paar goede uitslagen rijden in de interclubwedstrijden, zodat ik mezelf kan tonen aan de club. Daarna wil ik me kunnen voorbereiden op het nieuwe veldritseizoen.”
Ondanks de huidige obstakels droomt ze luidop over de toekomst. “Ik ben nog maar 18 en heel blij bij het team, maar ik zou binnen een paar jaar graag de stap naar een profploeg zetten”, stelt ze resoluut. “Voor nu focus ik me vooral op mijn verdere ontwikkeling voordat ik die stap hoger wil zetten.” Ze sluit het gesprek af met haar ultieme sportieve ambitie. “Dromen mag, en mijn ultieme doel is om ooit op de Olympische Spelen te kunnen staan.”