Masja Keesman is bezig aan een uitstekend seizoen in de kleuren van Belco/Van Eyck en bevestigde die hoogvorm Heusden Koers. In de finale wist ze het peloton voor te blijven en de zege veilig te stellen. Voor de Nederlandse is dit na de eindzege in het Vermarc Cycling Project de bekroning op een jaar waarin ze de vruchten plukt van een nieuwe ploeg en een andere trainingsaanpak.


Verrassende ontknoping
De wedstrijd in Oost-Vlaanderen kende een sterk en omvangrijk deelnemersveld waarin Keesman zich uitstekend wist te handhaven. “Er stonden zo’n 150 rensters aan de start, wat best wel veel is voor een kermiskoers. Er werd ook continu hard gereden en veel aangevallen, maar eigenlijk bleef geen enkel groepje echt weg. Met iets minder dan 2 rondes te gaan, sprong ik naar de koploopster toe.”
In de slotfase wist de Nederlandse haar medevluchtster Naomi De Roeck van Keukens Redant af te schudden en solo over de streep te komen. “Op het moment dat we wegreden, had ik eigenlijk niet gedacht dat we ook weg zouden blijven. Want we zaten toen eigenlijk al in volle finale en ik dacht dat we niet zo’n grote voorsprong hadden. Uiteindelijk lukt het toch en op een kilometer van de finish reed ik nog solo weg.”
Pas na de streep besefte Keesman hoe belangrijk deze koers op de kalender is. “Ik kwam er eigenlijk pas na de finish achter hoe hoog deze wedstrijd aangeschreven staat. Daar was ik me vooraf niet van bewust, maar het is sowieso altijd mooi om voor het peloton te finishen.”

Nieuwe omgeving loont
Haar eindoverwinning in de 2-daagse Vermarc Cycling Project eind mei 2026 bleek achteraf een cruciaal kantelpunt voor haar verdere seizoen. “Ik rij dit seizoen heel constant vergeleken met andere seizoenen en eigenlijk gaat het sinds Vermarc nog beter”, beseft ze. “Ik denk dat die overwinning wel een beetje mijn doorbraak was.”
Verandering van ploeg en de begeleiding door haar nieuwe trainer Stefan van Klink hebben een grote rol gespeeld in haar recente opmars. “Afgelopen winter ben ik veranderd van trainer en dus ook de overstap van WV Schijndel naar Belco/Van Eyck gemaakt. Dat alles leverde een fijne nieuwe start op. Mijn trainer heeft veel ervaring (Van Klink was eerder actief in de WorldTour bij Picnic PostNL en is nu verbonden aan het MtD-project van Puck Moonen, red). Als we een wedstrijd bespreken, vertelt hij precies wat ik een volgende keer kan proberen. Waarna het ook altijd direct beter gaat, heb ik het gevoel. Dat is wel wat waard.”
Haar fysieke progressie werd onlangs ook duidelijk in de Baloise Ladies Tour, waar ze zich sterker toonde dan vorig jaar. “Ik merkte wel dat het hele peloton beter is geworden. De koers was niet per se makkelijker dan toen ik die vorig jaar reed met Schijndel. Maar ik voelde wel dat ik in de finale van sommige etappes meer overhad om mezelf beter te positioneren.”

UCI-team?
Wat betreft haar specifieke kwaliteiten als renster is de Nederlandse nog volop aan het ontdekken waar haar absolute sterktes liggen. “Ik ben best wel allround en ben het verder nog een beetje aan het ontdekken. Eerst dacht ik dat ik best wel een goeie sprintster was. Nu merk ik dat ik juist uit een kopgroep eerder de winst pak en ook bergop loopt het eigenlijk wel goed.”
Voor het restant van de zomer staan er nog verschillende afspraken in de Lage Landen op de planning om haar nu al succesvolle seizoen verder glans te geven. “De komende weken rijd ik vooral veel criteriums of kermiskoersen in Nederland en België en dan over 2 weken ook nog de Egmond Cycling Race en een koers in Kortrijk. Ik ben blij met hoe het seizoen tot nu toe loopt en met de stappen die ik maak, al hoop ik wel dat er nog wat mooie uitslagen bij komen.”
Gezien haar sterke uitslagen zou ene stapje hogerop niet onlogisch zijn, al houdt ze de details voorlopig stevig voor zichzelf. “Ik heb nog niks definitief besloten hoe en wat voor volgend jaar. Mijn keuze zal bepaald worden door de gesprekken die nog moeten komen. Er zijn inderdaad al gesprekken op UCI-niveau, maar er is zeker nog niks besloten, laat staan getekend”, beklemtoont ze.