Nathalie Bex van het Serso Gravel Team heeft zich in Grobbendonk tot Belgisch kampioene Gravel gekroond na een wedstrijd vol onverwachte wendingen op en naast het parcours. De kersverse kampioene bij de Vrouwen Elite én Elite 2, want de Limburgse is een clubrenster, moest na haar fysieke inspanning nog ruim een uur in onzekerheid wachten op de definitieve beslissing van de wedstrijdjury over het eindresultaat. “Het ergste uur uit mijn carrière”, zucht ze.


Ongeloof
De immense vreugde kort na de finishlijn maakte al snel plaats voor bittere onzekerheid toen de jury zich over de definitieve uitslag moest buigen. “Dat wachten op de beslissing was het ergste uur in mijn leven, denk ik”, zucht Bex vol ongeloof over de gang van zaken een uur(!) na de aankomst. Haar podiumconcurrentes waren immers bij de jury gaan klagen dat de Limburgse een in de aanvangsfase een stuk van het parcours zou hebben afgesneden. Zonder resultaat, wegens geen bewijs. Bex schuddebolt bij dit manoeuvre. “Het was absoluut niet leuk, ik wil zoiets echt niet meer meemaken en ik wil er eigenlijk ook liever niet meer aan terugdenken.”
Die onzekerheid hakte er mentaal bijzonder zwaar in bij Bex, die 10 jaar geleden nog te boek stond als een absoluut toptalent op de weg. “Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik nog op een Belgisch kampioenschap zou gestaan hebben, mocht er uiteindelijk een andere beslissing gevallen zijn”, klinkt het stellig. “Dan ga je toch altijd met een vervelend wat-als-verhaal in je hoofd zitten, maar gelukkig is het voor mij nu absoluut een terechte zege.”
De klacht wees de kersverse kampioene dan ook vol onbegrip van de hand, mede dankzij de constante begeleiding onderweg. “Ik was er zelf helemaal niet van op de hoogte, ik hoorde pas via-via dat er 2 rensters samenspanden en naar de jury liepen”, vertelt ze na de podiumceremonie, nog steeds zichtbaar geraakt. “Dat vind ik heel jammer, want de jury heeft op de beelden gezien dat wij altijd netjes samen hebben gereden en de laatste 70 km werden we bovendien constant begeleid door 2 motards.”


Bloedstollende finale
Het BK trok andermaal een erg divers deelnemersveld aan, wat de dynamiek verandert ten opzichte van de reguliere gravelmanches. “Op zo’n nationaal kampioenschap komen altijd heel wat andere namen af dan de typische gravelaars”, analyseert Bex de elite-startlijst met concurrentes. “Je start dan onvermijdelijk met meer namen om in het oog te houden en voor mij was het vandaag dan ook iets meer een wegkoers dan een pure gravelkoers.”
Als vaste waarde in het gravelcircuit voelt deze klinkende overwinning dan ook als een extra mooie en dubbel verdiende beloning. “De intensiteit en de manier van koersen ligt op zo’n dag toch net iets anders dan we normaal gewoon zijn”, legt ze uit. “Maar het is wel heel mooi dat iemand uit het echte gravelcircuit hier uiteindelijk toch de kampioenstrui kan veroveren ten nadele van de wegrensters.”
De bloedstollende finale van de wedstrijd werd gekenmerkt door een slopende achtervolging op de verraderlijke Kempense zandstroken. “Ze zijn in de 1e ronde met 2 weggereden op een heel lange zandstrook die superstoffig was, en ik was daar tot mijn spijt niet bij”, herinnert ze zich dat beslissende moment levendig. “Ik ben er nog naartoe moeten rijden, wat gigantisch veel krachten heeft gekost. Daar ben ik in de rest van de koers zelfs nooit meer helemaal van hersteld geweest.”


Vertrouwen in de eindsprint
Ondanks de vermoeidheid in de benen moest ze het hoofd koel houden en noodgedwongen rekenen op haar tactisch inzicht voor de ontknoping. “Ik heb in de finale soms iets slimmer en zuiniger moeten rijden om mijn kansen op de titel te vrijwaren”, verklaart ze. “Ik heb nog wel netjes mijn kopbeurten gedaan, maar ik voelde heel goed dat die andere 2, Loes Sels en Marthe Truyen, ook bijzonder sterk waren. Dus heb ik gewoon geprobeerd het volste vertrouwen te behouden in mijn sprint.”
De positionering voor de laatste bocht bleek cruciaal, ondanks de vrij beperkte parcourskennis. “Bij de 2e passage had ik gelukkig gemerkt dat je uit die laatste bocht kwam met relatief weinig snelheid en dan was het nog maar 200 meter tot de streep”, blikt ze tactisch terug op de sprint. “Ik ben dan ook blij dat ik voor de bocht de koppositie heb kunnen afdwingen om zo de zege veilig te stellen.”