Siebe Philips (23) uit Herselt staat voor zijn 1e buitenlandse avontuur. De belofterenner van The Kings of the Flemish Mountains Thielemans-Bildin-Van Eyck Sport trekt in juni 2026 naar Tsjechië en Polen voor de eerste 2 etappes van de Visegrad. Een belangrijke stap voor de jonge Zuiderkempenaar, die na een door klierkoorts verstoord seizoensbegin weer volop vooruitkijkt. “Ik hoop mijn steentje te kunnen bijdragen voor de kopmannen.”


Nieuwe stap in de groei
Donderdag stapt Philips op het vliegtuig, samen met ploegmaats Wesley Van Dyck, Rutger Wouters, Maxim Vertonghen, Sooi Wuyts en Gerald Nys. Het is voor hem de 1e keer dat hij in het buitenland een soort rittenkoers op dit niveau betwist. “Yes!”, klinkt het enthousiast. De ambitie van de ploeg is duidelijk. “We hopen in de Visegrad 4 Bicycle Race in Tsjechië een mooi resultaat te rijden. In mijn ogen moet dat zeker lukken met Rutger die zijn snelle benen teruggevonden heeft.”
Philips gelooft sterk in zijn teamgenoten en de kansen die voor hen liggen. “Wesley kan dit soort koersen zeker ook aan. Hij had dit recent bewezen in New York, waar hij 10de werd in de Gran Premio.” De buitenlandse wedstrijden zijn meer dan alleen een jacht op een goed resultaat voor Philips; ze passen in een groter plan. “The Kings is een mooi project om zo de ploeg en sponsors in de kijker te rijden. We zijn een nieuwe ploeg maar hebben grote plannen naar de toekomst toe.”
Zelf hoopt Philips zijn eigen rol in die toekomst veilig te stellen. Hij is zich ervan bewust dat prestaties daarbij cruciaal zijn. “Om mee te kunnen groeien met dit project moet ik zelf nog wat resultaten bijeen koersen”, beseft hij.

Brebières
Het seizoen 2026 begon voor Philips nochtans in mineur. Na een veelbelovende voorbereiding liep het in de 1e wedstrijd meteen mis. “Ik had heel de winter getraind voor de opener Gent-Staden”, vertelt hij. “Ik voelde me vermoeid maar beschikte denk ik wel over goede benen. Het viel helaas zwaar tegen. Ik geraakte maar niet hersteld van de ene vermoeidheidsaanval na de andere.” Al snel werd de oorzaak duidelijk. “Klierkoorts was het blijkbaar. Anderhalve maand niks kunnen doen en dan is het altijd weer lastig om terug op niveau te geraken.”
Na de gedwongen rustperiode vocht Philips zich terug in het peloton. Het ging met vallen en opstaan, maar de progressie was zichtbaar. “Dat ging vrij snel weer best goed. Ik ben de interclub Grand Prix de Brebières in Frankrijk gaan rijden. Ik was er mee met de 2e groep en werd daar 27e.” In de thuiskoers in Merchtem stelde hij zich volledig ten dienste van de ploeg. “Het was zorgen dat er iemand van ons won, maakte niet uit wie. Wesley pakte daar de winst, Jan Kino werd mooi 4e en ik trok de sprint aan voor Jonas Goeman.”
De daaropvolgende wedstrijden toonden een stijgende vormcurve. Na een 59e plek in de Trofee Maarten Wynants volgde een 26e plaats in Rijkevorsel, waar ploegmaat Rutger Wouters won. “Vorige week in Begijnendijk had ik een zeer sterke dag maar ben ik weer in groep 2 beland. En won ik vlot de sprint voor plek 15. Afgelopen zondag was het Vorselaar en daar was ik mee in de kopgroep die uiteindelijk in stukken en brokken viel. Daar werd ik 16e.”

Leren van klasbakken
Met deze wedstrijdhardheid voelt Philips zich klaar voor de volgende stap. De ervaring in Tsjechië en Polen moet hem helpen om zich verder te ontwikkelen. “Ik hoop op een paar goeie koersen de komende tijd en om me eens te kunnen bewijzen tussen de grote jongens. Ik wil graag mijn steentje bijdragen aan de kopmannen, Wesley en Rutger.” Hij beseft dat hij nog een weg af te leggen heeft. “Ik mis momenteel nog ervaring. Wat wel logisch is, want ik koers nog maar 2,5 jaar.”
Die ervaring doet hij op bij zijn ploeg, waar hij zich omringd weet door ervaren renners. Hij is de jongste van het gezelschap dat naar het buitenland trekt. “Ze nemen me mee als jonkie van de ploeg. Wat wel leuk is, want met klasbakken als Jonas Goeman, Jens Vandenbogaerde en Rutger Wouters kan ik nog veel leren!”
De ambitie is er, ondanks zijn relatief korte carrière als wielrenner. De resultaten in het kermiscircuit smaken naar meer. “De koersen in de VWV gaan me alvast goed af. Daar heb ik al eens gewonnen vorig jaar en dit jaar een 5e plaats na die klierkoorts. Maar ik koers natuurlijk liever tussen de grote jongens.”