
Het was een dag vol nervositeit, strategie en onverwachte wendingen vrijdag 1 mei 2026 in Merchtem. Voor Wesley Van Dyck en The Kings was het de dag waarop alles samenkwam. In een koers die bol stond van de aanvalspogingen en tactische steken, was het uiteindelijk Van Dyck zelf die tegen zijn eigen verwachtingen in de 1e overwinning voor het team veiligstelde. Een zege die niet voortkomt uit een diepgewortelde overtuiging dat het collectief boven alles gaat.

Vallen en opstaan
Bij de start stonden 151 renners te trappelen van ongeduld. De spanning was voelbaar. “Ik huiver alleen al bij de gedachte, want het beloofde nerveus en gevaarlijk te worden”, aldus Van Dyck over de momenten voor het startschot. Vanaf het begin toonden The Kings hun intenties. Van Dyck, die zich in de achterste gelederen van het peloton bevond, had een perfect overzicht. “Steeds groepjes in het offensief, steeds wit/gele Kings in de meerderheid mee voorin. Steeds voorin het peloton controle als rugdekking. Wat een zicht, wat een show!”
Terwijl zijn ploegmaats de koers controleerden, kende Van Dyck een moeilijkere start. Na enkele keren een gat te moeten dichten, was het tijd om de rangen voorin te vervoegen. Een vroege aanvalspoging met een 10-tal renners, waarin The Kings sterk vertegenwoordigd waren, werd door het peloton tenietgedaan. Kort daarna ontstaat er onbedoeld een nieuwe situatie. “Ik heb per ongeluk een gaatje, ik rij door met de gedachte dat er wel enkelen zouden oversteken zodat we een momentum kunnen creëren. Echter komt er niemand.”
Het wordt zo een eenzame strijd. “Ik zit alleen, moet spontaan denken aan mijn beste dagen uit het verleden. Alleen had ik dit nu niet in gedachten gehad”, lacht hij. Na een gevecht tegen de bierkaai wordt hij weer ingelopen, volledig uitgeput. Maar in het wielrennen is er geen tijd om te rusten. Amper een km veder, terwijl hij nog aan het bekomen is, ziet hij Provinciaal kampioen Tijdrijden Guillaume Seye voorbij stormen. “Mijn alarmbelletje ging af, ik wist dat herzetten niet aan de orde was. Ik moest mee.”


Onwaarschijnlijke finale
Samen met Seye dicht hij het gat op een volgende groep. Op dat moment weet hij het zeker: de winnaar zit vooraan. De samenwerking in de kopgroep is echter zoek, en opnieuw belandt Van Dyck in een ongewenste situatie. Samen met een andere renner krijgt hij een kleine voorsprong. “Opnieuw voorop met de neus in de wind en met z’n tweeën knokken tegen diezelfde bierkaai.” Hij heeft nog geen moment de kans gehad om te herstellen en voelt zich machteloos.
Net op het moment dat ze dreigen te worden ingelopen op een klim, vindt de beslissende demarrage plaats. 3 renners schieten weg. “Mijn koersneus van weleer zijn geur werkt nog steeds, alles in mij zei dat deze 3 naar de meet zouden rijden.” Hoewel hij al 30 km op zijn limiet zit, zet Van Dyck alles op alles. “Ik ben opnieuw all in gegaan om mee te gaan. Weg met 4, nog 30 km te gaan en de race is gereden.”
In de kopgroep is de rolverdeling snel duidelijk. “Ik voel direct dat ik niets kan betekenen en doe mijn beurten waar ik kan, bekoop ze ook zodra ik de kop af ga. Jan Kino, Tim Coppens en Gerrit Van Bellingen zijn duidelijk de motoren.” Zijn focus verschuift volledig. Persoonlijk succes is uitgesloten; zijn enige doel is nu om zijn ploegmaat Jan Kino naar de overwinning te loodsen. Hij bedenkt een plan voor de rotonde in de laatste kilometer. “Jan op kop met mij in het wiel en de anderen die zouden denken dat hij gewoon tempo bepaalt. Maar Jan die bij het uitdraaien vol moet aanzetten met mij in positie om het gat te laten vallen en in de weg te rijden.”


Van ploegmaat tot winnaar in 300 meter
Het plan lijkt perfect, maar de finale van een koers is zelden voorspelbaar. Jan laat een andere renner passeren, waardoor de uitgangspositie verandert. “Ik denkshit, daar gaat het plan. Wat nu?!” Kino zet toch aan, maar de snelle Van Bellingen glipt erlangs en nestelt zich in zijn wiel. Van Dyck zit plots in het wiel van Van Bellingen. Het uitgekiende plan gaat in rook op, de mentale chaos is compleet. Plotseling moet hij zelf de sprint aangaan, iets waar hij geen seconde aan had gedacht. “Ik had zelfs mijn schoenen niet aangedraaid of bidons weggegooid.”
Dan stokt de samenwerking vooraan even. Kino zet zich opzij en Van Dyck ziet zijn kans. De twijfel maakt plaats voor oerinstinct. “De killer in mij was plots alle twijfels kwijt en de Wes van vroeger was voor een 300 meter, na al die jaren, héél even terug.” Hij kiest zijn moment, zet aan en overrompelt zijn medevluchters. De overwinning is een feit, maar de euforie is anders dan verwacht. Zijn gedachten zijn niet bij zijn eigen prestatie.
“Het enige wat door mijn hoofd speelde gedurende die sprint was ‘het team moet deze race winnen, het moet gewoon gebeuren’”, vertelt hij. “Zo vreemd… altijd willen koersen om te winnen, om de beste te zijn. Nu win ik een koers en doet het mij niets, ben ik enkel blij omdat de ploeg gewonnen heeft.” De zege voelt bijna ongemakkelijk. “De anderen verdienden het meer en al zeker Jan Kino! Maar we winnen en dat is wat telt in deze sport.” Voor Van Dyck is deze overwinning het ultieme bewijs dat The Kings meer zijn dan een verzameling individuen. “1 mei, de dag waarop ons verhaal definitief gestart is”, besluit Van Dyck trots.