Van 4 tot 7 september 2026 strijden in het Amerikaanse Huntsville 6 Belgen voor eremetaal tijdens het WK Paracycling. [Ons introductieverhaal daarover kon je hier al lezen] Zij wisten zich te kwalificeren via ijzersterke resultaten in de Wereldbeker en doorgedreven fysieke testen bij Sport Vlaanderen. De architect achter deze indrukwekkende topsportstructuur is Remko Meeusen, de succesvolle coach die enkele jaren geleden de overstap maakte van de absolute wereldtop bij Quick.Step naar een ambitieus nieuw topsportproject bij G-Sport Vlaanderen. Wij spraken hem in de Rocket City.


Bewuste keuze voor meer impact
Na een succesvolle periode als sportwetenschapper bij de beloften en profs van de Quick.Step-formatie ontdekte Meeusen in 2014 via Didier Schelfhout de fascinerende wereld van het Paracycling. Na een periode de combo te maken, stapte hij in 2020 definitief over naar het G-wielrennen. “Er zat een overlap tussen beide programma’s en de combinatie was niet haalbaar”, geeft Meeusen aan. “Ik had het gevoel dat ik in de G-sport meer kon betekenen, maar mezelf ook meer ontwikkelen. Bij G-Sport Vlaanderen voel ik me meer betrokken bij de renners. Bij Quick.Step maakte ik de trainingsplannen en volgde ik de stages op. Maar ik kwam zelden op de wedstrijden en kreeg dus weinig rechtstreekse actie. Nu ben ik steeds ter plaatse en kan ik bijsturen, richtlijnen geven en zie ik hoe de renners de wedstrijd zelf ervaren.”
De overstap bood de hem de uitgelezen kans om niet alleen individuele renners te begeleiden, maar de volledige structuur en medische omkadering rond de atleten drastisch te professionaliseren. “Maar ook het feit dat er een plan op lange termijn bestaat, waarbij we steeds professioneler willen werken, is erg belangrijk. Onze renners zijn immers topsporters en sommigen zelfs profsporters. Daarbij is niet alleen de trainer belangrijk. Ik wil ook de hele omkadering naar een hoger niveau brengen. Zoals het voor topsporters hoort. Onze renners krijgen dan ook krachttraining, coretraining en voedingsbegeleiding.”
Die aanpak leverde hem in 2025 de prestigieuze erkenning van het Vlaamse Sportjuweel op, wat hem extra motiveert om intensief te blijven investeren in de prestaties van vandaag en de talenten van morgen. “Voor mij zeker en vast een stap vooruit”, geeft Meeusen toe. “De voldoening die ik nu heb is niet groter, maar anders. Ik kan de renners begeleiding van het begin tot het einde. En als je dan ziet dat de resultaten steeds beter worden, geeft dat ook een persoonlijke voldoening. Door de bijzondere omstandigheden is het contact met bijvoorbeeld de kine’s veel intenser, maar ook met de mechaniekers of algemene begeleiding werk ik erg nauw samen.”
“We werken in een kleine groep en de onderlinge contacten maken dat we erg kort op de bal kunnen spelen. Samen met G-Sport Vlaanderen bouwen we ook aan de toekomst. Daarom hebben we een bijkomende trainer aangetrokken, speciaal voor onze talenten. Het is niet evident om als jongere met een beperking in het wielrennen te starten. Zeker bij handbikers is de spoeling vrij dun. Jammer genoeg. Het vergt immers lang en hard werken om aan de top te komen en er ook te blijven. Toch wil G-Sport Vlaanderen daar geld en moeite insteken. Wij hopen alleszins dat de toekomstige kampioenen op tijd opstaan.”


Marginal gains
Het dagelijks begeleiden van sporters met sterk uiteenlopende fysieke en neurologische beperkingen vereist een uiterst specifieke, biomechanische en vooral preventieve trainingsaanpak van de technische staf. “Eigenlijk is het net veel leuker en interessanter. Door de fysieke beperkingen moeten we meer rekening houden met hoe het lichaam reageert. Een atleet met slechts 1 been, zoals bijvoorbeeld Ewoud Vromant, heeft een heel andere belasting dan iemand met 2 benen. Je moet dus de hele romp versterken doordat de grote kracht die hij met 1 been kan ontwikkelen het lichaam in disbalans brengt. Dus is het belangrijk dat de kine’s hier preventief mee werken. Bovendien gaan we heel gericht op klachten of op spanningen moeten letten. Net als Ewoud ondervindt iemand met een eenzijdige verlamming dezelfde belasting, maar die kan dan weer zijn armen niet gebruiken om te stabiliseren.”
Desondanks blijft de fysiologische basis van de trainingen verrassend vergelijkbaar met die van valide topsporters, al vergt de specifieke wedstrijdafstand een compleet andere benadering van de trainingsarbeid. “Het is belangrijker om het gevoel van de atleet te volgen. Het zijn allemaal topsporters en soms zullen bepaalde reacties door neurologische problemen wat anders zijn dan bij validen, maar naar adaptatie zien we weinig verschillen. Uiteraard kunnen we niet verwachten dat een persoon die een verstoorde neurologische werking heeft, plots die getroffen spieren zal ontwikkelen. We moeten dus steeds een programma op maat maken. Het grootste verschil zit hem in het volume. De wedstrijden zijn minder dan 100 km lang en dus heeft het geen zin om hen uren op de fiets of de handbike te laten zitten.”
Binnen dit sterk geïndividualiseerde traject op maat speelt de hightech zoektocht naar aerodynamische perfectie inmiddels een minstens even cruciale rol als in het reguliere profpeloton. “We zijn ook de weg van de marginal gains ingeslagen. Topmateriaal en aerodynamica worden steeds belangrijker. We doen nu ook testen met wielen en helmen. Waarbij we opmerken dat onze toppers weer wat vooruitgang maken. Tegen de Olympische Spelen van Los Angeles verwachten we dat we bij sommigen 10 à 15 Watt kunnen uitsparen. Van de andere kant zien we ook dat sommigen door hun fysieke beperking moeilijk in een aerodynamische houding kunnen zitten. Hoewel ze wel het vermogen kunnen trappen, is de doorbraak naar de top voor hen dan moeilijk haalbaar.”


Meerjarenplan
De constante drang naar technologische innovatie en prestatieverbetering botst in de praktijk echter geregeld op de complexe en strenge regelgeving. “Elke renner mag een functionele aanpassing krijgen op zijn fiets”, legt Meeusen uit. “Een koker voor een geamputeerde, speciale handensteun voor verlamden en ga zo maar verder. Maar elke aanpassing moet aan de UCI worden voorgelegd en goedgekeurd. Naar aerodynamica toe is het nog een wat grijze zone. Het voorschrift dat renners geen aerodynamische hulpstukken mogen gebruiken, geldt ook voor ons. Enkele jaren geleden introduceerden we op de handbike van Jonas Van Den Steen de schelpen, waar hij zijn voeten instak. Het heeft heel lang geduurd en heel wat overredingskracht nodig gehad om dat erdoor te krijgen. Toen een federatie een armsteun met een groot vlak tussen arm en lichaam wilde laten goedkeuren, kregen ze geen toelating. De steun was functioneel, maar de opvulling tussen arm en lichaam was een aerodynamisch voordeel.”
Om binnen die strikte reglementen toch het maximale rendement uit de atleten te halen, leunt de omkadering op innovatieve wetenschappelijke ondersteuning en partnerships met gespecialiseerde kledingfabrikanten. “Gelukkig kunnen wij gebruikmaken van de topproducten van Bioracer. Zij maken de aerodynamische pakken van onze renners op maat en steunen ons volledig in onze zoektocht naar kleine verbeteringen. Ewoud Vromant heeft enige tijd geleden een aantal tests en veranderingen kunnen doen dankzij de Universiteit van Gent. Hoewel Ewoud een beer van een vent is, bleek na de aanpassingen dat hij dezelfde CdA (Coefficient drag Aerodynamic cfr. luchtweerstand, red) heeft als enkele van onze toptijdrijders. Een gedeelte daarvan dankzij het feit dat hij maar 1 been heeft.”
Hoewel zijn successen logischerwijs de aandacht trekken van diverse internationale federaties en profploegen, weigert de bondscoach zich te laten afleiden van zijn ultieme meerjarenplan. “Er zijn al enkele contacten geweest, zowel met grote ploegen als met federaties. Ik hou trouwens goede herinneringen over aan mijn tijd bij Quick.Step en ben er nog steeds welkom. En ik ben er me terdege van bewust dat af en toe andere lucht opsnuiven verfrissend kan werken. Maar momenteel ligt mijn focus volledig op dit project. Ons doel is de Olympische Spelen in Los Angeles in 2028. De grote wedstrijden en kampioenschappen zijn een uitstekende graadmeter van waar we staan. Het programma dat we uitgetekend hebben, leidt ons echter naar de Spelen. Daarna zien we wel of we ons weer kunnen opladen of we toch een andere horizon opzoeken. Maar eerst, en met veel plezier en goesting, wil ik dit project verder afwerken.”
