
‘RAVeL’ staat voor ‘Réseau Autonome des Voies Lentes’, die zich dus langs jaagpaden van kanalen en rivieren bevinden of langs oude spoorwegverbindingen. En gelet op het rijke maar vergane industrieel verleden van het zuidelijk landsdeel, mag het niet echt verbazen dat zowat elk Ardens provinciestadje via zo’n RAVeL bereikbaar is.


Santiago de Compostela
Die RAVeL’s hebben veel voordelen: de oude spoorwegbeddingen lopen vaak in een sleuf door het landschap door bomen of struikgewas, waardoor je beschermd bent tegen zon en wind. Je trekt door desolate landschappen want mensen bouwen huizen langs wegen, niet langs oude spoorwegen. Een spoorweg of kanaal helt nauwelijks, dus hoef je ook niet te klimmen. En je hebt kilometers lang geen last van het verkeer, al moet je uiteraard extra opletten waar de weg de voormalige spoorweg kruist. Er is misschien nog een 5e voordeel: in Wallonië liggen de wegen er heden ten dage nog slechter bij dan in Vlaanderen, maar de RAVeL’s zijn doorgaans wél goed onderhouden!
Het netwerk bestaat uit 45 lokale stukken of lussen, 10 regionale trajecten en 4 internationale routes. Ze allemaal opsommen zou ons letterlijk en figuurlijk te ver leiden, dus houden we het bij die internationale lange afstandsroutes. We starten met de Eurovélo 3, de populaire Véloroute naar Santiago de Compostela. 210 km daarvan lopen over Belgisch grondgebied. Ze komt het land binnen ter hoogte van Aachen, gaat via Herve naar ‘de Vurige Stede’ Luik, volgt de Maas via Hoei tot Namen, loopt dan verder langs de oevers van de Samber via Charleroi over Thuin tot ze in Maubeuge de Franse grens oversteekt.
Het grootste deel van het traject is in goede staat, enkel net na Luik is het wat zoeken, draaien en keren. Liefhebbers van industriële archeologie zullen zich het hele traject kunnen vergapen aan de vergane industriële bedrijfsgebouwen. Een aanrader is het provinciestadje Thuin, met zijn pittoreske haven, gezellig historisch centrum, hangende tuinen en oud trammuseum.
Eurovélo 5, de ‘Via Romea Francigena’, volgt ook een oude pelgrimsroute van Engeland naat Rome. Pelgrims trokken van hier uit ook door naar Jeruzalem via de haven van Brindisi, via de oude Via Appia. De totale afstand bedraagt 3.250 km, waarvan er 314 op Belgisch grondgebied verlopen. Van Roubaix gaat het naar Ronse, dan door het Pays des Collines naar Lessen en verder via Waver naar Namen, Dinant, Ciney, Marche-en-Famenne over La Roche-en-Ardenne naar Bastogne en Martelange, waar je Luxemburg in rijdt. Deze route verloopt niet geheel over RAVeL’s, je moet af en toe de gewone weg op. Maar de uitstekende bewegwijzering maakt een GPS overbodig.





Rotsen van Freyr
De Eurovélo 19 is de ‘Meuse à Vélo’ en volgt – hoe kan het ook anders – de hele tijd de oevers van de Maas. De totale lengte bedraagt zo’n 1.000 km. Tussen de Nederlands-Belgische grens, ter hoogte van Maastricht, en de Belgisch-Franse grens, ter hoogte van Givet, rijd je 147 km over bijna uitsluitend jaagpaden. Enkel tussen Dinant en Hastière moet je (voorlopig nog) even op de weg die enkel in toeristische weekends druk autoverkeer kent. Het is nét op dat stuk waar zich het mooiste uitzicht bevindt: de rotsen van Freyr! Binnen afzienbare tijd brengen we over deze route een aparte reportage op WielerVerhaal.
Afronden moeten we doen met de allermooiste lange afstands-RAVeL: de Vennbahn. Iedereen die deze al ooit heeft verkend, is er lyrisch over. En terecht! Deze fietssnelweg is in uitstekende staat en loopt quasi constant door de Hoge Venen, waar je kan genieten van de prachtige natuur. En als je geluk hebt en geruisloos fietst – smeer je ketting! – dan bestaat er een reële kans dat je onderweg groot wild ziet. De Vennbahn loopt van Aachen-station langs het feeërieke Monschau naar Sankt-Vith. Hier wat extra inspiratie (met GPX)!




Moezel
Kort daarna splitst de weg en kan je westwaarts naar het Luxemburgse Troisvierges, of in oostelijke richting via de Prümtalvallei naar de Moezelvallei. Heel bijzonder aan deze route is dat ze grotendeels loopt over een oude spoorwegbedding die Belgisch grondgebied is, terwijl zich links en rechts Duits grondgebied bevindt. Een soort van enclave dus, die uiteraard een gevolg is van de beide Wereldoorlogen. Maar deze route is dermate attractief dat we ook hier binnenkort een apart verhaal aan wijden.
De dienst Toerisme van het Waalse Gewest is zich intussen bewust van de geweldige troef die deze wegen bieden. Fietstoerisme wint jaar na jaar terrein en ook meerdaagse fietsvakanties en zelfs bikepacken wordt steeds populairder. Wil je echt aan de slag met die Ravels, dan moet je deze website bij je favorieten zetten. Die biedt een interactieve kaart, een soort van routeplanner om te fietsen langs autovrije wegen. Bovendien vind je er onder het tabblad ‘Ideeën voor verblijf’ handige tips en routesuggesties voor meerdaagse rondritten. Bonne route!
Op WielerVerhaal brachten we al meerder trajecten onder de aandacht: