
De Dender ontspringt in Jurbise bij Mons en mondt uit in – nomen est omen – Dendermonde. Leuk is dat je nagenoeg dat hele traject langs de oever van de rivier kunt fietsen op autovrije jaagpaden. We nemen je mee op ontdekking voor een tocht van 78 km met nauwelijks hoogtemeters, noch autoverkeer.


Pairi Daiza
De Dender bestaat eigenlijk uit 2 takken: de westelijke Dender die ontspringt in Vezon nabij Doornik en de oostelijke Dender die ontspringt in Erbaut, vlakbij Mons. Beide rivierarmen komen samen in Ath om noordwaarts in Dendermonde in de Schelde uit te monden. De rivier is 69 km lang, maar omdat we niet altijd de loop helemaal kunnen volgen, zullen wij op het einde van onze rit 78 km op de teller hebben.
Starten doen we op de parking van Pairi Daiza. De vijvers van dit grootste dierenpark van België worden gevoed door de Dender, die hier slechts een beekje is. Puristen zullen claimen dat de bron zich eigenlijk nog 10 km verder bevindt. Met name aan de vijvers van Erbaut aan de Rue de la Cense à Eaux – we zitten hier op de waterscheidingslijn. En dat klopt, maar langs dat 1e deel is er helaas geen fietspad.
Nu goed, vanaf Pairi Daiza moeten we ook nog een 8-tal km langs gewone wegen maar wanneer we via Brugelette, Attre en Maffle de secundaire wegen volgen, is de kans gering dat een auto je pad kruist. In sommige seizoenen moet je er hooguit uitwijken voor een tractor. En dat kan je dan ook maar beter doen, die jongens zijn sterker dan ons.
In Maffle moet je wel opletten: fiets langs de kerk in zuidelijke richting, rijd over het bruggetje van de ‘Dendre Orientale’, over de spoorlijn tot de drukke N56. Daar sla je links af. Het lijkt alsof je terugfietst van waar je kwam, maar 30 meter verder ga je rechts de ‘Rue du Canal’ in. Na 100 meter kom je aan het verbindingskanaal tussen Dender en Blaton. Je gaat het bruggetje over en slaat rechtsaf. Vanaf hier is het eigenlijk alsmaar rechtdoor langs het water.



Claude Criquielion
Het valt meteen op dat dit jaagpad nog vrij recent werd aangelegd. Het pad is breed en de wegbedekking bestaat uit perfect egaal beton. In ‘no time’ bereiken we dan ook Ath, de ‘Reuzenstad’ van Wallonië. Daar komen de Westelijke en Oostelijke Dender samen. Wat Carnaval is in Aalst, is de Reuzenstoet in Ath: 3 dolle dagen! Het event – hier de ‘Ducasse’ genoemd – vindt elk jaar plaats op de 4e zondag van augustus, maar begint een dag eerder en eindigt op maandag. Het loont echt de moeite om dat eens mee te maken. Maar ook op rustige dagen is het kleine stadje Ath een koffiepauze waard.
Net bij het buitenrijden van Ath moeten we van oever switchen, middels een zéér steil bruggetje dat onze ketting op ons binnenblad dwingt. In totaal zullen we door dit soort van bruggetjes en verhoogjes aan sluizen 57 hoogtemeters tellen. Dat stelt dus niks voor. We fietsen verder op het perfect aangelegde jaagpad en hebben de wind in de rug. In België waait de wind ¾ van de tijd uit zuidwestelijke richting. De Dender stroomt vanuit Ath steeds in noordoostelijke richting. Meteen weet je dat het geen toeval is dat we van bron naar monding fietsen en niet omgekeerd. We hebben hier over nagedacht!
Voor we er erg in hebben, zijn we al in Lessines aangewaaid. Wil je van deze trip een dagtocht maken, dan kunnen we aanraden om het ‘Musée Hôpital Notre Dame à la Rose’ te bezoeken. Je komt er te weten hoe men de voorbije eeuwen aan geneeskunde deed. Sommige instrumenten en geneeswijzen zijn veeleer op zijn plaats in een foltermuseum. We prijzen ons gelukkig met de moderne heelkunde en vervolgen onze weg, verder stroomafwaarts. De Dender is de rivier met het grootste verval in Vlaanderen, maar de vele sluizen zorgen ervoor dat de rivier werd getemd.
Na Lessines bereiken we Deux-Acren, de plek waar Claude Criquielion heel zijn leven woonde. ‘Claudy’ won de Ronde van Vlaanderen in 1987 en werd wereldkampioen in 1984. Maar de meesten zullen hem herinneren als de man die in Ronse in 1988 opnieuw wereldkampioen ging worden maar de dranghekkens werd ingereden. De veel te jong gestorven – hij was amper 58 – sympathieke Waal woonde eigenlijk vlakbij de taalgrens.



Kop3
Want inderdaad, intussen zijn we Vlaanderen binnen gereden en bereiken we Geraardsbergen. We stoppen bij een bakker om de plaatselijke specialiteit, een mattentaart, naar binnen te slaan. Het valt ons op dat de sluizen op de Dender hier in verschrikkelijke staat zijn, geheel anders dan in het Waalse gedeelte waar ze recent werden vernieuwd. En ook het jaagpad heeft betere tijden gekend. 50 jaar geleden, schatten we. Want de boomwortels groeien zo door het slechte asfalt. De 33 km die ons van Aalst scheiden zijn werkelijk abominabel. Ter hoogte van Pollare, net voor Ninove, is er een kort stukje gravel. Dat ligt er echter beter bij dan het pad in asfalt dat misleidend als fietssnelweg wordt weergegeven. Ter hoogte van Denderleeuw gekomen, knijpen we onze neus dicht voor de ondraaglijke geur van het vilbeluik.
En ook in Aalst hangt er een onfrisse geur van de fabriek die er midden in het centrum langs de Dender ligt, als ware het een vreemdsoortig relikwie uit de 19e eeuw. Hier moeten we even langs de openbare weg. Maar bij het buitenrijden van de stad, waar we weer van de rechter- naar de linkeroever switchen, maken we ons op voor de finale: de resterende 15 km bollen we over prima asfalt. Net voor ons eindpunt, ter hoogte van Appels, werd de Dender in de jaren ’70 in een gekanaliseerde bocht rond Dendermonde geleid. Net voor de monding van de Dender in de Schelde staat het grote sluizencomplex. Daar fietsen we over om vandaar langs een klein stukje Schelde finaal de Ros Beiaardstad binnen te vallen. 78 makkelijke kilometers rijker!

