Tijdens de Ronde van Vlaams-Brabant 2026 trok ook de aanwezigheid van de Israëlische renner Roi Ben-Ira onze aandacht. De Israëlische belofte verdedigt zijn kansen in de kleuren van Van Mossel Heist, terwijl hij eigenlijk onder contract staat bij een formatie in Oost-Europa. Om zijn droom van een profcarrière na te jagen, laat hij zijn thuisland achter zich en trotseert hij een eenzaam bestaan in de Europese wielerwereld.


2 teams
De Ronde van Vlaams-Brabant blijkt een zware beproeving voor het peloton, maar ook Ben-Ira geniet van de uitdagingen die de koers met zich meebrengt. “Het is behoorlijk zwaar geweest met veel controle in het peloton, de vele bochten en de lastige parcoursen, maar het is een mooie rittenkoers om deze periode mee af te sluiten. Al wordt de laatste etappe ongetwijfeld opnieuw een erg zware dobber”, blikte hij zondag aan de start nog vooruit.
Zijn aanwezigheid in het shirt van een Belgisch team roept vragen op, aangezien hij een opmerkelijke constructie hanteert om koersdagen te verzamelen. “Ik koers in België voor Van Mossel Heist omdat ze me geweldig ondersteunen en het heel aardige mensen zijn die me weinig druk opleggen. De connectie ontstond vorig jaar al toen het team nog Young Cycling Talent Demer & Dijle heette. Ik had hen toen gewoon een berichtje gestuurd en hier ben ik dan”, lacht hij.
Naast zijn Belgische avontuur werkt hij een groot deel van het seizoen af in dienst van een Tsjechische ploeg. “Ik rijd voor een team in Oost-Europa, maar zij stonden me toe om daarnaast ook in België te koersen. Met mijn Tsjechische ploeg reed ik in het 1e deel van het seizoen vooral UCI-rittenkoersen en nationale wedstrijden in Tsjechië, Polen, Servië en de Ronde van Albanië omdat ik graag buiten België wilde koersen.”


Eenzame renner
Ondanks zijn lange verblijf op het Europese vasteland ligt zijn ware thuisbasis nog steeds in het Midden-Oosten. “Ik woon in Israël, ergens in het noorden van het land halverwege tussen de steden Haifa en Tel Aviv. Wanneer ik naar Europa kom om te koersen, verbleef ik tot nu toe hoofdzakelijk in België. Al was ik dit jaar ook een tijdje in Tsjechië om van daaruit wedstrijden te rijden in Oost-Europa en de koersen in die regio te ontdekken.”
De veiligheidssituatie in zijn thuisland is door de huidige omstandigheden een actueel thema, maar hij probeert er nuchter onder te blijven. “Ik voel me daar veilig, al is het soms natuurlijk wel stressvol op momenten dat er meer dreiging is. Maar gelukkig is het op de plek waar ik woon over het algemeen heel veilig en kan ik me daar goed afsluiten.”
In Europa staat hij er voor het dagelijkse leven echter helemaal alleen voor, wat de nodige praktische uitdagingen met zich meebrengt. “Ik leef hier alleen rond de ploeg. Hoewel zij me enorm steunen en me naar de wedstrijden brengen, woon ik op mezelf. Waardoor ik tijdens deze rittenkoers bijvoorbeeld helemaal zelf moet koken, mijn eten moet voorbereiden en mijn eigen was moet doen. Dat is zeker niet altijd makkelijk, maar het is oké. Ik red me wel.”


Opklimmen
Als ambitieuze renner heeft hij een duidelijk profiel voor ogen en weet hij precies op welk terrein zijn kwaliteiten tot hun recht komen. “Ik zou zeggen dat ik een punchy type ben, absoluut geen sprinter en ook geen renner voor de lange beklimmingen. Omdat ik vrij licht ben, houd ik het meest van behoorlijk steile heuvels waar de inspanning 1 tot 2 minuten duurt”, analyseert hij zichzelf.
De oversteek naar het Europese continent was een absolute noodzaak, aangezien de competitieve wielersport in zijn thuisland nauwelijks bestaansrecht heeft. “Er is in Israël niet veel te doen op wielergebied buiten de nationale kampioenschappen en misschien nog 3 of 4 andere wedstrijden. Je moet dus echt naar Europa komen om op niveau te kunnen koersen, want het is hier dat het gebeurt. Al sta ik open voor kansen overal ter wereld.”
Met de passie voor de fiets die hij van zijn vader meekreeg en de steun van het thuisfront hoopt hij zijn uiteindelijke doel te bereiken. “Mijn vader heeft me aan het fietsen gekregen en de rest van mijn familie moedigt me aan. Al begrijpen ze de sport niet helemaal, vrees ik. Maar ze juichen voor me zonder er te diep in te zitten en die steun helpt me om mijn doel na te jagen. Ik heb nu goede resultaten nodig om op te klimmen naar een continentale ploeg en uiteindelijk een profteam te bereiken.”