Matijs Van Strijthem (20) uit Kruibeke bouwt gestaag aan zijn carrière bij het Soudal Quick-Step Devo Team. Met een verleden als wereldkampioen op de piste en een toekomst die hij op de weg ziet, navigeert hij tussen verschillende disciplines en ambities. Zijn 15e plaats in de Heistse Pijl 2026, een koers die door de weersomstandigheden een extra dimensie kreeg, was een nieuwe stap in zijn ontwikkeling. “Ik ben een beetje hetzelfde type als Paul Magnier en kijk naar hem op”, vertelt hij.


Onverwachte sprintkans
De Heistse Pijl ontvouwde zich als een nerveuze wedstrijd. “Er is veel aangevallen”, vertelt Van Strijthem. “De vroege vlucht is eigenlijk nooit echt ontstaan. Pas na 2 uur en 20 minuten was er een duo weg, wat voor wat rust zorgde in het peloton.” Die rust was echter van korte duur, want de lokale rondes met de Heistse Berg zorgden telkens voor een schifting. “Het was elke keer vechten om vooraan aan de voet op te draaien omdat er daar altijd wel gaten vielen.”
De finale werd getekend door het weer. “De regen had de finale extra moeilijk gemaakt, zeker op de Heistse Berg met die kasseitjes. Dat maakte het wel wat lastiger.” In de laatste 10 km sloeg het noodlot toe voor de ploeg toen de voorziene kopman, Alberto Dainese, ten val kwam. De focus verschoof onmiddellijk. “Toen had de ploeg gezegd dat het voor mij was. Dat zijn de wedstrijden die mij het beste liggen, die vlakke koersen waar het kan uitdraaien op een sprint.”
Ondanks een hectische finale wist Van Strijthem zich goed te handhaven. “Ik heb me alsnog redelijk goed kunnen positioneren. Alleen zat ik in de laatste 300 meter wel een paar keer ingesloten, waardoor ik niet echt vol kon sprinten.” Toch overheerst de tevredenheid. “Een 15e plaats was ook niet echt slecht, dus ik ben wel content. Die iets hectischere sprints lijken meer op het pistewerk. Dan kan ik inderdaad wel iets meer mijn ding doen.”

Motor vergroten voor het klassieke werk
Zijn programma dit seizoen 2026 oogt anders dan vorig jaar, met meer rittenkoersen in het buitenland. Een bewuste keuze, zo blijkt. “Er zit niet echt een specifiek plan achter, behalve dan dat ik meer rondes rijd, ook bij de profs. Gewoon om mijn motor een beetje groter te maken”, legt hij uit. “Vorig jaar heb ik die kans niet zo superveel gekregen. Door veel dagen na elkaar te koersen moet ik een sterkere coureur worden.”
Die aanpak lijkt zijn vruchten af te werpen. Van Strijthem voelt zichzelf groeien in de meerdaagse wedstrijden. “Ja, het bevalt me wel. Ik voel in elke rittenkoers dat ik beter en beter word naar het einde toe. En dat ik wel sterker word. Dat is een fijn gevoel.” Die duurzaamheid is cruciaal voor het type renner dat hij wil worden, een man voor het zwaardere eendagswerk.
Zijn kwaliteiten komen niet enkel in de sprint tot uiting. Ook in dienst van de ploeg staat hij zijn mannetje, zoals in de Ronde van Limburg. “Daar moesten we voor Tim Merlier rijden. Ik heb het 1e deel van de koers vooral op kop gereden. Maar als je dan de uitslag ziet, met een overwinning van Tim, dan loont dat gelukkig wel.” In de beloftenversie van Parijs-Roubaix speelde pech hem parten. “Daar heb ik redelijk vroeg in koers pech gehad en moest ik van fiets wisselen. En dan ben ik nog gevallen. Dat was iets minder.”

Paul Magnier
Zijn wereldtitel op de piste bij de junioren doet velen de wenkbrauwen fronsen over zijn prioriteiten, maar voor Van Strijthem zelf is het duidelijk. “Ik probeer de piste een beetje mee te nemen in het wegprogramma, in de mate dat dat mogelijk is. Ik probeer wel nog altijd de weg op 1 te zetten”, stelt hij kordaat. “De piste is altijd wel op de 2e plaats gekomen. Bij de junioren leek het misschien 50-50, maar dat was omdat het toen heel goed in het wegprogramma paste.”
De liefde voor de baan is echter niet verdwenen. De komende week trekt hij met de nationale ploeg naar Tsjechië voor de GP Brno en de GP Austria. “Dat is om hopelijk een selectie voor het Europees Kampioenschap op de piste af te dwingen.” Een tussendoortje dat zijn veelzijdigheid onderstreept, maar de focus blijft op de lange termijn: een profcontract. Over een eventuele doorstroming naar de hoofdmacht van Soudal Quick-Step is hij realistisch. “Daar is nog geen sprake van. Ik hoop volgend jaar bij de beloften nog een goed jaar te hebben en dan hogerop te gaan.”
Als die stap er komt, ziet hij voor zichzelf een duidelijke rol weggelegd. “Meer het klassiekere werk, en dan inderdaad ook knechten waar het moet.” Binnen de ploeg heeft hij een voorbeeld aan de amper 2 jaar oudere Paul Magnier. “Paul is met zijn 22 ook een hele jonge kerel die heel snel is, maar die ook de Vlaamse Ardennen makkelijk aankan. Maar ik kijk wel naar hem op. Het is een hele wijze en vriendelijke kerel, die de jongere renners goed in de groep opneemt. Je merkt dat hij al veel ervaring heeft, ondanks zijn jonge leeftijd. Dat is wel een groot verschil met de beloften, ja.”