Op 18 juli komt de Tour de France 2026 naar de Vogezen, het gebergte dat het dichtst bij België ligt. Vele Vlaamse wielerfans zullen dus richting Le Markstein rijden, waar de aankomst getrokken ligt van wat een zware bergrit zal blijken te zijn. Want wie de Vogezen smalend ‘Middengebergte’ noemt, dagen we uit om die etappe eens te fietsen. Onze redacteur fietste van zijn vakantieverblijf in Gerardmer naar de top van de slotklim, de Col du Haag. En dat liep niet van een leien dakje.


Victor Campenaerts
Vanuit Gerardmer vertrekken wij met fietsmakker Gunther via het Lac de Longemer naar de Col des Feignes (954m), een veel rustiger alternatief dan de parallelle weg naar de Col de la Schlucht. We zijn al even aan het klimmen wanneer we beseffen dat we geen gelletjes of energybars mee hebben. We vinden onderweg wel een winkeltje, hopen we dan. We dalen af naar La Bresse en net voor we dit toeristisch skioord bereiken, gaan we scherp links de Col du Bramont op. Van deze zijde is die slechts 3,5 km lang. De voorlaatste kilometer is echter wel 8% klimmen en de slotkilometer 7,5%. Gelukkig is de weg in prima staat, wat ons in staat stelt om krachten te sparen voor wat komen gaat.
Boven op de top gaan we niet rechtdoor – dat zou de kortste weg zijn – maar slaan rechts een klein bosweggetje in dat ons licht klimmend verder naar de Col de la Vierge (1067 m) brengt. We dalen links-rechtdoor af met de bedoeling om zo’n 3 km verder links in te slaan om de Grand Ventron op te rijden. Maar een bord ‘Route Barrée’ maakt ons duidelijk dat we die klim letterlijk links moeten laten liggen.
We besluiten om verder af te dalen tot Cornimont om dan via het dorp Ventron de Col d’Oderen (884m) op te fietsen. Da’s een heel gezapige col van 9,7 km lang met een gemiddelde stijgingsgraad van slechts 4%. Tot in Ventron is de klim een verholen vals plat, het is pas vanaf halfweg dat we echt kleiner moeten schakelen: de resterende 5 km gaan aan 5%. De hitte begint intussen al flink op onze nek te vallen en onze drinkbussen zijn al ver gevorderd. Kort voor de top gaat er rechts een weggetje naar de Col du Page. Hier moet het Tourpeloton in de 14e etappe verder naar omhoog. Boven op de top staat een groepje wielertoeristen in een truitje van Café Mombassa, de supportersclub van Victor Campenaerts.


Col d’Oderen
We dalen de Col d’Oderen af langs de kant die de renners zullen oprijden. Deze zijde van de Oderen is veel steiler: 5,5% gemiddeld, maar met een kilometer aan 8% en een steilste stuk van 10%. Net over de top slaan de renners dan links op naar de Col du Page, nog eens 1,5 km aan 8,5%. Niet te onderschatten, wetende wat voorafging (Le Grand Ballon, 21,5 km aan 4,8%) en wat nog volgt (de Ballon d’Alsace, 8,9 km à 6,9% en de Col du Haag).
Wij zijn intussen afgedaald tot Kruth, waar we rechts de vallei van de Thur volgen. De hitte slaat intussen ongenadig toe. We stoppen aan de enige geopende épicerie die we in de vallei vinden. Tot onze ontsteltenis is de winkel zo goed als uitverkocht: geen water of frisdrank, geen candybar of pakje koeken meer te krijgen.
Na enig zoeken vinden we de start van wat de renners in de Vogezenetappe als slotklim onder de wielen geschoven krijgen. De Col du Haag begint zonder medelijden met een openingskilometer aan 11%. In de 3e en 4e km gat het wéér met dubbele cijfers. Het wegdek is ruw en loopt voor geen meter. We halen een koppeltje in. We horen hen Nederlands praten. Katrien Samois en Brecht Claes rijden hier ‘s anderendaags de Gran Fondo en verblijven in Geishouse, het verderop gelegen dorp. Ze polsen of we genoeg te drinken hebben, en we doen hen het verhaal. Brecht vertelt met Limburgse tongval dat er in het genoemde dorp een dorpsfontein is. Terwijl we gezellig keuvelen letten we niet goed op. Bovendien kijken we te veel uit naar die fontein. We vullen de bidons en vervolgen onze weg.


Muur van Hoei, maar dan 3 keer zo lang
We komen op een splitsing en weten niet waarheen. Vreemd ook dat Gunther ons aan de fontein niet is voorbijgereden want we wisten hem amper 100m achter ons te houden. Bon, we nemen een afdaling maar merken snel dat dit niet blijkt te kloppen. De onzekerheid wordt weggenomen als we terug in het dal van de Thur in Saint-Amarin belanden. We staan terug aan de voet. De hitte, dorst en honger ontnemen ons de zin om opnieuw te gaan klimmen. En dus zijgen we na 120 km en 2.321 hoogtemeters uitgeput neer in de zetel.
Gunther komt even later ook binnen en doet het relaas. “Waar was jij naartoe? In dat dorp Geishouse moest je scherp rechts een weg in die eindigt aan een slagboom. Daar slalom je rond en dan rijd je over een splinternieuw breed fietspad – een ‘voie verte’ – dat verder de berg opgaat. Er moet dan nog 6 km geklommen worden. De hele tijd blijft het steil, om en bij de 10% gemiddeld. Maar af en toe heb je een stukje waar je kunt recupereren, meteen weer gevolgd door een dodelijk stuk. Wij zagen op m’n fietscomputer op een gegeven moment 22% verschijnen. Het leek wel de Muur van Hoei, maar dan 3 keer zo lang. De slotkilometer is de hel, dan gaat het niet meer onder de 11%. Het was slalommen over het smalle pad om boven te raken.”
‘Boven’ is waar het bord ‘Col du Haag’ staat. Daar gaan de renners links en volgt nog een vals plat van 2 km tot de finish. Uitkijken naar 18 juli 2026!