
Het wielerseizoen loopt bijna op zijn einde. Ook de nieuwelingen rijden stilaan hun laatste koersen. Over Stan Jammaer van Crabbé-Dstny is al wat inkt gevloeid. De Antwerpse kampioen reed een dijk van een seizoen. Toch kan de lat niet hoog genoeg liggen. En misschien is dat wel terecht.


Afspraak in Affligem
De 16-jarige Stan Jammaer sleepte dit seizoen enkele mooie overwinningen binnen. Al liep het niet direct van een leien dakje. “Bij de start van het seizoen belandde ik vaak op de 2e plaats”, herinnert hij zich. “In de GP Jean-Pierre Monseré ben ik een massasprint verloren door te vroeg te juichen. Het verschil was een honderdste. Als ik nog 1 meter verder had gesprint, had ik daar altijd gewonnen. Daar heb ik een paar nachten van wakker gelegen.”
In mei keerde het tij definitief voor Jammaer. Eerst werd hij voor de 4e keer op rij provinciaal kampioen in Antwerpen, daarna won hij Vlaanderens Mooiste. “De Ronde van Vlaanderen is hét moment van het seizoen voor mij. Ik wist op voorhand dat ik kans maakte op de overwinning”, vertelt Jammaer. “Want ik rijd snel bergop én in de sprint. Het was een hectische koers, ik had een lekke band en moest terugkomen. Maar om daar te kunnen winnen, dat is een droom. Daarna was het gewoon nagenieten.”
Met nog 1 koers te gaan in de Topcompetitie U17 maakt Jammaer, die nu aan de leiding staat, ook daar kans op de eindoverwinning. “Ik ben iemand die constant kan presteren, dat is een voordeel voor een klassement. Ik ben nooit buiten de top 10 geweest in de Topcompetitie. Er komt nog een wedstrijd aan op zondag 11 oktober in Affligem. Hopelijk kan ik de trui behouden. Het is een wedstrijd die me ligt, dus ik geloof dat ik kansen heb. Maar er kan natuurlijk veel gebeuren.”



Wekker om 4u30
De jonge Antwerpenaar begon zijn sportcarrière in het triatlon. “Mijn papa Bert beoefende vroeger ook triatlon op topniveau”, duidt hij nog eens. “Een aantal jaar heb ik daar ook op hoog niveau gepresteerd, tot ik begon te koersen als training. Na een tijdje vond ik wielrennen gewoon leuker. Mijn broer is 2 jaar jonger, hij doet wel nog aan triatlon. Soms mis ik het wel, want het is een leuke sfeer. Het is een veel kleiner wereldje dan het wielrennen, je hebt veel meer contact met iedereen.”
Jammaer is buiten coureur uiteraard ook nog student. Hij volgt de richting beroepsmechanica. “Er zijn dagen waarop je tot 5 uur op school bent en daarna nog 3 uur moet fietsen. Dat valt soms wel zwaar. Het is puzzelen om je trainingen in te plannen. Meestal train ik na mijn lessen, maar soms heb ik een lange dag op school waarbij ik ’s avonds ook naar de fitness ga. Dan zet ik mijn wekker om half 5 en ga ik ’s morgens vroeg nog anderhalf uur fietsen.”
De renner van Crabbé-Dstny heeft het soms moeilijk met prestatiedruk. “Mijn ploeg en omgeving leggen me zeker niet te veel druk op”, klinkt het meteen. “Ikzelf ben eigenlijk de enige die me soms te veel push. Ik kan daar moeilijk mee omgaan. Eigenlijk wil ik altijd zo goed mogelijk presteren en zoveel mogelijk winnen. Als dat niet zo is, blijf ik vaak teleurgesteld achter. Maar als je de beste wilt zijn, moet je je limieten wel steeds durven verleggen.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]
Grote dromen
Na zijn laatste koers van het seizoen 2026, de Chrono des Nations op 18 oktober, begint Jammaer te trainen voor het veldrijden. “Crossen doe ik vooral voor mijn plezier. Ik ben er niet heel hard mee bezig. Er zit geen druk op. Als ik 30e eindig, is dat minder erg dan bijvoorbeeld buiten de top 10 eindigen in een wegrit. Cyclocross helpt me wel om op technisch vlak te verbeteren. Als daar mooie plaatsen bijkomen, neem ik die er graag bij. Als het wat tegenvalt, is dat ook niet erg.”
Volgend jaar maakt Jammaer de stap naar de junioren. “Alle grote UCI-wedstrijden heb ik aangeduid. Bij de junioren zijn er zoveel mooie koersen. Natuurlijk zijn de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix hele mooie wedstrijden om te winnen. Maar er zijn voordien al veel mooie klassiekers die eraan”, is hij al enthousiast.
Jammaer heeft concrete dromen voor de toekomst. “Ik wil prof worden en zo goed mogelijk zijn. Dat is mijn droom, dat wil ik echt bereiken. Ik doe er alles aan om die droom waar te maken. Als ik 1 wedstrijd zou mogen kiezen om te winnen, is het Parijs-Roubaix. Dat zijn zoveel emoties die samenkomen. Ik ben ook iemand die heel graag wedstrijden op kasseien rijdt en er ook goed in is. Die koers is iets bijzonders.”

