
Terwijl zijn leeftijdsgenoten groeien en sterker worden, moet 2e jaars nieuweling Léon Rondelez (bijna 15) op dit moment vooral geduld hebben. De zoon van ex-profrenner Björn Rondelez mist nog fysieke kracht, maar beschikt wel over technische kwaliteiten. Zijn vader maakt zich niet druk om de uitslagen. Hij weet uit eigen ervaring dat een wielercarrière tijd vraagt. “Ik zat op die leeftijd ook meestal in de tweede helft van het peloton. Als junior begon ik er stilaan door te komen.”


Samen fietsen
Björn Rondelez bouwde zelf een carrière uit als veldrijder en mountainbiker. Zijn profperiode duurde zo’n 3 jaar. Toch kijkt hij terug op mooie overwinningen en internationale ervaringen. Vandaag deelt hij zijn passie voor de fiets met zijn zoon. “Mijn profverhaal was misschien net iets te kort en het kon ook beter”, beseft hij. “Ik heb fouten gemaakt in mijn trainingen. Toch heb ik 14 of 15 crossen gewonnen. Dat kan niet iedereen zeggen. Daarnaast won ik internationale MTB-wedstrijden en nam ik deel aan verschillende wereldkampioenschappen.”
Op zijn 29e koos Rondelez voor Defensie. Toch bleef hij fietsen, eerst bij de elite zonder contract en later bij de masters. Ook vandaag trekt hij nog regelmatig de fiets op. “Ik ben eigenlijk altijd blijven fietsen. Nu kan ik ook met mijn zoon trainen. Alleen heb ik soms moeite om hem te volgen. Zolang het voor mij nog goed gaat, vind ik dat plezant. De koers op zich is nu echt een familiegebeuren geworden.”
Léon wordt in november 2026 15, maar zijn fysieke ontwikkeling verloopt trager dan die van veel andere leeftijdsgenoten. “Met zijn lichte gestalte heeft hij het moeilijker wanneer andere renners sterker worden”, aldus senior. “Toch zie ik voldoende aanknopingspunten. Hij is ongeveer 1m62 à 1m63m en weegt 38 kilogram. Daardoor lijkt hij soms nog een aspirant tussen de nieuwelingen. In het begin kon hij dankzij zijn techniek af en toe in de top 10 rijden. Nu wordt het moeilijker, omdat andere jongens beginnen te groeien en sterker worden.”


Technisch sterk
Léon kreeg de wielersport dus met de paplepel ingegoten. Toch bepaalt zijn vader niet welke richting hij moet uitgaan. De 2e jaars nieuweling mag vooral ontdekken wat hem ligt. Zijn fysieke achterstand hoeft volgens Rondelez geen probleem te zijn. Hij wil vooral vermijden dat Léon te veel druk ervaart. Bovendien heeft de jonge renner nog voldoende tijd om zich te ontwikkelen. “Hij heeft die fysieke ontwikkeling nog niet doorgemaakt. Toch kan hij zich nog amuseren en hoeft hij niet telkens als laatste te eindigen. Hij heeft bovendien nog veel marge. We moeten vooral geduld hebben en hem de tijd geven.”
Op technisch vlak ziet Rondelez alvast sterke punten. “Léon rijdt vlot door het zand en kan goed over de balken springen. Dat zijn vaardigheden die hem later kunnen helpen. Hij raakt ook overal op de bergjes. Dat zijn belangrijke eigenschappen in het veldrijden. De fysieke kracht komt later wellicht nog. Hij moet nu vooral blijven volhouden.”
Ook de combinatie met school speelt een rol. Daarom houdt Björn de trainingsbelasting bewust beperkt. Een uitgebreid schema of een persoonlijke trainer is voorlopig niet aan de orde. “Als hij 6 of 7 uur per week op de fiets zit, is dat al veel. Op school krijgt hij bovendien zo’n 10 uur sport. Hij doet atletiek, gymnastiek en andere activiteiten. Dat is goed voor zijn algemene ontwikkeling en laat hem verschillende spieren gebruiken.”


[ONTDEK ONZE PAGINA FIETSVACATURES]

Vriendengroep
Plezier staat centraal, zoals dat hoort. “Léon trekt tijdens de crosswedstrijden op met een vriendengroep die verspreid over Vlaanderen woont. De ene woont in Wetteren, de andere in Sint-Denijs of Evergem. Ze spreken elkaar soms online, maar vooral op de cross zien ze elkaar. Voor hen is dat een groot feest. Dat vind ik belangrijker dan resultaten.”
Welke discipline Léon uiteindelijk kiest, ligt nog open. “Hij houdt van veldrijden en mountainbiken, terwijl wegwedstrijden hem voorlopig minder aanspreken. Vooral het rijden in een peloton vraagt nog gewenning en extra kracht. Met zijn gestalte zou hij later misschien wel een goede klimmer kunnen worden. Maar dat is nog heel ver weg.”
“Ik zat in de cross meestal in de tweede helft van het peloton”, besluit vader. “Ik deed het vooral om bezig te zijn en in de zomer wat prijzen te pakken. Als 1e jaars junior begon ik er stilaan door te komen. Léon heeft dus nog alle tijd. Het kan dat hij binnen een paar jaar stopt. Maar voorlopig doet hij het graag. We zien wel of hij verder kan groeien in het wielrennen of dat het een leuke hobby blijft. Ik heb zelf ook mooie wedstrijden gewonnen, zonder dat ik een uitzonderlijke renner was. Misschien loopt het bij hem net zo. Zolang hij maar plezier heeft.”

