
Niet aflatend en onversaagd dook het volgende doel op in de logische opbouw der moeilijkheidsgraad: Luik in al zijn hellingenpracht. Knallen – enfin, met het hoofd tegen de muur rijden is ook knallen – tegen de Muur van Huy, La Redoute, Roche aux Faucons en al het andere lekkere fraais in de Ardennen. “Kunnen we nog verder?” Wel ja… een zomer later stonden we in de Vogezen, op de top van de Petit Ballon, de Platzerwasel, Grand Ballon, Ballon d’Alsace en La Planche des belles Filles. Waar Chris Froome voor het eerst zijn spichtige neus aan het venster stak maar later door Bradley Wiggins werd gekortwiekt. Wauw, recht de Tourgeschiedenis in… En toch, als je zover bent, kruipt het echte hooggebergte in het hoofd en de genen. Het aangezicht keek vanaf nu naar… de Alpen! De Tourgeschiedenis herbeleven in mei 2016.

Route barrée!
Uiteindelijk belanden we rechtstreeks op de flanken van de derde en laatste col van de dag. Een klepper… De Col de la Madeleine. Madeleine heeft echter weinig zin om zich te laten kennen en hult zich in regen en mist. Op geen enkel moment kunnen we de diepte of de hoogte in kijken. Een gemiste kans. Terugdraaien of niet? Neen… we zijn niet naar de Alpen gekomen om langs de bergen door te rijden. Onze opmars gaat verder … tot we plots aan het hek staan met de duidelijke waarschuwing: route barrée. We mogen niet door, de top is besneeuwd. Doodgemoedereerd passeren we het hekwerk, schichtig achteromkijkend of een alwetend Big Brother-oog ons terugroept. De weg wordt smaller, de sneeuw rukt op, tot we nog amper nog een strook van 30 centimeter hebben om te rijden. En plots stopt het helemaal. Op een kilometer van de top is er geen doorkomen meer aan. De top wordt een flop. Een afdaling in mineur, die behoorlijk kouwelijk aanvoelt. Een mix van zweet en regen, toe geblazen door de tegenwind van de Madeleine. Rillend en schokkend naar onder… De berg heeft een muis gebaard. Jammer.

De Hollandse bocht
Ach ja… we bedwingen Alpe d’ Huez en het idee alleen al doorprikt iedere meteorologische tegenslag. Het loopt goed, heel goed… Zo goed dat ik in mijn enthousiasme bocht 7 – de Hollandse bocht – heb gerond zonder het te beseffen. Hoe kan dat nu? Ik zou er nochtans stoppen, had ik me voorgenomen, om eens te kijken waar die Nederlanders zich iedere keer zo voor oppeppen. Terugrijden? Nee, dan is mijn tijdsopname ook in de war en we passeren hier bij de afdaling toch weer. Okay, gerustgesteld, en avant! Nog 3 kilometer: een venijnige wind steekt op en teistert longen, benen en hersenen. “Moet dat nu?” Bocht 1 komt stilaan in zicht. Uit mijn veelvuldige tv-studies tijdens de Tour weet ik dat De Alp zich in de laatste kilometer wat legt en zelfs op een drafje afdaalt. There we go… Even missen we zelfs een afslagje, waardoor we de eigenlijke aankomst via een ommetje bereiken. Mijn eindtijd: 1.21u. Pantani deed er een goede 37 minuten over. Ik ben tevreden en vooral trots. Hier sta ik dan, na jaren van ijdel dromen.
Bovenop neem ik de juiste beslissing die Madeleine me gisteren heeft ingefluisterd. Kleed je uit – jawel -, trek iets droogs aan als eerste laag over je huid en doe dan je fietskledij weer aan. Mooie les, scheelt een slok op de borrel in de afdaling en je schokschoudert niet naar beneden. De afdaling begint, met nog 1 doel: bocht 7 deze keer niet missen. En toch gebeurt het weer bijna tegen 60 à 65 per uur. De remmen zien af maar brengen fiets en piloot feilloos tot stilstand. Bocht 7 is zowaar de mooiste bocht van allemaal. Een idyllisch kerkje, een mooi zicht op het skioord op de top en enig mooie vergezichten. Ik begrijp waarom net deze bocht werd uitverkoren, maar besef gelijk ook dat het mooie natuurplaatje volledig weggeveegd wordt door Hollandse carnavalsplaatjes als de Tour passeert.

De 2e beklimming van de dag is – hoe kan het ook anders – minder onvergetelijk. Les Deux Alpes kunnen qua schoonheid en historiek niet tippen aan Alpe d’Huez. Achteraf bekeken hebben we de minder mooie kant beklommen. Terwijl de gps een smal pad aanduidde, wees de wegwijzer de brede baan aan. Na rijp beraad kozen we voor de brede baan, maar het smalle pad bleek tijdens de afdaling ettelijke malen mooier. Ach ja, al bij al was het een leuke klim maar als je net een droom gerealiseerd hebt, vervalt alles in het niets. Het troosteloze skioord boven op Les Deux Alpes symboliseert de beleving: koud, leeg, verlaten, regenachtig. Fijn dat we het gedaan hebben, maar een 2e maal komt er waarschijnlijk niet.
Dag 3 leidt ons over de Telegraphe naar de Galibier, de reus. De zon stimuleert, de Telegraphe loopt lekker en gestaag. Mooie top, prachtige beelden met het standbeeld van een reuzenfietser die over de Alpen heen kijkt. Een iets te copieuze maaltijd in Valloire, dorp in de vallei, gooit daarna roet in het eten aan het begin van de Galibier. Van Valloire tot Plan Lachat helt de Galibier naar 6%. Niet vreselijk, maar op een of andere manier voelt het zwaar aan. Vanaf Plan Lachat – wanneer we opnieuw achteloos de route barrée negeren – lopen de percentages zichtbaar op tot 8 à 10%. Vreemd genoeg loopt het daar een stuk beter. Het middagmaal lijkt verteerd, laat ons nog 7 kilometer vlammen. Dat vlammen verschuift uiteindelijk naar de achtergrond, want… wat een prachtig landschap! Adembenemend!
Unieke winterse beelden
We rijden tussen de rotsen en klimmen geleidelijk omhoog naar de besneeuwde partijen. Smeltwater verstijft tot plukjes sneeuw, plukjes sneeuw worden sneeuwvlaktes, sneeuwvlaktes worden sneeuwmuren van wel 5 meter hoog. En wij rijden daar gewoon tussendoor. Het is werkelijk niet te geloven. Dit is qua beleving nog intenser dan Alpe d’Huez. Trouwens, ook geen last van het gevreesde ‘ijle hoofd’ boven de 2000 meter. Enfin toch niet meer last dan anders… De beklimming eindigt op de verwachte sisser. Op amper 400 meter van de top is men gestopt met het verwijderen van sneeuw. Eventjes door de sneeuw naar de top baggeren is geen optie, want daarvoor is de witte massa te hoog. Spijtig, maar de 17 kilometer lange klim heeft me – op de top na – alles gegeven wat ik wou. De Galibier beklimmen in ontdooide toestand moet ongetwijfeld gigantisch mooi zijn, maar deze winterse beelden zijn ook uniek.
Of mijn bucket list nu afgewerkt is? Neen, er ontbreekt nog een en ander… Van de stenen van Roubaix tot de Mont Ventoux. Van de witte grintwegen uit de Strade Bianchi tot de Tourmalet en de Col d’Aspin in de Pyreneeën. Van de Poggio di San Remo tot de Stelvio en de Zoncolan. Om nog te zwijgen van de toppen van de Madeleine en de Galibier, want die hebben we in feite niet gezien. Ook niet van de Croix de Fer, de Col d’Izoard en de Glandon, om er nog enkele te noemen. En de Marmotte rijden, zou ik dat kunnen? Nog zoveel om naar uit te kijken, voor te trainen en te proberen. Deze 3-daagse in de Alpen was alvast een openbaring van natuurpracht en droomkracht.

