Studeren en koersen: het is soms geen gemakkelijke combinatie. Maar dat het wel haalbaar is, bewijst Emiel Vermeulen. Mits het nodige karakter en discipline slaagde de Koolskampenaar erin om zijn studies af te werken en zich in de kijker te rijden van de profploegen. Na 4 jaar als belofte en 1 jaartje bij de de elite zonder contract mag hij zich volgend jaar gaan meten met de profs.

Emiel Vermeulen: “Eerst en vooral wil ik mijn huidige ploeg 3M bedanken. Zij gaven me volop de kans om het wielrennen te combineren met mijn studies Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen aan de UGent. De combinatie is niet altijd even gemakkelijk, maar het helpt zeker als de ploeg je steunt. Zo mocht ik mijn planning altijd aanpassen om mijn examens goed voor te bereiden.”
“Tegelijk heb ik ook ervaring kunnen opdoen in de grotere koersen, tussen de profs, genre 3-daagse van De Panne-Koksijde, 3-daagse van West-Vlaanderen, Kampioenschap van Vlaanderen, de Nationale Sluitingsprijs Putte-Kappellen,… koersen van het niveau 2.1 HC. Koersen waarin ik trouwens heb getoond dat ik het niveau zeker aankan. Zo werd ik dit jaar 10e in Koolskamp, terwijl daar toch enkele WorldTourploegen aan de start stonden. Dat is wel een koers waar ik me altijd wil laten zien, omdat ik van daar afkomstig ben.”

Emiel Vermeulen: “Ik ben natuurlijk erg tevreden dat ik volgend jaar profrenner wordt bij Roubaix Lille Métropole. Van collega-renners heb ik alleen maar positieve dingen gehoord. Het is zeker niet de grootste ploeg, maar het is wel een ploeg die een goeie structuur biedt en duidelijkheid omtrent haar manier van werken. Ze rijden bovendien een erg mooi programma, dus ik zal voldoende kansen krijgen om me te laten zien. Dat er een nog een aantal Belgische jongens (ook Seynaeve, Calleeuw en Vereecken maken de overstap, red) in de ploeg rijden is ook altijd mooi meegenomen. Dan kan er al eens Nederlands gesproken worden. Maar ik denk dat we als geheel wel een toffe en sterke ploeg zullen vormen. Ik heb alvast veel vertrouwen voor volgend seizoen.”

Fotomateriaal: Pascal Vande Putte.
