Net zoals vorig jaar stond er deze winter weer een weekje Spanje gepland voor de 25-jarige Gentse crossster Aurelie Vermeir. Niet speciaal om te trainen, maar vooral om er wedstrijden te rijden en hopelijk zo wat UCI-puntjes te sprokkelen. De 1e wedstrijd op Sinterklaasdag vond plaats in de regio van Barcelona, de andere 2 wedstrijden, vandaag/vrijdag en komende zondag, worden in Baskenland verreden. En dat is een heel avontuur.

Aurelie Vermeir: “Maandagochtend rond de klok van 6 ben ik met mijn ouders richting Spanje vertrokken met onze mobilhome. Zo wilden we de grensfiles toch zoveel mogelijk vermijden. We verloren wel een uurtje door een ongeval in Parijs, maar kwamen toch nog tijdig aan op onze tussenstop in Millau. De dag nadien moesten we nog een uurtje of 3 rijden tot Manlleu, de plek van de cross, 80 km boven Barcelona. Daar aangekomen ben ik onmiddellijk de fiets opgesprongen en de beentjes wat los gereden op het parcours. Een heel mooi rondje met honderden bochten in verwerkt. Echt wel mijn ding! De nacht brachten we trouwens door aan het parcours zelf.”

Venga, Venga, Chica!
Aurelie Vermeir: “Na de cross zijn we onmiddellijk doorgereden richting Baskenland. Van Barcelona tot Baskenland moesten we het binnenland van Spanje volledig doorkruisen, zo een 6 uurtjes rijden met de mobilhome. We hebben in Zaragoza een nachtje op een camping geslapen, en dus moesten we gisteren/donderdag nog maar een 2 en half uur rijden tot de plaats van de cross, Ametzaga Zuia. Onderweg zijn we nog vlug gestopt in een supermarkt om wat etenswaren te kopen. Het parcours in Ametzaga Zuia is er 1’tje met vele hoogtemeters, en heel wat sneeuw en modder! Ik heb vandaag gisteren al een rondje verkend en het zal zweten worden. Maar ik heb er veel zin in!”

“Wat me tot nu toe opgevallen is: 90% van de Spanjaarden doet geen moeite om een woordje Engels te praten. Niet dat ze niet vriendelijk zijn, maar ze hun moedertaal lijkt wel heilig. En punt 2: de sfeer rond de crossen hier in Spanje zit wel heel goed. Enkel het sportieve telt hier. Iedere renner, 1e of laatste, krijgt evenveel respect van de toeschouwers. Die kennen me niet en toch krijg ik aanmoedigingen als ‘Venga, venga, chica!’ Superleuk!”